Home » Preken 2020 » Overweging zesde zondag door het jaar (A)

Overweging zesde zondag door het jaar (A)

Mag het iets meer zijn?

16 februari 2020
Schriftlezingen: Sir. 15,15-20 en Mt. 5,17-37(A)

Als u geregeld op de markt boodschappen doet dan wordt u nog wel eens de vraag gesteld of het ietsjes meer mag zijn. Natuurlijk, geen bezwaar’, is dan meestal het antwoord. In het evangelie stelt Jezus ons eigenlijk dezelfde vraag. Maar bij Hem gaat het niet over boodschappen, maar over wetten, over plichten, over wat we moeten en niet mogen. Waarschijnlijk hebben we dan toch liever ietsjes minder in plaats van ietsjes meer.

En ofschoon van Jezus de indruk bestaat dat Hij het niet altijd even nauw neemt met de Wet of er zich zelfs tegen afzet, is die indruk niet juist. Hier in dit evangelie maakt Jezus overduidelijk dat voor Hem de Tora het uitgangspunt is en blijft. Er zal wat Hem betreft geen haaltje of jota van vergaan. ‘Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen’, zegt Jezus. En juist wat die vervulling betreft was het in de tijd van Jezus heel gebruikelijk dat rabbi’s met elkaar discussieerden over de juiste interpretatie van de Wet en de gevolgen daarvan voor het leven van alledag. En in die discussie mengt Jezus zich. Hij wil de Tora niet veranderen of afschaffen, maar de Wet juist in al zijn kracht voor zijn leerlingen laten gelden. En dan is het heel opmerkelijk dat Jezus zelfs verder gaat, radicaler is dan zijn opponenten, want, zegt Hij ‘onze gerechtigheid moet die van de Schriftgeleerden en Farizeeën verre overtreffen’. Hij gooit er dus nog een schepje bovenop!

Een voorbeeld waarin Jezus duidelijk verder gaat en meer van ons, zijn leerlingen, vraagt is het gebod ‘Gij zult niet doden’. ‘Wie doodt is strafbaar’, dat lijkt nogal duidelijk. Maar Jezus gaat zo gezegd verder, want zelfs degene die boos is op een ander, zijn naaste, overtreedt Gods wet al en wie een ander uitscheldt is eigenlijk al bezig een ander te doden. Het moorden begint in de ogen van Jezus dus al veel eerder: op het moment dat je boos wordt en boos blijft op een ander, hem of haar kwaad toewenst, in woord of daad. Voor Jezus begint doodslag dus lang voordat er ook maar een hand naar een ander wordt uitgestoken. Het begint in het hart, in je gedachten waar je maar niet mee kunt stoppen. Het begint daar waar de ander als minder, als waardeloos, als slechter, als niet-mens wordt afgeschreven.

En in het ergste geval leidt dit tot moord, tot discriminatie, tot onderdrukking, tot racisme of uitbuiting en uitsluiting. We zien het overal gebeuren op onze wereld. Tussen individuen maar ook in het groot. Ver weg in een ander land, maar ook hier, heel dichtbij, wanneer een bekend politicus twitterend controlerende NS-conducteurs wegzet als lastigvallende Marokkanen of wanneer er grappen worden gemaakt over Chinezen in verband met het coronavirus. En misschien maken wij ons er ook wel schuldig aan. Als we neerkijken op een ander, als we mensen buitensluiten, kwetsende woorden gebruiken of zelfs beledigingen uiten, of een ander consequent doodzwijgen.

In mijn jeugd zei men altijd: ‘Schelden doet geen pijn’. Nou, daar klopt natuurlijk helemaal niets van. Schelden doet wel degelijk pijn. Er zijn maar weinig woorden voor nodig om een ander te kwetsen of te beledigen. Woorden als ‘Daar heb je haar weer!’ of ‘Ach, jij ook altijd’. Woorden van die strekking tonen minachting en de kwaadaardigheid daarvan kunnen dodelijk zijn en leiden soms tot zelfdoding. Ze zijn dodelijk. ‘Moord’, zegt Jezus dan ook! Zo staan wij elkaar in het gewone leven, in de gewone omgang van alledag naar het leven. En zo begint het doden, als wij elkaar tot mindere mensen maken, tot mensen die er niet toe doen, die verdacht zijn, die niet meetellen, waar we op neerkijken en die we weg willen hebben.

Je zou kunnen redeneren dat Jezus hiermee wel erg radicaal is. Maar ook te radicaal? Nee, zegt Hij zelf, want zo moeten wij Gods wet verstaan! Voorbij het gewone, gebruikelijke. Mag het ietsjes meer zijn? En neem hierin je eigen verantwoordelijkheid. De eerste lezing wijst ons zonneklaar op onze eigen verantwoordelijkheid. Het is aan ons hoe wij leven. Als we willen kunnen wij de geboden onderhouden en leven naar Gods wet. Aan ons de keuze: vuur of water, de weg van het leven of de weg van de dood? God laat ons hierin vrij. Wij worden niet gedwongen tot de keuze van Gods weg. En alles wat een mens doet is het resultaat van zijn eigen keuze.

Meer dan het gewone menselijk vraagt Jezus dus van zijn leerlingen, dus ook van ons. Want dat is pas gerechtigheid, alleen de letter van de Wet volgen is niet voldoende. Het is daarnaast van belang te leven volgens Gods bedoelingen en dat betekent dus verder gaan dan wij gewoon vinden, want onze gerechtigheid zou groter moeten zijn dan die van de wereld. Ziet eens hoezeer zij elkaar liefhebben! Dus, mag het alsjeblieft een beetje meer zijn?

Amen.
© 2020 Sandor Koppers