Home » Preekarchief » preken 2016 » 22 mei 2016

22 mei 2016

OVERWEGING HOOGFEEST H. DRIEEENHEID,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 22 MEI 2016
(Spr. 8,22-31, ps. 8,4-10 en Joh. 16,12-15)(C)

Op de eerste zondag na de paastijd viert de Kerk een theologisch feest. We worden namelijk uitgenodigd tot een meditatie over het wezen van God zelf. Met Kerstmis hebben we gehoord over de geboorte van Jezus, met Pasen over zijn verrijzenis en vorige week, met Pinksteren, hoorden we over de nederdaling van de heilige Geest. En vandaag gaan we nadenken over God zelf. Dat is uiteraard een gewaagde onderneming, want ‘niemand heeft God ooit gezien’ en we herinneren ons misschien het tweede gebod ‘Gij zult geen godenbeeld maken’. Wat we wel hebben is wat Mozes de Israëlieten ook op het hart drukte: we hebben ‘wel Gods woorden gehoord, maar geen gestalte gezien; er was alleen maar een stem’. Wat wij dus moeten doen is luisteren naar die stem.

De stem zoals die bijvoorbeeld is te horen in de natuur, of Bijbels gezegd in ‘de schepping’. Nadenkend en kijkend naar de natuur kon de schrijver van het boek der Spreuken zich niet voorstellen dat er niet een grotere kracht achter alle natuurverschijnselen stond dan God en dat die God van meet af aan gezelschap, laten we zeggen dingen en mensen om zich heen wilde hebben. God wilde niet alleen zijn. Hij kon het misschien wel, maar Hij wilde het niet. Hij zocht gezelschap. Gezelschap dat zou spelen als een kind voor zijn aangezicht dat altijd aan zijn zijde zou zijn. En kijkend naar de schoonheid, de ingewikkeldheid, de variëteit van de natuur moet die God wel van begin af aan Wijsheid aan zijn zijde hebben gehad. Die wijsheid moet Hem de hele schepping wel hebben vergezeld. Deze God wilde de schepping uit liefde en Hij koos er in vrijheid voor. De stem die wij vandaag dus in de lezingen horen spreken, roept ons dus op tot ontzag, tot bewondering van al het moois dat we zien. En dan kan de mens daardoor medeschepper worden en delen in het geluk van de Schepper. Hij wordt, geheel op initiatief van God zelf, medeverantwoordelijk voor de schepping.

En ook de dichter van de antwoordpsalm die wij zojuist hebben gezongen geeft uiting aan zijn grote verwondering over het werk en de liefde van de Schepper: ‘Als ik kijk naar de hemel, het werk van uw vingers… wat is dan de mens dat Gij aan hem denkt, de zoon van Adam, dat hij U ter harte gaat?’. ‘Gij doet hem het werk van uw handen beheren en alles hebt Gij aan zijn voeten neergelegd’. Met grote zorg en liefde heeft God de wereld geschapen en in standgehouden, de wereld waarin en waarvan wij mogen leven.

We moeten dus luisteren naar de stem van God om iets over die God te weten. En hoe kunnen wij dat beter doen dan door te luisteren naar de stem van Jezus, de Zoon van God: hoe Hij de mensen toegenegen was, hoe Hij opkwam voor de zwakken, hoe Hij gerechtigheid predikte, en hoe Hij zijn vrienden uitdaagde zo goed als God te zijn. En hoe Hij de heilige Geest aan de mensen gegeven heeft, die ons leert hoe wij Jezus moeten volgen. Zo, zo vormen wij ons een beeld van God.

En natuurlijk worden wij daarbij ook geholpen door wat mensen in onze eigen omgeving ons van God vertellen: onze ouders, onze vrienden, leerkrachten, pastores, dichters, kunstenaars. En dan gaat het niet alleen om wat die mensen ons over God vertellen, maar vooral ook om de manier waarop deze mensen leven vanuit het geloof. We kunnen immers beter aanvaarden dat God trouw is, naarmate we meer trouw zien bij onze ouders en bij onze vrienden. We kunnen eerder in een nabije God geloven, als we zelf aan den lijve nabijheid ondervinden bij ouders, vrienden, partners, geliefden. We kunnen pas echt in een liefdevolle God geloven als we zelf liefde van mensen ondervinden. Zo, zo vormen wij ons een beeld van God via mensen, via menselijke relaties, via ervaringen. Als we in ons eigen leven geen nabijheid, geborgenheid en liefde ondervinden, blijven alle woorden over de God van liefde in de lucht hangen.

De evangelist Johannes zegt ons: ’God is liefde, en wil daarom aan mensen eeuwig leven geven’. Johannes weet dat doordat hij Jezus van Nazareth van heel dichtbij heeft meegemaakt. Johannes weet dat doordat hij ervan overtuigd is geraakt dat in die mens God ons getoond heeft hoe Hij is: in nabijheid, geborgenheid en liefde. De heilige Drievuldigheid: één God in drie personen. Misschien mag je dat mysterie daarom in onze tijd zo uitleggen: God is niet een eenzame, hoog boven mensen op oneindig verre afstand verhevene, Hij is niet de onbewogen beweger van alles wat leeft. Neen, God is dialoog, samenspraak van Vader, Zoon en Geest. Hij is per definitie in relatie, in gemeenschap. Hij is liefde.

De heilige Drievuldigheid: een poging om het mysterie van God te benaderen en te verwoorden. Dat kunnen we doen door om te beginnen te luisteren naar zijn stem in de schepping, in Jezus, in onze medemens, in het zuchten van de Geest. Maar wat we ook doen: we kunnen nooit het gehele wezen van God omschrijven, het blijft een gewaagde onderneming.
Amen.