Home » Preken 2020 » Overweging vijfde zondag van de veertigdagentijd

Overweging vijfde zondag van de veertigdagentijd

Uitzending vanuit een leeg Sint Pietersplein.

28 maart 2020
Schriftlezingen:(Ez. 37,12-14,; ps. 130,1-8; Rom. 8,8-11 en Joh. 11,1-45)(A)

Ik denk dat vele mensen gisterenavond of anders op een later tijdstip de bijzondere uitzending vanuit een leeg Sint Pietersplein hebben bekeken. En ik moet meteen bekennen: het heeft mij diep geraakt. Hier stond echt een geestelijk leider die het angstige volk troost en moed gaf. Ik ben dan ook zo vrij om datgene wat mij zo bijzonder in zijn preek aansprak nu te gebruiken om uitleg te geven bij het evangelie van deze vijfde zondag van de veertigdagentijd. Want waar het de paus gisteren om ging en waar het nu vierentwintig uur later nog om gaat is dat wij ons kunnen vereenzelvigen met de bange leerlingen in het bootje te midden van een hevige storm. Onze straten en pleinen, cafés en bioscopen en theaters zijn leeg en onze kerken en kapellen zijn dicht. Een oorverdovende stilte en troosteloze leegte. Net als de leerlingen op het bootje zijn ook wij bang en verward. We zitten er opeens middenin en ervaren hoe kwetsbaar wij zijn, maar ook hoe zeer wij van elkaar afhankelijk zijn. We moeten allemaal roeien en elkaar troost bieden, zei de paus. We merken dat we niet ieder voor zich verder kunnen, maar alleen gezamenlijk.

En hoe opmerkelijk is dan de houding van Jezus. Gisteren lazen we dat Hij lag te slapen op het achtersteven. Vandaag lezen we dat hoewel Jezus erg van Marta, Maria en Lazarus hield, Hij geen echt haast lijkt te maken om zijn vriend te genezen. Hij lijkt rustig verder te gaan, vertrouwend op de Vader. En ondertussen komt zijn vriend Lazarus te overlijden.

Zoals de paus gisteren aangaf dat het de leerlingen waren die meenden dat Jezus niet meer van hen hield omdat zij dreigden te vergaan, zo zijn Marta, Maria en Lazarus in verwarring omtrent wat hun overkomt, vandaar de licht verwijtende toon in de vragen van Marta en Maria. Het waren alle drie verschillende types. Maria, die de Heer had gezalfd en zijn voeten met haar haren had afgedroogd. Zo vol liefde en aanhankelijkheid voor Hem en zo een en al oor voor wat Hij zei. En Marta, die zich altijd zo uitsloofde voor de Heer om het Hem naar de zin te maken. Ze rende zich de benen uit het lijf. Een echte doener. En juist daarin gaf zij blijk van haar geloof. En tenslotte Lazarus. We weten niet zoveel over hem. Het enige wat we hier van hem vernemen is, dat als Jezus hem roept, dat hij dan gehoorzaamt en komt, in het evangelie uit de dood terug naar het leven. Maar geen van allen had grip op de situatie. Ze zagen dat Lazarus met het uur achteruit ging en dat hij zou sterven. Niemand die er wat aan kon doen.

Net of je de artsen en verpleegkundigen in het programma Frontberichten hoort. Elke avond wordt dat programma om 22.10 uur op NPO2 uitgezonden. Zo indrukwekkend, maar helaas ook vaak zo machteloos hoe op het eerste gezicht redelijk fitte mensen in amper een paar uur tijd in compleet afhankelijke ernstig zieke patiënten veranderen. Wat het coronavirus met mensen doet. We zien het in al zijn verschrikkingen.

‘Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?’, dat je geen vertrouwen meer bezit, dat waren de vragen die Jezus gisteren aan zijn bange leerlingen stelde. Hij hoefde deze vragen niet aan Marta en Maria te stellen. Want hij wist dat zij in Hem geloofden en van Hem hielden. ‘Heer, als Gij hier waart geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven’. Zoveel geloof, zoveel vertrouwen spreekt uit die woorden van Marta en Maria. En dat is ook wat paus Franciscus als een ware geestelijk vader en leider aan ons, zijn bange leerlingen voorhield, namelijk dat niemand meer begaan met ons mensen is dan Jezus. Zodra Hij wordt aangeroepen redt Hij het leven van zijn leerlingen. En Jezus toonde zijn ontroering en zijn liefde. ‘Zie eens hoe Hij van hem hield’ zeiden de Joden toen ze Jezus zagen wenen. En tot twee keer toe huiverde Jezus toen Hij het verdriet van Maria en het graf van Lazarus zag. Marta stribbelde nog een beetje tegen toen Jezus zei ‘Neemt de steen weg’, maar op het woord van Jezus kwam de gestorvene naar buiten, voeten en handen met zwachtels gebonden. En de storm ging liggen.

‘Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?’. Het begin van geloof is weten dat je redding nodig hebt. Wij zijn niet zelfvoorzienend; in ons eentje verdrinken we: we hebben de Heer nodig, net zoals de schippers vroeger de sterren nodig hadden. Laten we Jezus dus uitnodigen in de bootjes van onze levens. Laten we Hem onze angsten geven, zodat Hij ze kan overwinnen. Net als zijn leerlingen, net als Marta, Maria en Lazarus, merken we dan dat we met Hem aan boord niet verdrinken. Hij brengt onze stormen tot rust, want met God sterft het leven nooit. Want door zijn kruis zijn wij gered, door zijn kruis zijn wij verlost en hebben wij hoop, worden wij omarmd zodat niets en niemand ons kan scheiden van zijn verlossende liefde. Vertrouwen wij ons dus toe aan de Heer, door tussenkomst van de heilige Maagd, heil des volks en Sterre der Zee en laat ons niet in de greep van de storm blijven en zeggen wij met Petrus; ‘Wij schuiven alle zorgen op U af, want U hebt zorg voor ons’.

Amen. 
© 2020 Sandor Koppers