Home » Preken 2020 » Overweging Allerzielen 2020

Overweging Allerzielen 2020

‘Kijk maar’, had hij gezegd: Hij lag er niet meer.

2 november 2020
Schriftlezingen: Openb. 21,1-5a.6b-7 en Mc. 16,1-8

Toen de vrouwen in grote paniek en radeloosheid het lege graf waren uitgerend, hadden zij nog geen flauw vermoeden dat zij even daarvoor de eersten waren aan wie verteld was dat Jezus uit de doden was opgestaan. Ze waren aanvankelijk nog vooral bezig met de vraag wie de grote steen voor hen zou kunnen wegrollen en tot hun verbazing was die al aan de kant geschoven. En dus konden ze zo het graf inlopen. Daar zagen ze een jongeman die zei dat ze niet bang hoefden te zijn en dat die Jezus die gekruisigd was verrezen was en niet daar was. ‘Kijk maar’, had hij gezegd: Hij lag er niet meer. En als ze Hem wilden zien dan moesten ze naar Galilea gaan, daar zouden ze Hem zien.

Al met al een verbijsterende mededeling. Niet in woorden te vatten, door geen mens te begrijpen. Jezus die dood was, was uit de dood opgestaan. Ook nu krijgen mensen wel eens een ongelooflijke of verbijsterende mededeling en dan zijn ze wel even uit het lood geslagen, moeten ze even naar adem happen. Maar dit, deze mededeling gaat alle verstand te boven. Maar ondanks dat bleef het gerucht van een opstanding uit de dood maar naar boven komen. Eventjes later kwam er het verhaal van Maria Magdalena dat zij Jezus had ontmoet en toen ze dat aan zijn vrienden ging vertellen, besteedden deze daar begrijpelijker wijs geen aandacht aan. Ze geloofden haar niet. Maar telkens kwamen de verhalen en ervaringen hun weer ter ore en toen Jezus zelf aan de apostelen verscheen, toen drong het ongelooflijke feit van de verrijzenis van Jezus pas echt tot hen door. Ze kregen zelfs een opdracht om overal te prediken in woord en daad en tekens te stellen.

Sindsdien is dit de kern van het christelijk geloof en van de boodschap die priesters en dominees, mannen en vrouwen, de eeuwen door vertellen wanneer zij staan bij het lichaam van een overledene. Een boodschap die het verstand te boven gaat, maar die toch geloofd wordt en aanhang heeft voor wie het geloven wil. Afgelopen zaterdag had ik een indrukwekkende crematieplechtigheid van een jonge vader. In en in triest. Maar omstanders en familieleden vertelden mij toch van bijzondere ervaringen rond zijn overlijden. Bijzondere tekenen. En die tekenen gaven hen kracht en troost dat hun dierbare dode bij God was.

En mensen zoeken altijd naar woorden om dit ondenkbare onder woorden te brengen. Johannes, de apostel, schrijft daarover in zijn Openbaring. En dan is het net of je een artist designer aan het werk ziet als hij beschrijft hoe dat onnoembare eruit ziet. Een artist designer, een decorontwerper of een kunstenaar ziet in zijn hoofd al precies hoe het eruit moet zien, zijn decor, dat ziet hij al helemaal voor zich. En dan wordt het later uitgewerkt, vroeger met karton en verf, tegenwoordig met computer en digitale grafische vormgeving.

En wat er toen door Johannes onder woorden werd gebracht is samen te vatten met woorden als vrede en geluk en rust en stilte, met woorden als een wereld zonder rouw, zonder geween, waar al het oude voorbij is. En voor veel mensen verwoordt dat een diep verlangen dat in hen leeft. Zo hebben vele mensen het afgelopen jaar afscheid moeten nemen van een dierbare. Het jaar 2020 gaat de geschiedenisboeken in als een verschrikkelijk jaar volledig overschaduwd door COVID-19. Maar daarnaast was het afgelopen jaar ook het jaar van het afscheid van dierbaren na een lang en zwaar ziekbed of na een tragisch ongeval. Of, in sommige gevallen, een jaar van een zachte, onverwachte dood zomaar ineens. Hoe dan ook is er een grote leegte ontstaan en heel veel verdriet. Woordeloos verdriet soms. Maar toch klinkt er hier en op ontelbare plaatsen elders het woord van die jongeman aan de drie vrouwen: ‘Gij zoekt Jezus de Nazarener, die gekruisigd is. Hij is verrezen. Hij is niet hier!’. Wij kunnen niet anders dan deze woorden telkens herhalen. De dood is een gigantische scheidslijn in ons bestaan. Maar wij geloven dat Jezus deze scheidslijn heeft gedicht, dat Hij er een brug overheen heeft geslagen. En dat onze doden deze brug overgestoken zijn. Gammel vaak nog, met pijn en onttakeling in het lijf, zijn zij die brug overgegaan, waar hen een toekomst wacht waar zij van al die ellende verlost zijn. Waar alles nieuw is. Vertrouwen wij, de achterblijvers, erop dat het daar goed is en dat zij daar op hun bestemming zijn. Zij zijn er al. Wij moeten daar nog komen.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers