Home » Preekarchief » preken 2016 » 31 juli 2016

31 juli 2016

OVERWEGING ACHTTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 31 JULI 2016
(Prek. 1,2;2,21-23 en Lc. 12,13-21)(C)

Allerlei enquêtes laten zien wat wij onder ‘rijk-zijn’ verstaan. Het gaat dan vooral om een goede gezondheid, tot op hoge leeftijd. ‘Als je maar gezond bent, dat is het voornaamste’, zeggen we tegen elkaar, ‘dan zijn wij rijk’. En ouders die een kind verwachten: ‘of het een jongen of een meisje is, dat maakt niet uit, als het maar gezond is, dan zijn we de koning te rijk!’

‘Gezondheid is onze grootste rijkdom’ zeggen we vaak. Merkwaardig, want als we om ons heen kijken dan heeft ‘rijk-zijn’ vooral te maken met macht en roem, geld en bezit. Dan heeft rijk zijn alles te maken met Donald Trump en Erdogan dan met gezondheid of liefde. Terwijl wij diep in ons hart beter weten. In de eerste lezing uit het boek Prediker legt Prediker zijn vinger op de zere plek. Alles blijkt vluchtig te zijn, zo vluchtig als de wind. Wat je meent te bezitten, is gewoon één grote luchtbel, die je niet kunt meenemen als je voor de grens van leven en dood staat. Alles blijkt een luchtbel te zijn. Op die drempel van leven en dood wordt duidelijk waar je als mens voor staat en of je werkelijk wat aan inhoud hebt opgebouwd. Of dat wat overblijft, als alles verdwenen is, ons geloof, onze hoop en onze liefde is.

Hebt u de afgelopen week ook met zoveel belangstelling gekeken naar Trump en Clinton in Amerika? Hoe met name Trump alleen maar vanuit zichzelf praatte? Ik dit, ik dat. Wat dat betreft lijkt hij wel een beetje op de personage die Jezus vandaag in het evangelie op het toneel zet. Ook dat betrof een zelfingenomen kwast. Constant spreekt hij over ‘ik’. En is hij de maat van alle dingen.

De evangelist Lucas is zeer geïnteresseerd in de tegenstelling arm-rijk. Al vóór de geboorte van Jezus laat hij Maria zingen, dat de rijken met lege handen zullen worden weggestuurd. En als enige noteert hij dat er arme herders in de stal van Bethlehem op bezoek kwamen. Hij geeft daarmee aan dat Jezus zelf afkomstig is uit de onderklasse. Bij de besnijdenis van hun zoon geven Maria en Jozef het vastgestelde tarief voor de armen: een paar duiven. Johannes de Doper laat hij zeggen: als iemand twee hemden heeft, laat hij er dan een aan de armen geven. Maar liefst achttien keer schrijft Lucas over de macht en het gevaar van de rijkdom. Zoals het verhaal dat we vandaag lezen.

Wij hoorden hoe mensen ruzie maken over een erfenis. Een oud maar altijd actueel verhaal. Bij erfenissen leer je de gulzigheid van mensen kennen. Voordat een mens zijn ogen sluit, worden soms de eerste meubels of sieraden al het huis uit gedragen. In het verhaal gaat het om een jonge man die zó hebzuchtig is dat hij weigert om de erfenis met zijn jongere broer te delen. Wat doe je dan in zo’n geval? Dan zoek je een scheidsrechter op, in dit geval een rabbi. Zij komen bij Jezus. Ze verwachten van Hem een uitspraak. Natuurlijk zal Jezus zeggen: ‘doe niet zo flauw, deel die erfenis toch’. Maar het verhaal neemt een verrassende wending: Jezus weigert om rechter te spelen en geeft beide jongens er van langs op te passen voor de hebzucht.

En Jezus vertelt dan het verhaal van de man die verslaafd was aan zijn bezit. Grote schuren liet hij bouwen. Steeds grotere. Maar op ‘n dag is hij gestorven, lag zomaar dood in zijn bed. En zoals we allemaal intussen weten: het laatste hemd dat je draagt heeft geen zakken! Meenemen kun je niets. Naakt kom je ter wereld, zonder iets ga je er weer af!

Een man, slaaf van het materialisme. Schuren afbreken en grotere bouwen. Schatten opbergen, geld voor jaren vastleggen. Voor later! Welk later? ‘Dwaas, nog deze nacht komt men je leven opeisen!’ En wie denkt dat Jezus het nu over onze buurman heeft, heeft het mis. Allemaal hebben we iets van die mentaliteit van die man uit het verhaal van Jezus. De meesten van ons zijn voortdurend bezig om ons bezit te vergroten. Iedereen wil zo aangenaam mogelijk leven. Is geld dan zo verkeerd? Natuurlijk niet. Een apotheker heeft zoveel vergif in huis dat hij een halve stad om het leven kan brengen, is hij daarom zelf vergiftigd? Dwaas zijn we alleen als geld ons leven beheerst. Als we alles voor geld doen, zelfs waar het gaat om het leven van onze zusters en broeders. Dwaas zijn mensen voor wie geld het enige is waarvoor zij leven.

Jezus waarschuwt ons tegen elke vorm van verslaving. Dat loopt van bekoringen van geld en goed naar bekoringen van macht, eigen gelijk en jezelf onmisbaar achten. ‘Ze kunnen me op dit moment op het werk moeilijk missen’, zeggen we dan. Zo belangrijk vinden wij onszelf, zo onmisbaar. Maar dwaas, nog deze nacht staat ijzeren Hein bij je aan de deur. Ja, als we goed kijken strijkt het evangelie dit weekend tegen alle haren in.

Het boek Prediker in de eerste lezing zegt het zo duidelijk: rijkdom is zo stabiel als de wind. Maar niet alleen bezit aan geld of macht kan verlammend werken, ook bijvoorbeeld het bezit van de ‘waarheid’ kan mensen tot robots maken. Je kunt zó aan je eigen waarheid blijven hangen, dat je er aan verslaafd raakt. ‘Dwaas’, zegt God ook tegen hen, ‘nog deze nacht komt men je leven opeisen!’ Niet geld en goed, niet onze eigen waarheid, maar Gods liefde is eeuwig. Stel je leven daarom beter in dienst van de liefde, en leef ernaar. Dan vergaar je geen schatten voor jezelf, maar ben je rijk bij God.

Amen
© 2016 Sandor Koppers