Home » Preekarchief » preken 2016 » 11 september 2016

11 september 2016

OVERWEGING VIERENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 11 SEPTEMBER 2016
(Ex. 32,7-11.13-14 en Lc. 15,1-32)(C)

‘Jezus Christus is het gelaat van de barmhartigheid van de Vader’. Dat zijn de eerste woorden van de boodschap van paus Franciscus waarmee hij het heilig jaar van de Goddelijke barmhartigheid aankondigde. De oproep van de paus behelsde ook dat wij dit jaar zouden gebruiken om het mysterie van die barmhartigheid te overwegen. Het is zo’n ouderwets woord. Niemand gebruikt het nog. Het gaat tegenwoordig meer over hekken langs de grens op kosten van de Mexicanen en over de lange lat op jeugdige Turkse vandalen in Zaandam. Het gaat meer over vergelding en stoere taal. De populisten van onze tijd hebben dan ook de wind in de rug. Een Duterte op de Filippijnen, een Poetin in Rusland, Erdogan in Turkije en misschien straks Wilders in Den Haag, Le Pen in Frankrijk en Trump in Amerika. Dat zijn de mannen en een vrouw die de simpele oplossing van-de-beuk-erin hanteren. Van hen hoeven we geen geduld of respijt te verwachten of oog voor de nuance. Als je niet luisteren wilt, dan moet je maar voelen, is hun credo. En voor berouw is bij deze gasten al helemaal geen plaats.

Het gaat hard tegen hard. Intimidatie en soms daadwerkelijk fysiek geweld worden niet geschuwd. Zie hoe de Turken opgehitst door Erdogan met elkaar afrekenen. Maar denk ook aan de knokploegen van Poetin en Trump. Het is allemaal geweld en wapengekletter. Overleg en rekening houden met elkaar is er niet bij. Alles lijkt te verharden in deze tijd.

Natuurlijk is er angst en onzekerheid over de toekomst. Natuurlijk verandert onze wereld in een moordtempo. En natuurlijk zien we allemaal dat eigenlijk slechts heel weinigen van die veranderingen profiteren en dat het overgrote deel van de bevolking het gevoel heeft op een of andere manier achter te blijven. Maar de oplossingen die de populisten aanreiken zijn schijnoplossingen en die populisten zijn eigenlijk niet meer dan hedendaagse rattenvangers. En zo gaat het van kwaad naar erger. De honger naar macht is onstilbaar.

Waar de wereld in de ogen van de paus echt honger naar heeft is vergeving en barmhartigheid. Dat klinkt op het eerste gehoor misschien raar en soft en wereldvreemd. Maar de schrijnende armoede, de miljoenen mensen op de vlucht, de milieuvervuiling, het zijn allemaal aanklachten tegen de wereld en een dramatisch gevolg van verkeerde keuzes kortere of langere tijd geleden. De jongste zoon uit het evangelie maakte ook zo’n verkeerde keuze. Als hij zijn geld er doorheen gejaagd heeft, begint voor hem de ellende, vertelt het verhaal ons. Hij mag alleen nog de varkens hoeden in het veld. Varkens hoeden!? Er is niets onreiner dan dat. Hij wordt hierdoor nog dieper in de zondigheid gedreven, want hij houdt zich op met onreine dieren. En daar, op de bodem van zijn bestaan, begint hij te denken. Hij ziet in dat hij verkeerde keuzes heeft gemaakt. Dat het anders moet. Het beslissende moment is zijn ‘op weg gaan’ naar zijn vader. De zoon realiseert zich zijn zondigheid en wil zijn vader om vergeving vragen. Dat is het moment van de omkering. Het is het berouw over de zonde die begaan is. Een voorwaarde ook om tot vergeving te kunnen komen. Inzicht in het eigen verkeerde handelen.

En ofschoon dat inzicht en berouw hoogstwaarschijnlijk niet eens volledig was, staat de vader al op de uitkijk en omarmt hem liefdevol. De verzoening voltooid. Christus roept ons ertoe op in onszelf dezelfde honger te voelen die de jongste zoon voelde in het veld bij de varkens. Kunnen wij die honger voelen? Of zijn wij te verzadig, te verdoofd of te verblind, te veel opgehitst of te veel gekrenkt? Dat zijn interessante vragen aan ons mensen van nu. Honger naar vergeving die wij mogen ontvangen én die wij aan anderen mogen schenken? En dorst naar barmhartigheid die wij mogen ontvangen en mogen delen met elkaar? Want de dagloners die al bij God zijn, hebben eten in overvloed!

Het gaat dus om ‘bij God zijn’. Zoals Jezus dat is. Daarom noemt de paus Hem ook het gelaat, het gezicht van de liefde van God. We zien dus aan Jezus hoe God ons tegemoet komt. En als je bij Jezus bent, dan toont zich dat op je gezicht. Dan kun je het zien aan de daden van barmhartigheid en kun je verder groeien in je relatie met God, en zo nodig terugkeren naar de schoot van de Vader. Daar is immers eten in overvloed.

Vergiffenis schenken is voor ons niet altijd gemakkelijk. Soms zijn wij echt diep gekrenkt door een ander. Dan is vergeving soms een te hoge drempel. De oudste zoon voelt zich ook gekrenkt. Altijd heeft hij gedaan wat de vader van hem vroeg. Hij is een voorbeeldige zoon geweest, geen gebod overtreden. En nooit eens een bokje gehad om te feesten met zijn vrienden. We kunnen ons zijn frustratie voorstellen. Maar de oudste zoon realiseert zich niet dat hij, juist op dit moment, de zonde begaat van het niet vergeven van een berouwvol hart. De oudste zoon gaat daarmee de weg van de zonde die de jongste zoon ook ging. Maar ook hier reageert de vader barmhartig op zijn narrige zoon. Kom naar binnen, zoon! Alles wat ik heb is van jou en je bent altijd bij me. Zowel vergeving schenken als vergeving durven vragen, dan stel je Christus centraal in je leven en laat je zijn barmhartigheid zien aan de wereld. Het is aan ons om ook die weg te gaan, in navolging van Christus. En daar is genade voor nodig, kracht en liefde. God schenkt ons die genade door zijn heilige Geest, door zijn Woord, door de sacramenten, in het bijzonder door de eucharistie en het sacrament van de biecht. En die genade en vergeving zal ons wakker schudden en aanzetten tot de werken van barmhartigheid.

Amen
© 2016 Sandor Koppers

.