Home » 11 november 2018

11 november 2018

OVERWEGING TWEEENDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE

(1 Kon. 17,10-16 en Mc. 12,38-44)(B)

Kom je als niets hebt vanzelf dichter bij God? Dat is een interessante vraag, hè. Als het antwoord volmondig ja zou zijn, dan zou het een goede verklaring zijn dat in de oorlog, of welke oorlog dan ook, de kerken volstromen zodra zij hun deuren openden. Uit verhalen van mijn eigen ouders en grootouders weet ik dat dat tijdens de laatste oorlog zeker het geval was. Maar word je als je niets hebt ook een beter mens?  Er zijn verhalen hoe mensen in tijden van oorlog en rampspoed er veel meer voor elkaar zijn dan in betere tijden. Maar ik ken ook genoeg verhalen uit de geschiedenis waarin mensen tijdens zulke periodes juist ontzettend hardvochtig zijn voor elkaar en dus helemaal niet bereid zijn om met elkaar te delen. Dan was het eerder eten of gegeten worden. Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. Net als iemand beter zicht krijgt op wat er werkelijk toe doet als hij niets te verliezen heeft. Ook dat kun je niet een twee drie zeggen.

Dus ja, wat doe je dan als mens met de onzekerheden in het leven? Dan probeer je zoveel mogelijk zekerheden in te bouwen. Iets achter de hand te houden en voor tijden van nood een appeltje voor de dorst te hebben. En dat doen wij in onze tijd door ons goed te verzekeren. Als ik mij immers goed verzeker dan ben ik veilig wanneer de nood aan de man komt. Vandaar onze WA-verzekering, onze ziektekostenverzekering, letselschadeverzekering, brand- en inbraakverzekering, inboedelverzekering, rechtsbijstandverzekering en een uitvaartverzekering. Daarnaast verzekeren we ons voor arbeidsongeschiktheid en via onze pensioenen voor een extra als we oud zijn en niet meer kunnen werken. En als je denkt dat het zo wel genoeg is met die verzekeringen, dan wordt ons een polis aangeboden waarin ook onze Iphones, tablets en laptops extra verzekerd zijn tegen vallen en beschadiging en diefstal. Is daarmee alle onheil afgewend? Ik vrees van niet. Consumentenprogramma’s zijn wekelijks gevuld met verhalen van mensen die ondanks dat zij dachten verzekerd te zijn geen of heel weinig van hun schade uitgekeerd kregen. Het is dus ten dele schijnzekerheid.

En dan heb je nog een ander type mensen. Dat zijn de mensen die om wat voor reden dan ook zich niet of nauwelijks verzekerd hebben. Daklozen, mensen met gokschulden, psychiatrisch patiënten, drugsverslaafden. Maar ook mensen om een andere reden de boot hebben gemist in de samenleving. En twee van die mensen worden ons vandaag in de lezingen ten voorbeeld gesteld. In beide gevallen betroffen het geen drugsverslaafden of psychiatrisch patiënten, maar mensen die door het noodlot aan lager wal waren geraakt. Buiten hun schuld weduwe waren geworden. Zij gingen met lege handen door het leven. Zoals bijvoorbeeld die weduwe van Sarefat. Zij was aan het eind van haar latijn. Zij had niets meer. De voorraden waren door de langdurige droogte uitgeput en ze was niet in staat om deze voorraden op eigen kracht aan te vullen. Nu was praktisch alles op. Nog hooguit een keer eten en dan sterven. Uitgerekend aan haar vraagt de weggevluchte profeet Elia om eten. ‘Geef eerst mij, daarna maak je voor je zoon en jou wat klaar. God zorgt er dan wel voor dat olie en meel niet opraken’.

Het water stond haar tot aan de lippen. Ze was wanhopig. Maar ze doet het. Wat heeft ze immers te verliezen? Of leefde ze diep van binnen vanuit een soort onnoembaar Godsvertrouwen en solidariteit met andere arme mensen zoals Elia? Ze geeft het laatste wat ze heeft weg. En ze staat vervolgens met lege handen. Onzeker hoe het afloopt. Maar dan komt het. God vult die lege handen. En ze hadden elke dag te eten. Op de bodem van haar leven ontdekt ze dat haar enige echte verzekering bij God berust.

In het evangelie horen we dat Jezus tegenover de schatkist van de tempel plaatsneemt. Jezus ziet dus precies wat iedereen in die bak gooit. Voelden mensen zich door Hem bekeken? Nou, velen absoluut niet. Velen wilden namelijk heel graag aan jan en alleman laten zien wat zij op de schaal gooiden. En dan komt er een vrouw die twee van de allerkleinste, meest waardeloze muntjes in de kist wierp. Een flutbedragje. Maar dat flutbedragje was wel haar hele bezit. Het was wel alles wat ze had met als gevolg dat zij daar vervolgens letterlijk met lege handen stond.

Maar Jezus heeft iets met zulke mensen. Een paar weken geleden ontmoetten we al die arme blinde bedelaar Bartimeüs. Anders dan de leerlingen die maar moeite hebben om Jezus werkelijk te volgen en werkelijk alles achter te laten, zijn deze mensen als het ware vanzelf perfecte volgelingen van Jezus. Kom je als je niets hebt vanzelf dus toch dichter bij God? Je zou aan de hand van deze twee weduwes en de blinde bedelaar Bartimeüs van ja zeggen.

De weduwe geeft alles wat ze had, haar hele levensonderhoud. En dat woord levensonderhoud zou je dus kennelijk ook met ‘leven’ kunnen vertalen: ze offert haar leven! Zou Jezus zich juist daarin herkend hebben? Zij schenkt zichzelf aan God. En Hij laat het op Golgotha zelf ook aan zijn leerlingen zien. Hij houdt daarmee zijn leerlingen, u en mij dus, twee levenswijzen voor. Waar ga je voor? Hoe sta je in het leven? Durf je met lege handen te staan, te vertrouwen op God? Alles aan Hem en je naaste te geven? Ligt daar het geheim? Dusdanig vertrouwen te hebben dat we ons altijd veilig voelen in de handen van Jezus? Met open vrijgevige handen in het leven staan? Misschien dat bidden ons kan helpen om het juiste inzicht te krijgen?

Amen.
© 2018 Sandor Koppers