Home » Preken 2020 » Overweging Hoogfeest Sacramentsdag

Overweging Hoogfeest Sacramentsdag

Toen gaf Hij hen onderweg manna en water uit de rots, waardoor zij door konden gaan om verder te trekken.

14 juni 2020
Schriftlezingen: Deut. 8,2-3.14b-16a; 1 Kor. 10,16-17 en Joh. 6,51-58(A)
Wij vieren dit weekend in Nederland Sacramentsdag: de dag waarop wij als geloofsgemeenschap onze aandacht in het bijzonder willen richten op wat ons zo dierbaar is en wat we in deze tijd van corona nu al zo’n tijd moeten missen. Het samen vieren van de heilige eucharistie. Op Witte Donderdag, de avond voordat Jezus door Judas zou worden verraden, heeft Jezus samen met zijn leerlingen het Laatste Avondmaal gevierd. Voor Hem en zijn vrienden een bekend ritueel van het Pesachmaal, maar nu door Jezus van een compleet nieuwe betekenis voorzien. Het Laatste Avondmaal zou daarna worden gezien, gevierd en geloofd als het vieren van het lijden, sterven en verrijzen van Gods Zoon. Het zou een schat worden die aan de Kerk werd toevertrouwd en die telkens weer het Paasmysterie present zou stellen. Niet over zou doen, maar present zou stellen. En al in de vroegste Kerk werden die eenvoudige materialen, brood en wijn, gezien en beleefd als het werkelijke Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus. Super eenvoudige tekenen. Je zou kunnen zeggen dat zij staan voor ons leven: zoet en zuur, koude en warmte, leven en dood. En in al die momenten van ons leven wil God, wil Jezus, bij ons zijn. Met ons meetrekken, zoals God dat ook deed bij het joodse volk veertig jaren lang. Toen gaf Hij hen onderweg manna en water uit de rots, waardoor zij door konden gaan om verder te trekken.

En vlak voordat Jezus zijn kruisoffer zou brengen heeft Hij die oer eenvoudige tekenen van brood en wijn een nieuwe betekenis gegeven. Het brood zou geen voorwerp meer worden, maar het Lichaam van Christus. De wijn geen voorwerp meer worden, maar het Bloed van Christus. God zelf komt in ons midden in de gedaanten van brood en wijn. En naar dit Lichaam, dit Bloed, naar deze verborgen en toch tegelijkertijd aanwezige God richten wij sindsdien onze aanbidding. We staan met aandacht tijdens de eucharistieviering op wanneer de priester de consecratiewoorden uitspreekt. Het geluid van de altaarschel als de priester de sacramentele tekenen van brood en wijn omhoog heft, schudden ons wakker om ook werkelijk ons hart in aanbidding omhoog te heffen.

En dat doen we hier en in talloze andere kerken en kapellen. We plaatsen ons op dat moment dan ook in een juiste verhouding ten opzichte van God: wij zijn schepselen en we weten dat ons vermogen maar heel beperkt is. Het eerste en grootste wat we daarom kunnen doen is God aanbidden: onze kleinheid en tegelijkertijd zijn grootheid erkennen. En dat erkennen gebeurt eigenlijk zonder veel woorden, hooguit met wat liederen en wierook. Je moet het geen meditatie noemen of een gebed uit dankbaarheid. Het is de stille herkenning van onze totale afhankelijkheid van God. We worden ons bewust dat we niets zijn zonder God. Hij draagt ons elk moment van ons bestaan. En dat alles op zo’n ongelooflijk nederige manier waarop God naar ons toekomt. Super eenvoudig. Heel gewoon.

Wel wat anders dan de trotse beelden die meestal in de 19e eeuw op vele plaatsen in Europa en Noord- en Zuid-Amerika zijn opgericht. Ze werden vaak opgericht om de net ontstane naties, de landen met de namen zoals wij die nu nog kennen, een sterke identiteit te geven. ‘Kijk eens, dit is onze held! Hij hoort wij bij ons. Wij zijn zijn verre nazaten en daar zijn we trots op!’. Dat was min of meer vaak de achterliggende reden om die beelden op te richten. En dus werden ze uitgebeeld hoog te paard of zelfverzekerd wijzend naar een glorieuze toekomst die voor die natie in het verschiet lag. Toentertijd had men geen oog voor het bloed dat vaak aan hun handen kleefde. Want al de daden die zij hadden verricht, de resultaten die zij hadden bereikt, waren wel ten koste gegaan van ontelbaar onschuldig bloed en van de vrijheid van onnoembare hoeveelheden mensen. Het waren slavenhandelaren of wat we nu zouden zeggen oorlogsmisdadigers en schenders van mensenrechten. Het lijkt mij dus een heel goede zaak als we met elkaar eens kritisch kijken of deze beelden nu nog in onze samenleving thuishoren. En ik denk dat een volwassen natie uiteindelijk altijd in het reine kan komen met zijn geschiedenis. En dat zij dus ook niet bang hoeft te zijn als er af en toe eens een ‘held’ van zijn sokkel valt.

Wie nooit een heldenstatus ambieerde was Jezus. Hem beelden we eigenlijk vooral af als een lijdende mens aan een martelwerktuig. Ontdaan van elke menselijkheid en van elk triomfalisme hangt Hij boven onze deuren en in onze kerken. Hij, de lijdende dienaar die het slavenwerk deed en zijn leerlingen de voeten waste. Hij liet ons dat supereenvoudige teken van brood en wijn na als teken van zijn liefde tot het uiterste.

Wij worden vandaag in het bijzonder uitgenodigd ons voor Hem neer te knielen en te zeggen ‘Mijn Heer en mijn God’.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers