Home » Preekarchief » preken 2016 » 14 augustus 2016

14 augustus 2016

OVERWEGING TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 14 AUGUSTUS 2016
(Jer. 38,4-6.8-10 en Lc. 12,49-53)(C)

‘Het christendom is in Europa bezig in rap tempo te verdwijnen, zonder dat iemand dat erg vindt’. Hiermee val ik toch wel met de deur in huis. Ik las het deze week. Voor links was godsdienst altijd al opium voor het volk. Voor humanisten is religie de bron van alle kwaad, zij zeggen beter af te zijn zonder God. En veel moderne christenen geloven nog wel op hun manier, maar wijzen het instituut Kerk af. Ze laten zich hun geloof niet voorschrijven, dat vinden ze ouderwets en autoritair. Dat is zo’n beetje de stand van zaken in Nederland en in Europa.

En zo werden wij twee weken geconfronteerd met de wrede moord op de Franse priester Jacques Hamel. Hij werd terwijl hij voorging in de Mis door twee jonge knapen op het altaar op de knieën gedwongen en de keel doorgesneden. Een martelaar voor het geloof, zou je zeggen. Maar is het u opgevallen dat deze man hoogbejaard was, 86 jaar, en dat hij nog steeds een actieve rol vervulde in die parochie, dat er die ochtend slechts twee kerkgangers in die kerk zaten en een drietal kloosterzusters. Over hun leeftijd heb ik niets kunnen vinden, maar hoogstwaarschijnlijk waren zij ook al op leeftijd. En natuurlijk is pére Hamel een martelaar. Hij heeft immers zonder het te zoeken de hoogste prijs betaald voor zijn geloof in Jezus en zijn liefde voor de Kerk. Hij verdient de martelaarspalm!

Maar het feit dat deze viering door zo weinig mensen werd bezocht is typerend, dat staat niet op zich. Overal in Nederland en in Europa speelt dit zich af dat vieringen maar door een handje vol mensen bezocht worden, en inderdaad zonder dat iemand dat erg vindt. Alleen de migrantenparochies in de grote steden doen het goed. En wij vormen hier in Almere zo langzamerhand tot mijn vreugde ook zo’n parochie! Maar wat komt er in de rest voor in de plaats? Niets. Een verdere leegloop. Tegelijkertijd worden wij geconfronteerd met een ontketende boze moslimwereld, met een Turkije dat zich opnieuw aan het uitvinden is en ons zelfverzekerder tegemoet gaat treden en met een Poetin die steeds brutaler en agressiever wordt. Het is maar zeer de vraag hoe het ontkerkelijkte, geseculariseerde en verdeelde en vergrijsde Europa zich zal handhaven onder zoveel druk? Wie het weet mag het zeggen!

En niemand stelt de vraag of niet het kind met het badwater is weggespoeld? Of dat we met het massaal overboord gooien van geloof en Kerk, van christendom en al wat daarbij hoorde dat we toen ook onze gemeenschappelijke identiteit aan de wilgen hebben gehangen? Want wat bindt ons nog? Zijn wij allemaal christelijk? Zijn wij allemaal kerkelijk? Neen, integendeel! Alleen het Nederlands Elftal of goede prestaties van TeamNL in Rio lijken ons nog aan elkaar te binden. En dat geldt ook misschien voor Koningsdag. Voor de rest is er niet veel.

En zo is hetgeen onze Heer Jezus in het evangelie zegt over vuur en verdeeldheid een wrange actualiteit. Want met de prediking van zijn Blijde Boodschap kon er gewis verdeeldheid ontstaan in het eigen gezin, in de familie- en vriendenkring. Dat er inderdaad ouders tegenover kinderen kunnen komen te staan en schoonouders tegenover schoonkinderen. Vandaar dat er sterke gelovigen, sterke leerlingen worden gezocht. Leerlingen bezield met een innerlijk vuur die staan voor wat ze belijden. En daar heeft het hier in Nederland achteraf gezien misschien wel aan ontbroken. Opvallend is in ieder geval dat de nog jonge Poolse priester Woytila, de latere paus Johannes Paulus II, bij zijn bezoek aan de Poolse troepen in Breda in 1946 terloops opmerkte dat de parochiekerken weliswaar stampvol zaten, dat de katholieke organisatie stond als een huis, maar dat de bezieling ontbrak. Dat viel hem, terwijl hij hier misschien hooguit een paar weken op bezoek was, op! Dat er geen innerlijk vuur was, geen echte overtuiging, geen echt geloof. Geen wonder dat het amper twintig jaar later in 1966 over was.

Vurige leerlingen worden er dus gezocht. Leerlingen, christenen die met overtuiging in het geloof en in de Kerk staan en die bereid zijn te aanvaarden dat hun overtuiging een bron van onvrede en verdeeldheid kan zijn. Dus dat is niet een weg over rozen.

Het einddoel is een wereld van vrede en liefde, dat is het Rijk Gods. Maar de weg daarheen is lang en moeilijk, die gaat gepaard met strijd en vervolging. Letterlijk in veel landen, maar ook meer subtiel of sarcastisch in veel andere landen. Het is dus zaak trouw te zijn en te blijven aan die innerlijke overtuiging. Trouw te zijn en te blijven aan je christelijke, katholieke identiteit. De martelaren hebben hun overtuiging en hun geloof in Jezus en in de Kerk met de dood moeten bekopen. Daarmee zijn zij voor ons een voorbeeld van mensen die niet laf waren en die niet wegliepen of wegkeken.

Pal staan voor je overtuiging en je geloof constant blijven verdiepen. Want kennis over je geloofsgoed, kennis van de Bijbel, kennis van de Kerk verheldert wie je ten diepste bent! En daarom is de Kerk in dit geheel ook zo belangrijk. Want christenen horen bij de Kerk. Christenen zijn ten diepste geen eenlingen, maar maken deel uit van een wereldwijde gemeenschap waarin zij hun geloof belijden en vieren onder een beschermend dak. De Kerk maakt hen zowel als individu als als groep sterker.

Amen
© 2016 Sandor Koppers