Home » Preken 2020 » Overweging Opdracht van de Heer

Overweging Opdracht van de Heer

Wat is het toch dat gelovige mensen uitzien naar iets wat je niet kunt zien?

2 FEBRUARI 2020
Lc. 2,22-40Schriftlezingen: Mal. 3,1-4 en Lc. 2,22-40(A)
Wat is het toch dat gelovige mensen uitzien naar iets wat je niet kunt zien? En hoe komt het dat zij vol hoop zijn? Hoe komt het dat zij, als het goed is, een leven proberen te leiden dat gebaseerd is op liefde en trouw? Waar halen zij de kracht vandaan om het vol te houden? Ik kan bijvoorbeeld met bewondering kijken naar een tante van mijn vader, een oudtante, die vlak na de oorlog kort achter elkaar drie kinderen kwijtraakte en toch door kon gaan met haar leven. Het is toch nauwelijks voor te stellen wat voor drama dat moet zijn geweest. Maar toch ging zij door en toch kon zij lachen. Maar ze had een groot geloof, die tante Marie. In het geloof en in de kerk, de Vredeskerk in Amsterdam, vond zij de kracht om verder te gaan. En ze is uiteindelijk nog behoorlijk oud geworden.

Maar wat heb je al gelovige nou eigenlijk in handen? Toch niet zo veel, lijkt mij. We hebben de Bijbel, maar die wordt door allerlei mensen aangevallen en ondermijnd en verder hebben wij eigenlijk alleen geloof in de liefde van God. En door dat geloof staan we als het ware steeds op de uitkijk. Op de uitkijk naar het Rijk van God dat ons beloofd is. Als het goed is moet je dat aan de gelovige mensen kunnen zien. Als het goed is…

De personen die wij vandaag in de evangelielezing tegenkomen zouden we ook kunnen karakteriseren als gelovige mensen met alleen de Schrift in handen. Om te beginnen Maria en Jozef: zij komen eenvoudig weg de wet in de tempel vervullen. Die wet schreef voor dat een vrouw die een zoon had gebaard op de veertigste dag na de geboorte ritueel gereinigd moest worden. Verder moest de eerstgeboren zoon ook vrijgekocht worden. Normaal door een schaap te offeren, maar arme mensen konden volstaan met een koppel duiven. Daarnaast ontmoeten we een oude man, die door de Geest gedreven, een veertig dagen oud kind in zijn armen neemt. Het is Jezus. En even later komt er ook een oude vrouw in beeld. 84 jaar is zij, zeven maal twaalf. Een voltooid leven dus achter de rug, die dag en nacht in de tempel verbleef en daar God diende door vasten en gebed. Ze zijn blij om de geboorte van het kindje Jezus en dankten God voor dit wonder. Wat mooi als je zelf een heel leven achter de rug hebt, een leven ongetwijfeld met grote problemen en verdriet en ellende, en je kunt het opbrengen om open te staan voor dit kind en open kunt staan dat het misschien toch nu gaat gebeuren. Met elke geboorte begint het avontuur van het leven opnieuw. Alle reden om blij te zijn bij de geboorte van ieder kind. Want elk kind houdt ook een belofte in. Wat zal er uit dit kind groeien? Wat zal ervan worden? Waar zal het goed in zijn? Niet elk kind hoeft een Nobelprijswinnaar te zijn, maar is altijd de moeite waard.

Voor het joodse volk kwam daar nog een vreugdevolle verwachtingsvolle betekenis bij. Elk jongetje dat geboren werd, kon immers de langverwachte Messias zijn! Vele jaren keken de mensen op het tempelplein vol verwachting uit naar elk pasgeboren jongetje dat door zijn ouders het plein op werd gedragen. Zo ook hier vandaag. En dan neemt de oude Simeon Jezus in zijn armen en roept uit: ‘Nu laat Gij, Heer, uw dienaar in vrede gaan naar uw woord, want mijn ogen hebben thans uw heil aanschouwd, een licht dat voor de heidenen straalt’. In principe zou elk kind de beloofde Verlosser, de beloofde Messias kunnen zijn. Maar voor Simeon is het zeker: hij heeft de Verlosser gezien. In zijn geloof staat het vast dat met dit kind dat hij in zijn handen heeft de langverwachte Redder is gekomen. En dat gold ook voor de hoogbejaarde Hanna. Zij konden nu rustig heengaan, want zij hadden het heil gezien. Velen daarvoor hadden geleefd en waren uiteindelijk gestorven zonder de vervulling van al die beloftes te zien. Maar toch hielden zij al die jaren vol en gaven het geloof door aan hun kinderen en kleinkinderen. En nu mag het volk bij monde van Simeon en Hanna de beloofde Verlosser verwelkomen. Zij zongen het uit van blijdschap.

En nu zitten wij hier, met een groot of misschien klein geloof, maar wat we geloven en waar we in geloven moeten we op een of andere manier wel laten zien, in onze levenshouding en in onze liefde en vreugde. En in ons verlangen naar een betere toekomst. Daarom viert de Kerk op 2 februari sinds mensenheugenis het feest van de Opdracht van de Heer in de tempel. En gingen wij zojuist in de lichtprocessie met brandende kaarsen Christus tegemoet. Maar eigenlijk gaan wij Hem helemaal niet tegemoet. Nee, Hij wacht hier ons op. Hij is het die de verwachting in ons heeft gewekt en die de hoop in ons heeft gevoed. Verwachting en hoop om het vol te houden in het leven. Om uit te zien.

Om dat uit te drukken steken mensen op allerlei momenten kaarsen aan. Niet alleen hier of op zondag, maar ook thuis. Bijvoorbeeld om een gestorvene te gedenken of om te bidden voor iemand die het moeilijk heeft of die geopereerd wordt. Eigenlijk brengen we dan met een simpel gebaar zonder woorden tot uitdrukking dat wij in Hem geloven en op Hem vertrouwen. En kijken wij uit naar Christus die het licht in onze duisternis is. Maar we geven op die manier ook op subtiele wijze uiting van ons geloof en verwijzen wij naar Hem en worden wij in onze geseculariseerde wereld lichtpuntjes van hoop en liefde voor de volkeren. Dat is de blijvende opdracht voor de christenen.
Amen.
© 2020 Sandor Koppers