Home » Preekarchief » preken 2016 » 30 oktober 2016

30 oktober 2016

OVERWEGING EENENDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 30 OKTOBER 2016
(Wijsh. 11,23-12,2 en Lc. 19,1-10)(C)

Deze week heeft de rooms-katholieke kerk een mooie vernieuwde website gelanceerd www.rkkerk.nl. Het opvallende van deze site is in mijn ogen dat het wel lijkt of het katholieke geloof in Nederland een compleet nieuw verschijnsel is. Alsof het katholieke christendom pas een paar jaar in Nederland aanwezig is. Terwijl Sint Servaas al in de vierde eeuw al bisschop van Maastricht was en Willibrord en Bonifatius in de zevende eeuw hier actief waren. Meer dan 1200 jaar christendom dus! Maar als je de genoemde site doorbladert dan lijkt het wel een eerste kennismaking met een compleet nieuw verschijnsel. Het begint meteen met drie open vragen: Wie zijn wij? Wat geloven wij? En wat doen wij? En op een vriendelijke manier worden die vragen vervolgens beantwoord. Ze worden beantwoord met het oog op al die mensen die ondanks 1200 jaar christendom in Nederland helemaal niets weten van Jezus.

Misschien vermoeden al deze mensen wel dat er iets goeds in Jezus en zijn boodschap schuilt, misschien zijn ze gewoon nieuwsgierig, maar om wat voor reden dan ook worden zij gehinderd in het echt leren kennen van Jezus. Dat komt deels door onze eigen geschiedenis, door de publieke opinie daaromtrent, door de media, maar ook door de valse voorlichting omtrent Jezus dat Hij gewoon een profeet is, een mens die wijze behartenswaardige uitspraken doet, maar verder geen betekenis heeft. Terwijl zij niet horen of lezen dat in Jezus God werkelijk naar ons toekomt, werkelijk mens wordt om ons te helen en om ons als mens gelukkig te maken. Kennelijk is er zoveel dat het zicht op Jezus belemmert dat je echt wel in hoge bomen moet klimmen om nog iets van Jezus te kunnen zien.

Wat dat betreft is er dus niets nieuws onder de zon. Want Zacheüs heeft ook op een of andere manier interesse in Jezus gekregen. Hoe of waarom wordt niet vermeld. Maar we mogen aannemen dat hij iets goeds in Jezus zag, dat hij nieuwsgierig naar Hem werd, iets waar hij, Zacheüs misschien wel baat bij zou kunnen hebben. Maar hij krijgt geen zicht op Jezus, anderen staan ervoor.

Zacheüs gaat echter niet bij de pakken neerzitten. Hij doet moeite om Jezus te zien. Zoals het ons ook zal lukken als wij echt willen. Zacheüs klimt daartoe in een vijgenboom. Wij lezen er misschien overheen, maar het is geen toeval dat juist die boom genoemd wordt. De vijgenboom: al bij Adam en Eva werd die genoemd, en ook het hout van het kruis van Jezus zou van het hout van de vijgenboom afkomstig zijn. In de joodse traditie kwamen Schriftgeleerden bijeen onder een vijgenboom. Het is een boom met een dicht bladerdak. Het staat symbool voor Juda, voor het joodse volk. We zouden dus kunnen zeggen: Zacheüs klimt via het joodse geloof omhoog om zicht te krijgen op Jezus. En hij krijgt Jezus ook te zien. En dat niet alleen: Jezus ziet hem ook! En dat Jezus ons ziet, dat God ons ziet, is dan ook de kern van het christelijk geloof. Jezus heeft oog voor mensen, ook voor degenen die het minder goed doen. De zondaars. Zacheüs was zo’n zondaar. Jezus reikt hem de hand, Hij wil te gast bij hem zijn.

Lucas stelt ons Jezus vandaag dus weer eens voor. Jezus is onderweg. Hij trekt door stad en land en aangezien Hij geen vaste verblijfplaats heeft, is Hij aangewezen op de gastvrijheid van mensen. Jezus is de Godsgezant die aan al wie Hem gastvrij ontvangt, heil van Godswege aanbiedt. En dat overkomt Zacheüs, hoofdtollenaar van Jericho en dus een belangrijk en schatrijk man, maar vanwege zijn beroep uitgespuwd door het volk. ‘Hij was klein van gestalte’, schrijft Lucas, misschien letterlijk zo, maar hoogstwaarschijnlijk meer nog door de algemene verachting. Voor uitgestotenen, hoe dan ook, heeft Jezus altijd een bijzondere aandacht. En Hij zich voelt zich vaker thuis bij tollenaars. Want God is er niet op uit mensen die niet leven zoals het misschien hoort, te straffen. In het boek Wijsheid lazen we zojuist dat God van mensen houdt. En als ze hardnekkig hun eigen wegen gaan, voor zichzelf leven, zonder zich te bekommeren om God of gebod, en hun naaste niet zien staan, dan nóg blijft God geduldig proberen die mensen naar zich toe te trekken. En dat blijkt te werken, zoals we in het leven van Zacheüs hebben kunnen zien.

Zacheüs klom in de vijgenboom. Opstijgen, of het nu een berg is die je bestijgt of een boom waarin je klimt, een beweging omhoog heeft in de Bijbel altijd te maken met het verheffen van je geest, met bidden. Zacheüs had zich ook veilig onder het bladerdak kunnen verstoppen, hij had genoegen kunnen nemen met zijn eigen inzichten en zijn eigen wijsheid. Maar hij besloot hoger te klimmen, hij werd gedreven om Jezus te kunnen zien en uiteindelijk kwam hij boven het bladerdak uit en zag hij Jezus.

Voelen wij, net als Zacheüs, aan dat wij beter worden van een ontmoeting met Jezus? Het antwoord op die vraag zal bepalend zijn voor de aanwezigheid van christendom in onze samenleving. De ervaringen van miljoenen zeggen ons in ieder geval dat een ontmoeting met Jezus altijd meevalt. We weten niet wat Hij ons dan zal zeggen. We weten alleen dat wij altijd tekort schieten. En we weten dat Zacheüs blij was nadat hij ervaren had hoe Jezus hem gezind was. Dat is ook zo’n beetje de constante van wat elke ontmoeting met Jezus ons wil geven, of we Hem nu ontmoeten in de eucharistie, in ons persoonlijk gebed of in onze dienst aan onze naaste: Jezus maakt ons tot blije mensen.

Dat wij steeds open mogen staan voor deze ontmoeting; dat we er steeds meer naar mogen verlangen. We zullen niet teleurgesteld worden.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers