Home » Preekarchief » preken 2016 » 13 maart 2016

13 maart 2016

OVERWEGING VIJFDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 13 MAART 2016

(Jes. 43,16-21 en Joh. 8,1-11)(C)

Het kan u niet zijn ontgaan: het Heilig Jaar van de Barmhartigheid. Op 8 december vorig jaar door paus Franciscus geopend en het zal worden afgesloten op 20 november van dit jaar. Een jaar waarin de zo populaire paus de mensen op het hart wil drukken dat de mensheid behoefte heeft aan barmhartigheid, dat de mensheid behoefte heeft aan liefde en aan vergevende liefde vooral. En dat God die vergevende liefde is en ons die geeft. Feitelijk is dat de boodschap van het Heilig Jaar van Barmhartigheid.

God is liefde en Hij wil ons zijn liefde geven. Dat is het wat wij vandaag in het evangelie gewaar worden. En wat een samenvatting is van de hele blijde boodschap van Jezus. Want wat zien we vandaag letterlijk gebeuren? Het voorover buigen van Jezus. Tot twee keer toe buigt Jezus zich voorover en schrijft met zijn vinger op de grond. Een merkwaardige houding toch? Op het eerste gezicht zijn wij misschien geneigd deze houding van Jezus als ongeïnteresseerdheid te beschouwen. Zoals wijzelf soms ook wel eens quasi onbewust met wat anders bezig zijn terwijl iemand tegen ons praat. Maar dat is niet wat hier bedoeld wordt. Wat we hier zien is het letterlijke neerdalen van de liefdevolle God. Het is het letterlijke neerbuigen tot op de grond om de verloren mens weer op te heffen uit het stof, uit de ellende van de zijn zonde.

De mens kan dat namelijk niet uit zichzelf, er is iemand nodig die én het medelijden heeft, het hart heeft, de vergevende liefde heeft, om zich neer te buigen, én de kracht heeft om hem ook weer op te heffen. Je zou het vandaag gehoorde evangelie daarom ook kunnen vergelijken met het evangelie van de barmhartige Samaritaan, van die barmhartige vreemdeling. Jezus komt net als d0ie barmhartige Samaritaan ook van ver, namelijk uit de hemel, Hij is gezonden door zijn Vader. Hij daalt af en heeft medelijden met de mens die door rovers in elkaar geslagen is en halfdood op straat ligt. Hij pakt hem daarom op en laat hem verzorgen zodat hij kan genezen en weer kan leven. Als dat geen barmhartigheid, geen liefde is.

En nu naderen wij op deze vijfde zondag van de veertigdagentijd tot het grote liturgische moment van die barmhartigheid, van die vergevende liefde: de Goede Week, met het grote Paastriduüm. Tijdens deze drie dagen wordt de maat van Gods barmhartigheid volledig aan ons geopenbaard én geschonken. Vandaag horen we dat Jezus op de grond schrijft – in de Goede Week valt Hij zelf op de grond, als Hij gegeseld wordt, als Hij het kruis moet dragen en tot drie keer toe onder het kruis valt. Hij is bereid te vallen opdat de mens, hier in de persoon van de overspelige vrouw, opdat wij, weer kunnen opstaan. Wat geen mens zelfstandig kan, en wat wij ook niet voor elkaar kunnen doen, dat doet de mensgeworden God wel: Hij geeft nieuw leven aan al degenen die door de zonde dood zijn, namelijk wij allemaal.

Het bijzondere is niet dat God dat doet – Hij houdt van ons, ook al maken wij er een potje van-, maar de manier waarop Hij het doet, namelijk door zelf de zonde, de last op zijn schouders te nemen. Want de straf, de toorn Gods is op zijn plaats, maar de mens hoeft die straf niet te dragen, dat doet de mensgeworden God. Plaatsvervangend ondergaat Jezus de straf voor de zonde door de dood aan het kruis.

Vandaar dat Hij tegen de overspelige vrouw alleen maar zegt: ‘Ook Ik veroordeel u niet’. Feitelijk zegt Hij daarbij: ‘Ook Ik werp geen steen naar jou, maar Ik laat Mij in plaats van jou stenigen. Ik draag de straf voor jou’. Uiteindelijk wordt Jezus niet gestenigd – wat men wel van plan was aan het einde van hoofdstuk 8 -, maar het wordt zelfs nog erger: Hij wordt gekruisigd.

Tegen de vrouw zegt Jezus nog: ‘Ga heen en zondig van nu af niet meer’. Hij beaamt daarmee dat de vrouw werkelijk in de fout is gegaan. Dat wuift Hij niet weg. Daarom dat Hij wil dat zij zich voorneemt haar leven te beteren. Er moet zoiets zijn als ´een vast voornemen het leven te beteren en niet meer te zondigen´.

In dit Heilig Jaar van Barmhartigheid brengt de paus ons met nadruk ook het sacrament van boete en vergeving onder de aandacht. Elke keer als hij biecht gaat horen, gaat de paus eerst zelf biechten om te laten zien dat hij, paus Franciscus, evenzeer behoefte heeft aan de liefde van God, aan de liefdevolle bevrijding van God. ‘Ook ik veroordeel je niet´, hoort hij dan zijn biechtvader tegen hem zeggen.

Elke mens kan dus, en wordt uitgenodigd de waarheid van zijn leven op te biechten – ook al die dingen die hij liever misschien zou willen verstoppen – omdat hij door het evangelie wat wij zojuist gehoord hebben, weet heeft van de barmhartige blik van Jezus die ons vergeeft. Laten wij dit sacrament van God vergeving in de komende twee weken tot Pasen herontdekken en Gods bevrijdende liefde aan den lijve ervaren!

Amen.
© 2016 Sandor Koppers