Home » Preekarchief » preken 2016 » 29 mei 2016

29 mei 2016

OVERWEGING SACRAMENTSDAG,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 29 MEI 2016
(Gen. 14,18-20 en Lc. 9,11b-17)(C)

Ik heb het inmiddels al vele keren aangehaald: dit jaar heeft paus Franciscus uitgeroepen tot het Jaar van de Barmhartigheid. En telkens probeer ik uit te leggen wat dat ouderwetse woord concreet betekent en wat het verband is met christen zijn anno 2016. Ik heb het vertaald met ‘warmhartig’, warm van hart zijn. De Dikke Van Dale vertaalt barmhartig met mede-lijden, mede-dogen. Het gaat dus over begaan zijn met anderen. Begaan zijn met hun leven, hun pijn, hun succes of hun falen. Begaan zijn met hen zoals Jezus begaan was met de zieken, de hele dag door. Jezus liet zich raken en bewegen door het lijden van de mensen, Hij genas hen. Hij boog zich over hen, reikte hen de hand, Hij zegende hen, Hij vergaf hen. Barmhartigheid kan dus niet op een veilige afstand getoond worden. Het vraagt er midden tussenin gaan staan: in de drek van de vluchtelingenkampen of in de chaos van de veldhospitalen van de wereld. Daar je betrokkenheid laten zien en voelen. Daar aanwezig zijn.

Nu vieren wij dit weekend in Nederland Sacramentsdag. Het sacrament van de Eucharistie staat dit weekend dus centraal. En u weet dat de eucharistie het belangrijkste sacrament van de Kerk is. Het verwijst rechtstreeks naar het Laatste Avondmaal. Jezus was bijeen met zijn leerlingen. Onder de maaltijd nam Hij het brood, brak het en gaf het zijn leerlingen. Toen gaf Hij zijn leerlingen ook de opdracht telkens het brood te blijven delen. Als levende herinnering aan Hem. Telkens als het brood in zijn Naam gedeeld wordt, zal Christus aanwezig zijn. Letterlijk.

En iedere keer als wij eucharistie vieren, geloven wij ook dat Hij daadwerkelijk in ons midden aanwezig is én blijft. Dus als wij het sacrament van het Lichaam en Bloed van Jezus ontvangen of aanbidden, is Hij in ons midden. Hij toont ons dan telkens weer zijn betrokkenheid, zijn warmte en zijn liefde. Zijn barmhartigheid. Door zichzelf weg te geven en door ons aan te raken. Waar? Op die plaatsen waar wij gewond zijn. Gewond door het leven, door verdriet, door pijn, door honger. Lichamelijk of geestelijk.

Hoe zou je die gezegde aanwezigheid van Jezus in de eucharistie nog meer kunnen omschrijven? Het betekent een moment van aanraking, je wordt persoonlijk door God aangeraakt wanneer je de communie ontvangt of aanbidt. Elke keer als we het sacrament van de eucharistie vieren, gedenken we dat Jezus ons aanraakt en ons te eten geeft. Als Hij neemt, breekt en geeft, geeft Christus allereerst zichzelf aan ons. Hij schenkt zichzelf weg telkens als wij samenkomen en eucharistie vieren.

De apostel Paulus herinnert ons in zijn eerste brief aan de Korintiërs aan dat Laatste Avondmaal waarin hij precies beschrijft hoe dat toen plaatsvond: ‘Dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam en, na gedankt te hebben, het brak en zei: “Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis’. Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker met de woorden: ‘Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit elke keer dat gij hem drinkt tot mijn gedachtenis’. Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij wederkomt’, schrijft Paulus aan de Korintiërs. Wat moeten wij dus verkondigen? Dat Jezus daadwerkelijk gestorven is, en dat Hij verrezen is en dat Hij terug zal komen! En tot dat gebeurt hebben wij naast deze verkondiging dus ook een taak: wij worden opgeroepen in woord en daad ons geloof in de levende Heer te verkondigen. Hem na te volgen naar vermogen. In zijn Naam, ook onszelf weg te geven aan onze naaste, ver weg of dichtbij. Ons hart laten raken door de ander. Dezelfde barmhartigheid te tonen aan de ander, zoals de Heer die aan ons betoond heeft.
En dan hoeven we niet bang te zijn dat die barmhartigheid ooit op zal raken. Denk maar aan het verhaal van de Wonderbare Broodvermenigvuldiging dat wij zojuist gehoord hebben: na het voeden van de vijfduizend zijn er nog vele manden met brood en vissen over. Als wij ons steeds laten voeden door de Heer, zal Hij ons ook steeds opnieuw het vermogen geven te delen in zijn Naam. En de ander aan te raken met zijn liefde, zoals Hij ons aanraakt.

Amen
© 2016 Sandor Koppers