Home » Preken 2020 » Overweging 30e zondag door het jaar 2020

Overweging 30e zondag door het jaar 2020

Tien geboden; Hou ik mij er aan ?

25 oktober 2020
Schriftlezingen: Ex. 22,20-26; 1 Tess. 1,5c-10 en Mt. 22,34-40(A)
Mensen zeggen soms: aan de meeste van de Tien geboden houd ik mij. Oké, niet alles, maar ik ben ook geen heilige. Dat is ongetwijfeld helemaal waar, maar toch kan het overtreden van slechts een klein gebod, verstrekkende gevolgen hebben.

Een voorbeeld van een aantal jaren geleden: hoe het wegrijden zonder te betalen resulteerde in dood en ellende. Een automobilist reed weg van een benzinestation zonder te betalen. De politie achtervolgde de man. Die zat hem op de hielen en na een wilde achtervolging reed de benzinedief tegen de staart van een door de politie zelfgecreëerde file aan. De inzittende van de aangereden auto kwam om het leven. ‘Gij zult niet stelen’, ‘Gij zult niet doden’. Hoe het overtreden van één gebod tot het overtreden van een ander gebod leidt en gigantisch veel verdriet en ellende veroorzaakt. Hoe we onszelf en anderen in de ellende kunnen storten door het overtreden van geboden.

Maar het omgekeerde is ook mogelijk en daar gaan de lezingen van vandaag over: hoe het onderhouden van het eerste gebod, de liefde tot God, automatisch tot het tweede gebod van de naastenliefde dient te leiden. En hoe dan de hele wet vervuld wordt, alles wat leidt tot een met God verbonden leven.

De eerste lezing geeft daarvan een voorbeeld. God gebiedt daarin zijn volk om vreemdelingen, weduwen, wezen en noodlijdenden goed te behandelen en hun geen onrecht aan te doen. Zo niet, dan barst Gods toorn over hen los. En wie God tegenover zich krijgt, die kan het verder wel vergeten.
Maar zelfs áls we het gebod van de naastenliefde hebben overtreden, zelfs als we anderen slecht hebben behandeld, onrecht hebben aangedaan, het leven zuur hebben gemaakt, en laten we eerlijk zijn dat is dagelijkse kost op wereldschaal, en als God dan terecht boos en vertoornd op ons is, dan is er toch nog hoop, zegt Paulus ons in de brief aan de christenen van Tessalonica. Wat moeten we dan doen? Dan moeten we ons richten tot Jezus! Jezus is ons vangnet als het weer eens fout is gegaan.

Hij is ons vangnet om ons op te vangen als het fout gaat, en Hij is ons voorbeeld, want Hij heeft in woord en daad laten zien wat het betekent om God te beminnen. Om God te beminnen met heel je hart, heel je ziel en heel je kracht. De concrete uitwerking daarvan hebben wij gezien in het leven en sterven van Jezus van Nazareth.

God beminnen met heel je hart, dat wil zeggen met al je menselijke liefde, dat wil zeggen dat er ook wel wat hartstocht en passie bij mag komen, zoals een mens ook hartstochtelijk van een andere mens kan houden. God liefhebben op een manier die je helemaal in vuur en vlam zet. Emotioneel maakt, tot tranen toe beroerd. En dat mag je voor mijn part ook voelen voor de Kerk, voor haar liturgie, haar schoonheid, haar traditie, haar gebouwen en sacramenten. Voor mij persoonlijk is van God houden vooral van Jezus en de Kerk houden. Die twee raken en ontroeren mij. Als ik wel eens in de kathedraal ben, dan voel ik vaak de tranen in mijn ogen opwellen. God is enigszins ver weg, abstract, Jezus en de Kerk is dichtbij en tastbaar. Ik zie het als blijken van liefde voor Jezus en zijn Kerk. Maar mensen kunnen het natuurlijk ook voelen wanneer zij de Bijbel lezen, de prachtige ontroerende verhalen. Die doen hen van God houden.

Maar we moeten ook proberen God te beminnen met heel je ziel. De ziel is je kern, het meest innerlijke van je. En als het leven een geschenk is van God, dan vindt het meest innige contact met God plaats in en door die kern, door de ziel van de mens. Het is dus ook de ontmoetingsplaats tussen God en mens. God beminnen met heel je ziel is zo leven dat God de grond van je bestaan is, dat zijn adem, zijn geest in al jouw activiteiten en woorden zichtbaar en voelbaar is. Dat er in die kern geen scheuring is tussen jou en God.

God ook leren beminnen met heel je verstand. Dat er geen gedachte meer is zonder God. Dat Hij altijd bij je is en heel jouw gedachten, jouw gebeden en gevoelens vult. Je staat met Hem op, je bid op tal van momenten van de dag en je gaat slapen met Hem in je hart. Je legt jouw leven ’s avonds weer in zijn hand. Je verliest je niet in allerlei dingen en zorgen, maar je vindt vreugde als je aan Hem denkt.

Drie stappen, drie fasen waarmee we God meer kunnen beminnen. En Jezus belooft: ‘Wie deze stappen zet, vervult vanzelf de hele wet’. Want zeg nu zelf, als een mens zo wil leven, dan komt hij toch ook niet op het idee om weg te rijden zonder te betalen? Dan betaalt hij die vijftig euro toch gewoon. Daarom zijn het eerste en tweede gebod gelijkwaardig. Ze vloeien in elkaar over en openen een poort naar een leven met God, zelfs tot in de eeuwigheid. En ze openen een poort naar een humane samenleving, waar oog is voor de zwakken.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers