Home » Preekarchief » preken 2016 » 11 december 2016

11 december 2016

OVERWEGING DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE,
(Jes. 35,1-6a.10 en Mt. 11,2-11)(A)

Afgelopen woensdag was ik met praktisch alle priesters, diakens, pastoraal werkers en catechisten aanwezig bij een studiedag van ons bisdom met de titel ‘kerk in een verander(en)de samenleving’. In een nota die daar binnenkort over wordt gepubliceerd en die besproken zal worden met alle parochiebesturen van ons diocees worden de contouren van de nabije toekomst van de katholieke kerk van Haarlem-Amsterdam uitgezet: de noodzaak tot aanpassing aan de gewijzigde omstandigheden en de wegen naar een nieuw elan. Er waren een paar sprekers en een van die sprekers waarschuwde de hoorders voor cynisme. ‘Cynisme is vergif’, zei hij. Cynisme is er niet meer in willen geloven. Het is het niet meer zien zitten en dat op een negatieve manier uiten. Het is afbreken, afkeuren, afbranden, zelfs van het allerkleinste wat er misschien al groeit. De verleiding is namelijk groot om zo tegen de toekomst van onze Kerk en samenleving aan te kijken. Er is genoeg om somber over te zijn. Maar, dat was de les van deze dag, trap niet in die val.

De hulpbisschop onderstreepte dat door te wijzen op het feest dat de Kerk deze week wereldwijd vierde. Het Hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van de heilige Maagd Maria. Een feest dat gaat over iets heel kleins, iets onzichtbaars dat in de schoot van moeder Anna groeit en dat weldra de wereld zal veranderen. Voor de wereld is dat kleine absoluut niet zichtbaar, het wordt niet opgemerkt, iedereen gaan eraan voorbij, maar het is ondertussen wel degelijk aanwezig en zal uiteindelijk een geweldige impact hebben. De hulpbisschop refereerde aan dat feest om aan te geven dat God ook nu onzichtbaar en nog door niemand opgemerkt werkt aan en in zijn Kerk. En dat wij dus nooit de moed moeten verliezen en cynisch moeten worden van alle achteruitgang, maar stug door moeten gaan. Hij vertelde dat tot zijn vreugde de grootste parochie van ons bisdom de Poolse parochie is, de Engelstalige parochie is een goede tweede en de Spaanstalige parochie mag er ook wezen. Daarna hield zijn opsomming op, maar ik vermoed dat de Almeerse Bonifatiusparochie zeker in de top 5 of top 10 van het bisdom staat. Er is dus absoluut geen reden tot wanhoop en cynisme, wel tot weloverwogen beleid en daadkracht.

Maar twijfel, wanhoop en cynisme liggen altijd op de loer. Het kerkvolk van onze tijd kan daaronder lijden. Maar we zien dat Bijbelse figuren daar ook het slachtoffer van kunnen zijn. Vandaag kwamen wij daarvan een voorbeeld tegen. ‘Is Hij het nou, of is Hij het niet?’. Johannes de Doper wist het niet meer toen hij in de gevangenis en daar zijn leven en datgene waar hij zich zo druk over had gemaakt zat te overdenken. Vorige week hoorden wij hoe hij uithaalde naar alles en iedereen. Geheel in de Bijbelse traditie onderwierp hij zijn tijd en zijn tijdgenoten aan een kritisch zelfonderzoek. Hij liet hen in de spiegel kijken en naar hun eigen aandeel in de misère kijken. Maar hij repte ook over een die na hem zou komen en die groter zou zijn dan hij. Hij was niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. En die na hem zou komen zal al het graan verzamelen in een schuur en het kaf verbranden in onblusbaar vuur. Het zou een geweldig spektakel worden met die komende Messias.

En nu, in de gevangenis, hoorde hij verhalen over Jezus. Verhalen over zijn woorden en daden. En toen sloeg de twijfel toe. Is Jezus het nou wel, of is Hij het nou niet, vraagt Johannes zich af. Hoewel hij zelf de komst van Jezus had aangekondigd begon hij nu te twijfelen. Geen vuur en spektakel, geen oordeel en tumult, maar genezingen, demonenuitdrijvingen en zaligsprekingen. Het was toch anders dan Johannes voor ogen stond. En dus stuurde hij vanuit de gevangenis een paar van zijn leerlingen naar Jezus toe met de klemmende vraag of Jezus de Komende – de Messias – is of niet. Daar kwam nog bij dat Jezus niets deed om Johannes uit de kerker te halen, terwijl Hij naar eigen zeggen gekomen was ‘om aan gevangenen vrijlating te melden’. Nou, kom dan, horen we Johannes denken, haal mij dan uit dit kot.

En in het antwoord van Jezus wijst Hij op de tekenen die er te zien zijn, de tekenen van het Rijk van God: blinden zien, lammen lopen, melaatsen genezen, doden staan op en armen horen de blijde boodschap. Hij citeert bekende stukken uit Jesaja, we hoorden ze in de eerste lezing, om vervolgens aan te tonen dat de wonderen die Jezus verricht een teken zijn van het aanbreken van de heilstijd waar Jesaja over sprak. De profeten spraken over Gods bevrijdende toekomst. Ooit zal Hij komen en ons verlossen: dan zal er vreugde zijn en redding en genezing. En die vreugde, redding en genezing die is er in Jezus! Met zijn komst is
Gods toekomst aangebroken. En wie goed luistert, weet dat in de prediking van Jezus ook de andere kant van deze toekomst aanwezig is: het is namelijk ook een tijd van oordeel. Namelijk: hoe sta jij erin als mens? Wat heb jij gedaan voor de minsten?

En dan is het weer schrikbarend actueel. Het gaat dus ook over mijn eigen leven. Geef ik het over aan cynisme en wantrouwen of laat ik mij nooit door deze krachten overmeesteren en sta ik open voor het kleine dat misschien nu al groeit? God komt altijd anders dan wij Hem verwachten. Hij is altijd anders werkzaam dan wij vermoeden. In het evangelie zat iedereen er naast, ook Johannes de Doper. Hij komt als een weerloos kind, kwetsbaar, hulpeloos en klein, als mens onder de mensen. Maar daarom niet minder krachtig, niet minder nabij, niet minder God. Anders misschien dan verwacht, maar zeker niet minder. Staan wij daarvoor open?

Amen.
© 2016 Sandor Koppers