Home » Preken 2020 » Overweging 32e zondag door het jaar 2020

Overweging 32e zondag door het jaar 2020

De deur ging op slot, en ze kwamen er niet in, die vijf domme meisjes

8 november 2020
Schriftlezingen: Wijsh. 6,12-16; 1 Tess. 4,13-18 en Mt. 25,1-13(A)

De deur ging op slot, en ze kwamen er niet in, die vijf domme meisjes, al hun bidden en smeken ten spijt. Voor hen ging het feest mooi niet door! Op zich een verrassend einde van deze parabel. Mensen buitensluiten – en dat uit de mond van Jezus. Hij riep toch altijd dat alle mensen erbij hoorden? Hoe kan Hij dan nu een verhaal vertellen, waarin mensen bij Hem – want Hij is de bruidegom – voor een dichte deur komen?

Om dat te begrijpen moeten we beseffen dat Matteüs deze parabel heeft opgeschreven met het oog op de situatie van de toenmalige kerkgemeenschap. Een kerkgemeenschap waarin de ongerechtigheid toenam en de liefde voor elkaar verflauwde. Vandaar ook het strenge slot van de parabel. En deze mensen worden aangespoord tot permanente waakzaamheid. ‘Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur’. Waakzaam zijn voor de wederkomst van Christus, bedoelt Matteüs.

Hoe moeten we ons dat wederkomen van Jezus voorstellen? We kunnen er natuurlijk allerlei voorstellingen van maken, maar in feite weten we zoals gezegd dag noch uur. En daarnaast is het de vraag of je wel moet denken aan één bepaald moment. Als je de parabels van Jezus hierover leest, word je uitgenodigd dat wederkomen van de Heer te beschouwen als iets dat altijd en overal plaatsvindt. Het is dus niet vast te prikken op één datum, of op één plaats. Het is iets dat zich in het verborgene – in de nacht, zegt de parabel – afspeelt in heel ons leven. De komst van de Heer bestrijkt heel onze levenstijd, dus onze tijd tussen geboorte en dood, en alle facetten van ons bestaan. Dat houdt dus tevens in dat de komst van de Heer een oordeel, een evaluatie is van onze gang door het leven, van het doen van de werken van barmhartigheid. Beoordeeld aan het leven van Jezus, omdat in Hem Gods bedoelingen het meest waar werden.

Dit ligt allemaal ten grondslag aan de parabel over de vijf wijze en de vijf domme meisjes. Dit wordt bekend verondersteld voor de lezers en luisteraars van deze parabel. En dan horen we nu een tafereel ontleend aan het dagelijks leven van die tijd: een bruiloft. Volgens de gewoonte werd de bruid door haar vriendinnen begeleid naar het huis van de bruidegom. En de komst van de bruidegom – de Heer – laat langer op zich wachten dan de tien meisjes dachten. Ze vallen in slaap. En niet alleen de domme, maar ook de verstandige meisjes. In slaap vallen kan elke mens, gelovig of niet, overkomen. En zo heeft elke gelovige mens wel eens momenten waarop zijn geloof op een laag pitje staat, waarop hij het doel van zijn levenstocht uit het oog verliest, waarop hij indommelt of indut. Dat hebben we zelfs bij de apostelen gezien in de Hof van Olijven toen Jezus bloed en tranen zweette omdat Hij zijn uur voelde naderen, toen lagen zijn beste vrienden te slapen. En in ons verhaal sliepen ze zelfs allemaal. En toen hoorden zij plotseling: ‘De bruidegom komt!’ en toen bleken de domme meisjes geen olie bij zich te hebben voor hun lampen, hun fakkels. De anderen hadden dat wel. Zij hadden met vooruitziende blik maatregelen genomen voor als het ‘ns wat langer mocht gaan duren. Dat is waakzaamheid, dat is wijsheid.

Waakzaamheid is wijsheid in het evangelie. En die wijsheid wordt hoog geprezen in de Schrift. (We hebben het zojuist gehoord in de eerste lezing: ‘Stralend en nooit verwelkend is de wijsheid’.) En dan gaat het niet om geleerdheid, maar vooral om levenskunst: het goede doen voor jezelf en anderen, gerechtigheid, leven volgens Gods bedoelingen, zoals Jezus deed. Goed op weg zijn met de heilige Geest in je leven.
En daarom heeft deze parabel ook voor ons een actuele boodschap. Het is namelijk de vraag hoe wij in het leven staan. En dat betekent volgens Matteüs zijn leven dus oriënteren op het rijk Gods en de daarbij behorende gerechtigheid. En in de tweede helft van het 25e hoofdstuk van Matteüs wordt ons helemaal duidelijk wat olie voor de fakkels en waakzaamheid betekent: de hongerige voeden, de dorstige laven, de naakte kleden, de vreemdeling, zieke en gevangene bezoeken. Want ‘Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan’.

Dit wachten op de bruidegom zou in feite een wezenlijke grondhouding moeten zijn van elke mens die zich christen wil noemen. Als een rode draad door zijn leven: zorg dat je olie voor je fakkel hebt door daar te zijn waar God en de mensen je nodig hebben. Stem en steun geven aan gerechtigheid, dichtbij en veraf. Geduldig gehoor geven aan de stemmen die soms onhoorbaar zijn.

In die zin Jezus van Nazareth volgen – dat is de gerechtigheid, dat is de wijsheid die wordt geprezen in het evangelie. En dat betekent dus verder kijken dan onze neus lang is. Vijf keken niet verder dan de weg naar de feestzaal. Het geluk op korte termijn. Hun lampen waren uiteindelijk alleen maar een soort feestverlichting; het stelde niet veel voor, dat vuur van hen. Ze kwamen uiteindelijk voor een dichte deur. De andere vijf waren zo wijs er rekening mee te houden dat ze niet zonder slag of stoot tot het feest zouden worden toegelaten. Ze moesten er dus wel wat voor doen! Hun lampen hadden dus inhoud, zij getuigden van daden van menslievendheid en gerechtigheid en geduld en wijsheid. Toen de bruidegom kwam, stonden zij niet in het donker. Ze werden toegelaten tot het feest.

Waakzaamheid en wijsheid om geen buitenstaanders te worden van het feest in het koninkrijk. Dus in weer en wind moedig de bruidegom tegemoet gaan met de brandende lamp van hoop en verwachting met ogen en oren wijd open voor de idealen van Jezus en de handen uit de mouwen.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers