Home » Preken 2020 » Overweging derde zondag van Pasen

Overweging derde zondag van Pasen

Heb geduld mensen! Hou vol! We zijn op de goede weg.

26 april 2020
Schriftlezingen: (Hand. 2,14.22-32;1 Petr. 1,17-21 en Lc. 24,13-35)(A)

Er waren deze week weer tal van mensen teleurgesteld door de toespraak van premier Rutte. De caféhouders en restauranteigenaren hadden meer perspectief verwacht net als de kappers en de schouwburgdirecteuren, maar ook de dominees en pastoors hadden wel meer openingen willen zien. De talkshows op de televisie hadden er in ieder geval weer genoeg gespreksstof aan. En telkens weer was de mantra: heb geduld mensen! Hou vol! We zijn op de goede weg. We zien een daling in de cijfers. Maar het virus is nog niet uitgewoed. We moeten nu nog even de kiezen op elkaar houden. Er is helaas nog geen medicijn ter genezing of ter voorkoming van covid-19. Iemand zei van de week: met mijn hoofd begrijp ik het, maar met mijn hart heb ik er moeite mee. De man was duidelijk teleurgesteld. En hij niet alleen.

De leerlingen van Emmaüs waren ook teleurgesteld. Natuurlijk niet door wat er nu aan de hand is, maar door wat er in hun dagen allemaal gebeurd was op Goede Vrijdag. Dat had zo’n desastreuse indruk op hen gemaakt dat zij niets anders konden opbrengen dan maar wegvluchten voor de hele situatie. Weg. Het hoofd onder de lakens. Wegkruipen tot niemand je meer kan zien. En kom dan niet aan met het verhaal dat de dood van hun vriend niet het einde is. Of het verhaal van die vrouwen en van de andere leerlingen. Maar toch is dat wat er gebeurt in het evangelie van vandaag: de twee leerlingen gaan lopende weg, pratend met die vreemdeling begrijpen wat Pasen is! Beetje bij beetje dringt het tot hen door. Die ochtend waren er vrouwen naar het graf gegaan en zij hadden ontdekt dat het graf leeg was, maar tevens hoorden zij dat Jezus tot leven was gewekt. Een onbegrijpelijk, haast aanstootgevend verhaal. Teleurgesteld en moe verlieten ze Jeruzalem waar het zich allemaal had afgespeeld. Compleet gedesillusioneerd. Hun hoop de bodem ingeslagen door het gebeuren op Goede Vrijdag. ‘En wij hadden nog zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen, maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd was’. En dat was allemaal op een fiasco uitgelopen.

En dan loopt er plotseling een vreemdeling met hen op en raakt met hen in gesprek over de gebeurtenissen. Wij horen en geloven reeds dat het Jezus is, maar de twee kunnen dat nog niet zien. Waarom niet? Ziet de verrezen Jezus er nu dan zo anders uit? Of zijn ze nog steeds zo overmand door die teleurstelling, verdriet en blinde woede en schaamte dat ze Hem niet zien? De verrezen Christus is dezelfde als de gekruisigde, maar tegelijk is Hij van een andere dimensie dan zijn aardse verschijning. Maar zie eens hoe liefdevol en tactvol Jezus met die twee arme stumperds omgaat. Hij leest hun niet de les, neen, Hij luistert naar wat hen bezighoudt. Hij ziet dat ze terneergeslagen zijn en Hij wil hen nabij zijn. Hoe? Door er gewoon te zijn en echt te luisteren naar wat hun bezig houdt, luisteren naar hun schaamte en verdriet en teleurstelling. Zo toont Jezus zich de ware herder!

En pas nadat zij hun verdriet geuit hadden, hun hart gelucht, vertelde Jezus zijn verhaal. Hij legt er zijn kijk naast en probeert hun vanuit de Schriften te vertellen dat de Messias door het lijden heen moest gaan. Al lopend geeft Hij hen catechese en probeert Hij hun te laten zien dat zijn weg niet dood is gelopen op het kruis, maar een doorgang naar een leven bij God is. De twee hebben dan nog steeds niet in de gaten dat het Jezus is die met hen spreekt. Hoe dan ook doet het gesprek hen zo goed dat ze de onbekende vreemdeling uitnodigen voor de maaltijd, zoals wij dat in zo’n geval ook zo graag doen. Jezus dringt zich niet op, maar laat zich uitnodigen. Een hint naar de wijze waarop Hij nu ook onder ons wil zijn: niet dwingend maar uitnodigend.
Het kwartje valt pas als Jezus brood breekt en deelt. Het gebroken brood is de afbeelding van Jezus. We vieren in iedere eucharistieviering dat Hij aanwezig is in het teken van het gebroken brood. We horen dan altijd ‘Lichaam van Christus’ bij het ontvangen van de hostie. Hijzelf is het. Anders. Dat wel. En terugkijkend ontdekten de leerlingen van Emmaüs pas hoe intens het gesprek met de vreemdeling onderweg was. ‘Brandde ons hart niet?’. Het was inderdaad hartverwarmend die ontmoeting met Jezus, de verrezene.

Het valt waarschijnlijk niet mee om in deze tijd van geestelijke communie en dus van onthouding van de communie, de eucharistie te beleven als een echte ontmoeting met Christus. Want hoe kan dat als ik de H. Hostie niet kan ontvangen? Weet dan dat Jezus ook met ons meeloopt op onze levensweg wanneer wij de Schrift lezen en Hem aanbidden en Hem navolgen in woord en daad. Hij kent ons, we mogen met alles wat we meedragen aan vreugde en verdriet, aan dankbaarheid en zorgen bij Hem komen. En ontdekken dat Hij ons wil ontmoeten, ook in deze eindeloos lege woestijn. Want in deze barre tijd zijn er toch her en der oases. Hopelijk voelt u de aanwezigheid van zo’n oase nu, als u naar deze viering kijkt, maar ook straks en morgen in uw persoonlijk gebed en in uw dagelijks leven. Maar ook als een vreemdeling uw pad kruist. Wie weet gaat in die vreemdeling Jezus schuil? En wanneer je dan probeert te luisteren naar zijn zorgen en met hem meeloopt, ja, wie weet geeft of ontvangt u dan hoop en bemoediging en steun. En ontstaat er zomaar een hartverwarmende ontmoeting.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers