Home » Preken 2020 » Overweging 19e zondag door het jaar 2020

Overweging 19e zondag door het jaar 2020

Bij hevige wind is varen op het meer een moeilijke karwei en gevaarlijk.

9 augustus 2020
Schriftlezingen: 1 Kon. 19,9a.11-13a; Rom. 9,1-5 en Mt. 14,22-33(A)
In Galilea ligt een betrekkelijk groot meer, gekend als het meer van Tiberias of Genezareth. Een boottocht op dit meer staat op het programma van toeristen en bedevaartgangers in het land van Jezus. Bij hevige wind is varen op het meer een moeilijke karwei en gevaarlijk.
Jezus was met dit meer bekend en heeft een aantal keren een bootje gebruikt om van daaruit te preken of voor een oversteek. Zo was Hij met een bootje naar een eenzame plek gevaren om er zich af te zonderen en te bidden. Maar ook daar hadden de mensen Hem opgezocht en heeft Hij in de avond gezorgd dat de grote menigte iets te eten kreeg. Nadat Hij het volk had weggezonden en zijn leerlingen gedwongen had in de boot te gaan, ging Hij daar een berg op om er tijdens de nacht te bidden.

Mattheus heeft twee verhalen over een bewogen vaart, telkens bedoeld om bij zijn lezers hun geloof en vertrouwen in Jezus te versterken. Het evangelie lijkt wel ons eigen verhaal en dat van de wereld te vertellen. Net als de apostelen worden ook wij soms, misschien zelfs vaak, getroffen door tegenwind, en komen we in een storm terecht. De storm van tegenslag, van mislukking, van ruzie in het gezin, in de familie, met collega’s, met de baas. Of de storm van armoede, pijn en verdriet, ziekte en dood. Stormen genoeg, die dikwijls totaal onverwacht op ons afkomen. Zoals de storm van het coronavirus. Of de storm van die verschrikkelijke explosie in Beiroet. Maar misschien ook de opzettende storm van faillissementen van ondernemingen, toerisme, evenementen. Van werkloosheid en schulden die niet af te betalen zijn. Van lockdowns die landen, steden en dorpen verlammen. Van miljoenen mensen die besmet zijn, noem maar op. Overvolle ziekenhuizen.

Maar ook zonder het coronavirus kennen we heel wat stormen. Stormen door onze onmacht om in te gaan tegen het kwaad in onszelf en in de wereld. Stormen door ons zwak geloof, onze twijfels of door ons gebrek aan dapperheid om te troosten, zachtmoedig te zijn, om goede christenen te zijn.

Het zijn die stormen die ook de apostelen treffen wanneer ze zozeer hun eigen koers varen dat ze Jezus niet eens herkennen wanneer Hij hun tegemoet komt. Ze menen zelfs een spook te zien. Maar Jezus zegt: ‘Wees gerust. Ik ben het. Vrees niet.’ Dat zegt Hij ook tegen ons en tegen de mensen van vandaag. Ook nu komt Hij over de stormachtige golven naar ons en zijn Kerk toe, en Hij is zoveel sterker dan het kwaad dat Hij het letterlijk onder de voet loopt, want ‘nadat Hij in de boot stapte, ging de wind liggen.’

Jezus vraagt aan Petrus: ‘Kleingelovige, waarom hebt gij getwijfeld?’ Dat vraagt Hij ook aan ons, niet één keer, maar dikwijls, want telkens weer groeit in ons de twijfel, de twijfel over God, over Jezus, over de verrijzenis, over de toekomst van de kerk en de parochie. Twijfel over de kern van ons geloof. En dan noemt Hij zijn leerlingen, zijn Kerk kleingelovig, omdat ze altijd maar weer vergeten dat Jezus van hen houdt en hun niet in de steek zal laten. Wat zou het goed zijn als we meer zouden geloven. Als we zouden kunnen geloven, zonder vragen en zonder twijfels. Geloven dat de wind gaat liggen als Jezus in de boot van mijn leven stapt, en dat er door zijn aanwezigheid dan geen storm meer is, niet in ons leven, niet in de wereld, niet in de Kerk. Geloven dat God de Heer geen storm, geen aardbeving en geen vuur is dat alles vernietigt, maar een zacht bruisend briesje van liefde en vrede. Een briesje dat ons uitnodigt om met Hem mee te varen. Laten we dat doen: meevaren met onze God van liefde en vrede.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers