Home » Preken 2020 » Overweging tweede zondag van de veertigdagentijd

Overweging tweede zondag van de veertigdagentijd

Momenteel is Noord-Italië een gebied waar je wordt afgeraden naartoe te gaan.

8 maart 2020
Schriftlezingen: Gen. 12,1-4a en Mt. 17,1-9)(A)
Momenteel is Noord-Italië een gebied waar je wordt afgeraden naartoe te gaan. Maar wie vaak in Italië komt en zijn prachtige landschappen en cultuur even in herinnering roept die weet hoe mooi het daar is. En dan denk je vrijwel automatisch aan die heerlijke avonden in de Toscaanse schemering. Heerlijk gegeten en samen genietend van rode wijn of limoncello. Op zulke momenten denkt vrijwel iedereen: konden we hier maar blijven. En wellicht hebt u op dat moment nog even naar de plaatselijke Funda gekeken en wat gegoogeld wat er daar te koop was. Maar ja, op een gegeven moment breekt de realiteit door. We zijn geworteld in de plekken waar we wonen, werken en samenleven. Baan, familie, vrienden en bezigheden roepen ons terug en zuchtend rijden we de snelweg richting de Brennerpas op, terug naar het regenachtige Nederland met een koffer en telefoon vol herinneringen.

Zo’n soort gevoel zullen de drie leerlingen gehad hebben toen ze op de berg Tabor waren. Daar maakten zij een nieuw soort ervaring mee die bedoeld was om hen te sterken in de navolging van Jezus tot het kruis in Jeruzalem. Zo lezen we aan het begin van deze veertigdagentijd. De Gedaanteverandering van de Heer. En de bedoeling is dezelfde als voor de leerlingen: de Kerk wil ons helpen om de weg met Jezus te gaan. Om die weg in de navolging van Jezus te kunnen gaan, om echt trouw te kunnen zijn, schenkt de Heer hun deze buitengewone topervaring. De traditie van de Kerk leert ons dat het licht dat Johannes, Jakobus en Petrus daar zagen het licht van de hemel was, het licht van de eeuwige glorie en liefde van God. De hemel ging heel even op een kiertje. Het werd een ervaring van liefde en geborgenheid die je altijd bij je wilt houden. Een moment van absolute eenheid met de bron van alles wat bestaat. Het was daarom helemaal niet zo vreemd dat Petrus daar bovenop de berg Tabor een klein tentenkampje wilde bouwen. Een dorpje waar je altijd onder de warme zon van Gods aanwezigheid mag zitten, in het gezelschap van Jezus, Mozes en Elia.

Maar dan breekt de realiteit door met de woorden van Jezus. Hij legt uit dat Hij niet naar de Taborberg gekomen is om daar te blijven. Hij neemt hen weer mee naar beneden en naar de rest van de wereld waar zijn en hun taak ligt.

We weten dat er uiteindelijk maar één van de drie leerlingen, Johannes, werkelijk tot het kruis met Jezus was. De andere twee waren al eerder afgehaakt. Later, veel later mochten zij alsnog hun trouw aan Jezus en zijn Kerk bewijzen door hun leven te geven. Petrus en Jakobus werden martelaren omwille van hun geloof in Jezus.

De Gedaanteverandering van Jezus is dus een sprankje van het licht dat met Pasen definitief door zal breken. Niet om ons er krampachtig aan vast te klampen maar om ons te sterken. Net als we van een vakantie uitgerust terugkeren om onze dagelijkse taken en verplichtingen weer op ons te nemen, zo mogen de leerlingen nu met nieuwe kracht samen met Jezus opgaan naar Jeruzalem. Daar wacht hen een moeilijke tijd en een zware beproeving.

Ons wacht in ons leven soms ook lijden en beproeving. En we weten allemaal dat lijden en pijn soms ook heel dichtbij zijn. Hoe houden wij dat dan vol? Wat geeft ons moed en troost? Om te beginnen de verhalen die wij deze veertigdagentijd lezen. Deze geven ons een voorbeeld, wijzen ons de weg. En door samen te komen, door te vieren ontvangen wij ook kracht om de navolging van Jezus in ons dagelijks leven te verwezenlijken. Want in feite is elke liturgische viering een soort ‘Taborervaring’. Want door naar die verhalen te luisteren beklimmen we als het ware de berg en mogen wij Jezus ontmoeten en aanschouwen. Als we zondags de eucharistie vieren dan is dat als een gedaanteverandering. Door het gezamenlijk gebed, het luisteren naar zijn Woord en natuurlijk door het ontvangen van de communie wordt iets van de hemel zichtbaar, komt de hemel naar ons toe en gaat de deur van de hemel op een kiertje. Zo mogen we iedere week bij de ‘gedaanteverandering’ van de H. Mis zijn – als brood en wijn omgevormd worden in het lichaam en bloed van Christus.

Aan ons schenkt de Heer de zondagse eucharistieviering om het vol te kunnen houden, om trouw te kunnen blijven ondanks moeilijkheden en lijden. De grote vraag is dan wat we ermee doen? Wordt het bijwonen van deze gedaanteverandering – en zelfs nog meer, want we mogen het lichaam van Jezus daadwerkelijk ontvangen en niet alleen zien – wordt dat vruchtbaar in ons leven? Helpt het ons om trouwe leerlingen te zijn? Helpt dat ons om het geloof te bewaren en om het lijden te dragen, onze naaste te vergeven en dienstbaar te zijn ook al krijgen wij er niets voor terug? Soms zal het ons lukken, soms ook niet.

Het voorbeeld van Petrus en Jakobus is daarom een bemoediging: zij waren niet onder het kruis, maar zij hebben zich later wel bekeerd. En zo hebben wij ook de mogelijkheid om opnieuw op te staan, om de bevrijdende woorden van de verrezen Heer opnieuw te horen: ‘Vrede zij u’ en op onze schreden terug te keren, onze zonden te belijden en een nieuw begin te ontvangen. Wij vieren de eucharistie. Laten we dan de woorden van Jezus goed vasthouden – ‘Luistert naar Hem!, zegt de stem ons – en laten we kracht ontvangen door het voedsel van de H. Communie, om deze hele week, deze hele veertigdagentijd dichtbij Jezus te blijven. Net als Johannes en Maria.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers