Home » Preekarchief » preken 2016 » 27 november 2016

27 november 2016

OVERWEGING EERSTE ZONDAG VAN DE ADVENT,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 27 NOVEMBER 2016
(Jes. 2,1-5 en Mt. 24,37-44)(A)

Het is u misschien niet opgevallen, maar u maakt vandaag een historische gebeurtenis mee. Ik bedoel daarmee niet dat Max Verstappen vandaag de Grand Prix van Abu Dhabi wint, wat ik natuurlijk zeker hoop. Ook bedoel ik niet dat Feijenoord vanmiddag van Utrecht wint. Nee, ik heb het over het feit dat vandaag in Nederland en België het nieuwe Gebed des Heren in gebruik genomen wordt. Tientallen jaren lang is het oude Onze Vader gebruikt door miljoenen mensen wanneer zij hun parochiekerk bezochten, op bedevaart gingen, de rozenkrans baden en voor en na het eten. En dat gebed is vanaf vandaag veranderd. Een historische gebeurtenis voor katholiek Nederland en Vlaanderen!

Over het waarom of de noodzaak laat ik mij hier maar niet uit. Feit is dat vanaf vandaag het nieuwe Onze Vader tijdens alle liturgische plechtigheden van de Kerk dient te worden gebruikt, dus bij de viering van de sacramenten en in het getijdengebed van priesters en religieuzen. Maar het is ook de bedoeling dat katholiek Nederland dit gebed van de leerlingen van Jezus ook thuis bidt. Bij de maaltijden, bij het bidden van het rozenhoedje en eventueel bij het slapengaan. Wanneer wij het zo de hele dag door bidden, wordt heel ons leven als het ware samengevat in het gebed van Jezus zelf, en richten wij ons met heel onze handel en wandel tot onze hemelse Vader.

Want het Onze Vader is een gebed tot een barmhartige Vader, tot een barmhartige God. Dat heeft het heilig jaar van barmhartigheid dat paus Franciscus vorige week heeft afgesloten ons weer geleerd. Het is een gebed om vergeving, het is een beroep op Gods barmhartigheid én het is een belofte om zelf ook aan anderen vergeving te schenken. Niemand minder dan Jezus zelf heeft het ons gegeven. Hij is God de Zoon die als geen ander weet met welke woorden we het hart van God de Vader kunnen raken. Jezus heeft dit gebed aan de Kerk gegeven. De Kerk geeft ons vandaag een vertaling om het nu ook samen met onze Vlaamse medechristenen te kunnen bidden.

En waar een gebed zo vertrouwd is, bestaat het gevaar dat we het soms afraffelen. Tijdens een van zijn vele prediktochten te paard ontmoette de grote heilige Bernardus van Clairvaux eens een boer die tegen hem zei: ‘Abt Bernardus, ik kan het Onze Vader bidden zonder verstrooid te zijn’. ‘Prima’, zei Bernardus, ‘als je dat lukt, krijg je mijn paard’. En de boer begon: ‘Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, zal ik het zadel erbij vragen of niet…’. Het is dus helemaal niet zo eenvoudig om een gebed telkens weer aandachtig te bidden. De heilige Teresia van Avila zei dat echt bidden is, weten wát je zegt en tegen Wie je het zegt. Aan ons de uitdaging om dat bij elk Onze Vader weer te proberen.

Want de beginwoorden van dit gebed zijn al bijzonder, zeker voor de tijdgenoten van Jezus. Wij zijn er inmiddels aan gewend dat we God Vader mogen noemen. ‘Abba’, ‘papa’. Vertouwvol en zonder angst. Toch blijft Hij ook de Vader, ‘die in de hemel is’, heilig en soeverein. Hij is ‘onze’ Vader. Daarmee is Hij Vader van iedereen!

Dan volgen de beden, zeven in totaal. In de eerste drie richt Jezus onze aandacht allereerst op God de Vader. Zijn naam, rijk en wil staan centraal. En voor alle drie geldt die slotzin: op aarde zoals in de hemel. In de hemel ‘draait’ alles om de drie-ene God en zo zou het ook op de aarde moeten zijn, wat de mensheid veel gelukkiger zou maken. Daarna volgen de vier beden voor ons leven: dagelijks brood als beeld van een menswaardig bestaan, door vergeving in vrede leven met God en de medemensen, hulp om te volharden als christen te midden van beproevingen en bescherming tegen het kwade en de aanstichter van het kwaad.

‘En vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren’ heet het in de nieuwe vertaling. Door deze woorden plaatst Jezus ons in het hart van de Barmhartigheid! Om te beginnen dienen wij bereid te zijn anderen te vergeven en dan mogen we een beroep doen op Gods vergeving. Jezus zegt het zelfs nog sterker: ‘Als jullie elkaar niet vergeven, zal de hemelse Vader jullie niet vergeven’(Mt. 6,15). Want zou het niet vreemd zijn dat wij om Gods vergeving vragen, terwijl we zelf niet bereid zijn om te vergeven? Jezus zegt ook dat we pas tot het altaar mogen naderen, nadat we ons verzoend hebben met de ander (Mt. 5,23-24).

Maar wanneer de vergeving van God enkel en alleen zou afhangen van de mate waarin íkzelf kan vergeven, zou het er wel eens somber uit komen te zien! Daarom klinkt tegelijk in de bede door, dat wij aan God vragen ons te vergeven, zodát ook wij in staat zijn te vergeven. Want een ander vergeven is verre van eenvoudig. Vooral als het gaat om iemand die ons diep gekwetst heeft! En hoe zouden wij uit onszelf echte ‘vijanden’ kunnen vergeven, zoals Jezus dat vraagt (Mt. 5,44) en wat zo kenmerkend is voor het christelijk geloof? Dat is alleen mogelijk door zelf diep vanuit de vergeving van God te leven!

De barmhartige liefde van Christus is een liefde die eindeloos geeft en dus ook ver-geeft. Wanneer wij dat beseffen dat wij zelf leven vanuit deze zomaar geschonken liefde en deze zomaar geschonken vergeving, dan zullen we ook sneller kunnen geven en ver-geven. Denk aan de parabel over de schuldenaar die ook schuldeiser meende te mogen zijn. 10.000 talenten werden hem kwijtgescholden, bij wijze van spreken 600.000 euro, maar op zijn beurt eiste hij 100 denaries, 1 euro, van een ander terug (Mt. 18,21-35). Wat wij dus nodig hebben is een eind aan de hardheid van ons hart, dat wil zeggen in alle eenvoud bekennen waarin we tekort geschoten zijn, het woord van vergeving horen en kwijtschelding ontvangen, waardoor we op onze beurt weer kunnen geven en ver-geven. De biecht helpt ons op deze weg. En wanneer het moeilijk is om zelf te vergeven, kunnen wij de Heer vragen dat Hij dat doet. God is met zijn liefde bereid om ons stapje voor stapje verder te leiden. Dat is wat Hij wil geven en nog zoveel meer: wij vragen en de hemelse Vader geeft. Hij is immers barmhartige liefde die geeft wat wij nodig hebben, elke dag weer.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers