Home » Preken 2020 » Overweging 12e zondag door het jaar

Overweging 12e zondag door het jaar

Wees niet bang, vrees niet!

20 juni 2020
Schriftlezingen: (Jer. 20,10-13; Rom. 5,12-15 en Mt. 10,26-33)(A)

Wees niet bang, vrees niet! Deze woorden van Jezus klinken heel dikwijls in de Bijbel, niet alleen uit de mond van Jezus, maar ook bijvoorbeeld uit de mond van de engel Gabriël bij zijn bezoek aan Maria en uit de mond van een legerschaar aan engelen bij de herders van Bethlehem. Het zijn daarom heel belangrijke woorden. Maar ook heel logisch als je daarvan schrikt. Plotseling staat een engelachtige figuur voor je of staat Jezus voor je in de afgesloten ruimte van de bovenzaal. De schrik slaat je om het lijf om zo’n vreeswekkende gebeurtenis. Vrees voor God in de vorm van eerbied is goed, want je hoeft niet bang te zijn. God is liefde en er is geen reden om dicht te klappen.

In het evangelie van vandaag wil Jezus zijn leerlingen daarom ook bemoedigen voor de taak die op hen wacht. Hij waarschuwt ze wel voor tegenwerking en vervolging, zelfs de marteldood sluit Hij niet uit. Maar anderzijds zegt Hij ook: ‘Weest niet bang voor de mensen’. Hoe bedoelt Hij dat nu Hij net daarvoor hen nog een mogelijke gruwelijke dood voor ogen hield? Hij geeft zelf het indirecte antwoord: Weest niet bang, lieve leerlingen, ze kunnen wel je lichaam doden, maar niet je ziel.

Ziel? Wij kennen het woord ziel uit een paar uitdrukkingen, zoals ‘met hart en ziel’ of ‘zielsveel van iemand houden’. Maar praten we onderling nog vaak over onze ziel? Ik denk het niet. Hooguit wordt het begrip ziel door sommige wetenschappers nog gereserveerd als bijproduct van allerlei chemische processen in onze hersenen. We zijn wie wij zijn door onze genen, door onze opvoeding, onze gezondheid, onze omgeving, door medicijnen of drug en daarmee is voor hen de kous af. Maar zien we dan de hele mens?

Eigenlijk wordt de ziel vaak pas achteraf ontdekt of gezien. Wanneer iemand net overleden is, dan is zijn lichaam nog hetzelfde, het is nog warm en soepel, maar omdat de ziel er niet meer is, is alles toch anders. Dus: de ziel valt het meeste op, als zij er niet meer is! In de ziel zit je eigenheid en je uniciteit, het is de zetel van je persoon, van je vrije wil, van je geweten en vooral van je vermogen om lief te hebben. En uiteindelijk verwijst de ziel door haar verlangens naar liefde ook naar haar oorsprong van de liefde: naar God zelf! De ziel heeft dus alles met God te maken. En daarom de eeuwenoude vraag waar de ziel is, als zij uit het lichaam is heengegaan?

Het antwoord van Jezus luidt: ‘Weest niet bevreesd: gij zijt meer waard dan een zwerm mussen. Ieder die Mij belijdt bij de mensen, zal Ik belijden bij mijn Vader die in de hemel is’. Onze ziel is van nature op God gericht, op het Goede, het Ware en het Schone. En het doel van ons leven is onze ziel voor te bereiden op de ontmoeting met God, door het goede te doen, het ware te zoeken en het schone lief te hebben.

Op weg naar dat levensdoel begeleidt Jezus ons dan ook met zijn voorbeeld, zijn inspiratie en zijn hulp en troost en kracht. Als we Hem centraal stellen in ons leven, kan vanzelf heel veel angst wegvallen. Als we beseffen dat heel veel zaken, waar we ons normaal gesproken altijd zo druk over maken, uiteindelijk in het licht van de eeuwigheid heel betrekkelijk zijn, dan kan dat heel wat zorgen en angsten wegnemen. Wij zijn veilig bij Hem. Hij heeft onze namen geschreven in de palm van zijn hand.

Gisteren heb ik een parochiaan het sacrament van de zieken bediend. Het was een mooi ritueel met de aanwezige kinderen. De zieke bad aandachtig mee. Door deze ziekenzalving kon zij het leven loslaten en stierf zij een paar uur later in alle rust en vrede. De kinderen waren vanzelfsprekend emotioneel nu hun lieve moedertje op sterven lag, maar ook bij hen ontstond er een rust en overgave dat hun moedertje veilig is in Gods hand.

Het gaat dan ook om het maken van de juiste keuzes in het leven om te vermijden wat schade brengt aan onze ziel, daartoe moeten we ons geweten, ons beste inzicht volgen. Dat kan wel eens moeilijk zijn, maar uiteindelijk vinden we daarin vrede en rust. Denk maar aan Petrus. Eerst verloochende hij Jezus uit angst voor de mensen, maar hij vond daarin geen vrede, alleen maar wroeging en spijt. Uiteindelijk vond hij die vrede pas door zijn leven aan Jezus toe te wijden. Ook wij kunnen vrede vinden als we Jezus in het centrum van onze ziel laten zijn.
Amen.

© 2020 Sandor Koppers