Home » Preken 2020 » Openbaring des Heren

Openbaring des Heren

De Latijnse Kerk, de Kerk van het Westen, viert het feest van de Openbaring des Heren

5 januari 2020
Schriftlezingen: Jes. 60,1-6 en Mt. 2,1-12)(A)

Dit weekend viert de Latijnse Kerk, de Kerk van het Westen het feest van de Openbaring des Heren en volgende week het feest van de Doop van de Heer en eens in de drie jaar het feest van de Bruiloft te Kana. In de Oosterse Kerken vieren ze al deze drie feesten ineen: het bezoek van de wijzen, de doop van Christus en het wonder van Kana. Het zijn alle drie openbaringsverhalen.

Wij noemen het christelijk geloof dan ook een ‘Openbaringsgeloof’. Wat betekent dat ‘Openbaringsgeloof’? Dat betekent dat wij niet geloven dat het iets is dat iemand uitgedacht heeft en wat allemaal logisch en vanzelfsprekend lijkt, of dat we iets in ons hart stiekem graag zouden willen, zoals een leven na de dood zonder pijn en zonder verdriet. Nee, dat is niet wat we bedoelen met de term openbaringsgeloof. We geloven ook niet in een filosofische stroming die met haar verstand iets over God als de Schepper zegt. Nee, dat bedoelen we ook niet met openbaringsgeloof. Nee, wat wij bedoelen met de term openbaringsgeloof is dat wij geloven in een God die met ons mensen is gaan spreken, die is binnengetreden in het menselijk leven, die met ons een relatie is aangegaan en nog steeds met ons bezig is en zich daardoor nog steeds aan ons openbaart.

Het Tweede Vaticaanse Concilie zegt het in ‘Dei Verbum’ als volgt: ‘Zo spreekt door deze openbaring de onzichtbare God, uit de overvloed van zijn liefde, tot de mensen als tot zijn vrienden en gaat Hij met hen om, teneinde hen uit te nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen’. God wil dus een relatie, een vriendschap met de mens. Dat is het uiteindelijke doel, de gemeenschap met God.

Vandaag openbaart zich in het evangelie Jezus aan de wijzen, dat wil zeggen aan mensen die niet deel uitmaakten van de Joodse geloofsgemeenschap. Het waren wel zoekers en ze dachten het in de natuur en in natuurverschijnselen te kunnen vinden. En ook al kom je zo niet bij de openbaring uit, het is wel precies die houding die hen ontvankelijk maakte voor en nieuwsgiering maakte naar God. Zij volgden een natuurfenomeen, een ster aan de hemel en ze kwamen uiteindelijk uit bij iets dat dit natuurverschijnsel totaal te boven ging: een stal in Bethlehem die in de eenvoud van Jozef, Maria en het kindje Jezus niets bijzonders leek te zijn, maar die in dat pasgeboren kind de mensgeworden God herbergde. En zo waren het uiteindelijk niet de wijzen die God vonden, maar het was God die de wijzen vond, die bij hen kwam en die zich aan hen openbaarde. In de stal van Bethlehem werden zij op een heel concrete manier – via Jozef, Maria en Jezus – opgenomen in die gemeenschap met God waar de concilietekst over sprak.

De wijzen zijn in hun zoektocht voor ons een groot voorbeeld. Wij hebben van God ons verstand gekregen. En dit verstand is er niet alleen om wiskunde mee te doen en de natuur te onderzoeken en te beheersen, maar dat verstand heeft zijn uiteindelijke doel in God. Het is door God gemaakt voor de waarheid en het vindt zijn rust dan ook alleen in de waarheid: in de kleine waarheid van de wiskunde en de techniek, maar uiteindelijk vooral in de grote waarheid die God zelf is. En als de mens dat blijft ontkennen dat blijft zijn verstand als een soort ‘weeskind’ omdat het zijn oorsprong en zijn doel niet kent.

Aan ons is het initiatief het niet bij die ‘weestoestand’ te laten, maar op zoek te gaan naar onze oorsprong en ons doel: God. Gelukkig is God barmhartig en weet Hij dat wij zwak zijn en niet bepaald volhardend in ons zoeken. Wij geven het maar al te gauw op of denken het al te gauw gevonden te hebben. Maar ook hier komt Hij ons tegemoet. En Hij geeft ons zelfs meer dan we zouden verwachten: gemeenschap met Hem. Stellen wij ons hart dan nogmaals open om de kerststal te bezoeken en deel te worden van de gemeenschap rond het heilig Huisgezin, de herders en de wijzen: het is een openbaring van gemeenschap waartoe God ook u en mij roept. Ja, er is ook een plekje voor u en voor mij in de stal!

Amen.
© 2020 Sandor Koppers