Home » Preekarchief » preken 2016 » 10 februari 2016 Aswoensdag

10 februari 2016 Aswoensdag

OVERWEGING ASWOENSDAG
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 10 FEBRUARI 2016
(Joël 2,12-18 en Mt. 6,1-6.16-18)

Wij staan met deze aswoensdag aan het begin van de veertigdagentijd. De veertigdagentijd of vastentijd heeft een lange en soms ook verkeerd begrepen geschiedenis. In het verleden beperkte de vastentijd zich vaak tot een soort mechanisch vasten, zonder beleving en diepgang. Misschien is dat ook een van de redenen waarom paus Franciscus het Heilig jaar van Barmhartigheid heeft ingeroepen. En dat, zo zegt paus Franciscus, met name ‘de vastentijd in dit Jubeljaar intenser beleefd zou worden als een bevoorrecht moment om de barmhartigheid van God te vieren en te ervaren’.

Want het mysterie van de goddelijke barmhartigheid wordt geopenbaard in de geschiedenis van het verbond tussen God en zijn volk Israël. God toont zichzelf steeds uiterst barmhartig, altijd bereid om zijn volk met intense tederheid en medeleven te behandelen, vooral tijdens die tragische momenten wanneer het verbond door ontrouw verbroken wordt. Paus Franciscus noemt dit een werkelijk liefdesverhaal waarin God de rol van de bedrogen vader en man speelt en Israël die van het onwettige kind en de overspelige bruid. Zij tonen ons hoe ver God bereid is te gaan om zich aan zijn volk te binden. Het liefdesverhaal vindt zijn hoogtepunt in de menswording van Gods Zoon. In Jezus stort de Vader zijn grenzeloze barmhartigheid op ons uit door hem zelfs tot ‘mensgeworden barmhartigheid’ te maken. Als mens is Jezus van Nazareth een ware zoon van Israël. Deze verkondiging van de reddende liefde van God die zich manifesteert in Jezus Christus, moet op allerlei wijzen worden gehoord en bekend gemaakt. Want barmhartigheid ‘is Gods manier van uitreiken naar de zondaar, die hem een nieuwe kans biedt om tot inkeer te komen, zich te bekeren en te geloven’ en aldus zijn relatie met God te herstellen. In de gekruisigde Jezus toont God zijn wens om zondaars naderbij te komen, ongeacht hoe ver ze zich van Hem hebben verwijderd.

Gods barmhartigheid transformeert het hart van de mens, zegt de paus ons, het stelt ons in staat om, door liefde en trouw te ervaren, ook zelf barmhartig te zijn. Als een telkens vernieuwend wonder straalt de goddelijke barmhartigheid uit in onze levens, het inspireert ons om onze medemens lief te hebben en ons te wijden aan wat de traditie noemt de spirituele en lichamelijke werken van barmhartigheid. Deze werken herinneren ons eraan dat geloof uiting vindt in concrete alledaagse handelingen waarmee we onze medemens lichamelijk en geestelijk helpen: door hem en haar te voeden, te bezoeken, tot steun te zijn en te onderrichten. Hierop zullen wij geoordeeld worden. De paus roept ons dit jaar, en in het bijzonder in deze veertigdagentijd, op om ons te bezinnen op de werken van barmhartigheid, als een manier om ons geweten, dat in het zicht van armoede te vaak afgestompt is geraakt, weer wakker te schudden, en dieper in het hart van het evangelie te treden, waar de armen Gods barmhartigheid op bijzondere wijze ervaren. Want in de armen wordt het lichaam van Christus ‘zichtbaar in het lichaam van de gemartelde, de verdrukte, de geteisterde, de ondervoede en de uitgestotene … om door ons te worden erkend, geraakt en verzorgd’.

De vastentijd die nu begint is daarom een gunstige tijd om onze existentiële vervreemding te overwinnen door naar Gods woord te luisteren en de werken van barmhartigheid in de praktijk te brengen. In de lichamelijke werken van barmhartigheid raken wij het lichaam van Christus in onze broeders en zusters die gevoed, gekleed en bezocht moeten worden en onderdak nodig hebben. In de spirituele werken van barmhartigheid – goede raad, onderricht, vergeving, vermaning en gebed – raken wij meer direct aan onze eigen zondigheid. De lichamelijke en spirituele werken van barmhartigheid horen altijd samen. Door het lichaam van de gekruisigde Jezus aan te raken in degene die lijdt, kunnen zondaars de gave ontvangen van de bewustwording dat ook zij arm en behoevend zijn. Via deze weg kunnen ook de hooghartigen, machtigen en rijken omarmd worden en, ook al hebben zij dit niet verdiend, geliefd worden door de gekruisigde Heer die voor hen stierf en uit de dood verrees.

Laten wij deze vastentijd, zo schrijft de paus ons, die zo’n perfecte tijd voor bekering is, niet verkwanselen! Vragen wij dit door de moederlijke bemiddeling van de Maagd Maria die, bij het ervaren van de grootsheid van Gods barmhartigheid die haar ongevraagd werd geschonken, direct haar geringheid erkende en zichzelf de nederige dienstmaagd van de Heer noemde.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers