Home » Preken 2020 » Overweging Doop van de Heer

Overweging Doop van de Heer

Er is ter wereld dan ook geen dal zo diep als het Jordaandal ter hoogte van Jeruzalem

12 januari 2020
Doop van de Heer (Mt. 3,13-17)Schriftlezingen: Jes. 42,1-4.6-7 en Mt. 3,13-17 (A)

De rivier de Jordaan ontspringt boven op de berg Hermon, zo’n driehonderd meter boven de zeespiegel. De Jordaan is 360 kilometer lang en mondt via een enorm verval uit in de Dode Zee. Het niveau van die binnenzee ligt 390 meter onder het niveau van de Middellandse Zee. Er is ter wereld dan ook geen dal zo diep als het Jordaandal ter hoogte van Jeruzalem. En de rivier: je hebt er niet zoveel aan. Hooguit geschikt om te dopen.

En bij die rivier staat Jezus in de rij tussen mensen die zijn gekomen om zich te laten dopen. Anoniem wachtend tussen de zondaars die zich willen bekeren, tussen de stumperds die vastgelopen zijn in het leven en tussen de mensen die een nieuw leven willen beginnen. Het is de allerlaagste plek van de hele wereld, dieper kan een mens op deze aarde niet afdalen; lager bestaat niet. Hier op deze plek toont Jezus zich solidair met al die mensen op deze wereld die er niet zoveel van terecht brengen, die aan lager wal zijn geraakt, maar die diep in hun hart toch zo graag anders zouden willen doen.

Ten diepste moet dat ook onze motivatie zijn om gedoopt te willen worden. Als wij nog niet gedoopt zouden zijn dan zouden we dat moeten willen om die reden. Dat wij op een of andere manier hulp nodig hebben, redding, bevrijding, vergeving. Bevestiging. En dat wij die hulp van God verwachten. Althans zo zou het moeten zijn. Maar de meesten van ons zijn als baby gedoopt, ongevraagd hebben onze ouders ons naar de kerk gebracht en ons laten dopen. We hebben er geen persoonlijke herinneringen aan, er zijn hooguit wat foto’s of films, meer niet. En de mensen die ons toen ten doop hielden, in veel gevallen zijn die er al niet meer.

Daarom is het goed dat wij op het feest van de Doop van de Heer uitdrukkelijk worden herinnerd aan ons doopsel en aan al datgene wat eraan verbonden is. Want er is nogal wat aan het doopsel verbonden. Het staat voor een compleet program. Het is de kern, het is de bron van ons leven als christen.

Wat zagen en hoorden wij zojuist? Dat Jezus bevestigd wordt wie Hij is en dat Hij na zijn doop begint met het verkondigen van de blijde boodschap. Het is dus een bevestiging en een begin. Een bevestiging want toen Jezus uit het water opstond, zag Hij de Geest neerdalen en hoorde Hij de stem van de Vader die zei: ‘Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb’. Woorden om even bij stil te staan. Woorden van bevestiging. Jezus is de geliefde Zoon van God. Velen van u zijn ouders van kinderen en grootouders en wij zijn allemaal kind van ouders geweest, dan weet u hopelijk uit ervaring hoe groot de liefde van ouders voor hun kinderen is. Zo’n liefde, en dan nog veel meer, geeft Jezus de kracht om het land door te trekken en uiteindelijk tot het uiterste te gaan om aan iedereen bekend te maken waartoe Hij gezonden was.

En wat doet Jezus nu door zich te laten dopen? Hij was toch zonder fout of tekort, Hij had de doop om die reden toch helemaal niet nodig. Dus waarom zou Hij zich moeten aansluiten in de grote rij van zondaars die zich bij Johannes meldde? Dat was voor Johannes ook een vraag. En toen zei Jezus: ‘Zo moet het zijn, het is passend’, want door zich te laten dopen wees Jezus ons de weg naar het doopsel. Hij heeft het ons voorgedaan. Zijn doopsel is het oerbeeld van ons doopsel. Want in het doopsel worden wij schoongewassen, al wat fout is aan onze mensengeschiedenis wordt afgespoeld. Maar dat niet alleen: ook wij worden bevestigd, wij ontvangen vervolgens ook genade, kracht van de heilige Geest.
Want ook voor ons zijn de woorden waar: ‘Jij bent mijn veelgeliefde’. In het doopsel worden wij de veelgeliefde kinderen van God.

Ons doopsel is dus een bevestiging, maar ook een begin. Een begin van het echte werk. Met de doop van Jezus begon zijn verkondiging, zijn genezingen en zijn lijden, sterven en verrijzen. En met ons doopsel zijn wij ook geroepen te verkondigen, te genezen of anders gezegd dat koninkrijk van God dichterbij te brengen. Niet met stemverheffing en geweld, het geknakte riet niet breken, de kwijnende vlaspit niet doven, maar door binnen onze eigen mogelijkheden heilzaam te zijn voor de zieken in onze straat, de verdrukten in onze stad, de gevangenen in ons land en de armen in onze wereld. Gerechtigheid vervullen: een leven leiden naar Gods bedoeling.

Het is duidelijk dat als iedere gedoopte zijn doopsel zo zou beleven en daar zo werk van zou maken, dat de wereld dan echt verandert. En voor elke mens heeft deze opdracht een andere vorm. Maar iedere gedoopte is ertoe geroepen te laten zien dat christen-zijn een verschil maakt. En laat hij zich daarbij gedragen en gesteund weten door de kracht van Gods Geest die hij in het doopsel ontvangen heeft. Dat tegen hem of haar is gezegd: ‘Jij bent mijn veelgeliefde. Ik heb vertrouwen in je’. Die liefde van God is onze belofte, die liefde met de wereld delen is onze opdracht.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers