Home » Preekarchief » preken 2016 » 10 januari 2016

10 januari 2016

OVERWEGING DOOP VAN DE HEER,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 10 JANUARI 2016
(Jes. 40,1-5.9-11 en Lc. 3,15-16.21-22)(C)

Wat betekent het voor mij dat ik gedoopt ben? Deze vraag legt de Kerk ons dit weekend voor. Velen van ons zijn als baby gedoopt. Een of twee dagen na onze geboorte. Of anders in de meeste gevallen hooguit een paar maanden na de geboorte. Maar in de meeste gevallen hebben wij daar geen herinneringen aan. Met uitzondering van de mensen die op volwassen leeftijd gedoopt en gevormd zijn.

De prangende vraag is en blijft: wat betekent het voor mij dat ik gedoopt ben? In een zo zwaar geseculariseerd land als Nederland komt die vraag hard aan bij de mensen die bewust hun Doopsel beleven of die bewust hun katholiek zijn beleven. Want die mensen moeten dan antwoord (kunnen) geven wat het Doopsel voor hen betekent en of zij zich vandaag, op dit moment, weer opnieuw zouden willen laten dopen. En dat moeten zij doen in een samenleving die vaak vijandig staat ten opzichte van alles wat met godsdiensten te maken heeft en in het bijzonder alles wat met de katholieke kerk te maken heeft.

Theologisch maakt het Doopsel mij namelijk lid van de Kerk en kind van God. Door het Doopsel is een gedoopte verlost van de erfzonde en mag hij of zij God als Vader beschouwen. De dopeling is kind van de Vader geworden. Dat zijn de theologische betekenissen van het Doopsel. Mooi en prachtig. Maar een groot deel van de Nederlanders heeft daar geen boodschap aan en voor wie het Doopsel wel belangrijk is, is het de vraag: waar sta ik in dit verhaal?

Met het feest van de Doop van de Heer sluiten wij de kersttijd af. En vanaf nu gaat Hij werkelijk met zijn levensopdracht beginnen en rondtrekken, verkondigen en genezen. Dat zal Hij drie jaar doen tot zijn kruisiging op de berg Golgotha. Vol van de heilige Geest!

Jezus is trouwens niet de enige die gedoopt wordt. Hij staat in een rij van mensen die door Johannes in de Jordaan gedoopt wordt. Maar als Hij dan, na de Doop in gebed is, en weer boven water komt, dan gaat de hemel open en daalt de Geest als een duif op Hem neer. God laat op dat moment en op die manier zien dat Jezus vol van zijn Geestkracht is. En dan zien we in een ogenblik God Vader, Zoon en heilige Geest: God als hemelse Vader, God als de Zoon en tussen hen in de liefde, God als Geest. Johannes had dat voor de Doop van Jezus al gepreekt toen hij zei: ‘Ik doop u met water, (…) Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur’. En dat is wat er gebeurt.

De Geest is het die zo’n belangrijke rol speelt. Dat zien we meteen in de zalving met chrisma vlak na de doop met water. De doop met water is niet genoeg, we hebben de Geest nodig om christen te zijn, om Jezus na te volgen. Net als de duif is de zalving met chrisma een symbool van de gave van de heilige Geest.

Van oudsher werden in Israël priesters, koningen en profeten gezalfd. Wij zijn als gedoopten en gevormden ook gezalfd tot priester, koning en profeet en delen daarmee in de taken die daarbij horen. Delen in het priesterschap van Jezus wil zeggen: naar God mogen gaan, bidden, offeren. Wij kunnen dankzij ons Doopsel rechtstreeks tot God bidden en Hem alles vragen, want wij zijn zijn kinderen en Hij is onze Vader. En delen in het koningschap van Jezus houdt in dat wij delen in zijn zorg voor de mensen, in zijn herder zijn. Wij dienen dus herder te zijn voor elkaar.
En tenslotte zijn wij in het Doopsel ook tot profeet gezalfd, dat wil zeggen dat wij onze mond open moeten doen en in verzet moeten komen tegen misstanden en dat wij de taak hebben om mensen in woord en daad op de goede weg te houden. Maar ook kritisch moeten zijn naar ons eigen doen en laten!

Een bewuste beleving van het Doopsel laat zo aan de wereld zien hoe je in het alledaagse leven christen bent. Als het bewust zo beleefd wordt dan toont dat dat je sterk verbonden bent met Jezus. En dan sta je er niet alleen voor. God geeft je zijn Geest, zijn kracht om het vol te houden. En door het Vormsel mag je er zeker van zijn dat je Gods Geest ontvangen hebt in de gemeenschap van de Kerk.

Een prachtig en uitdagend sacrament ons Doopsel. Het zegt ons wie wij als christen zijn en geeft ons kracht ernaar te leven. We mogen biddende mensen zijn, zorgzame mensen zijn, en we mogen mensen zijn die vanuit hun geloof durven spreken. Priester, koning en profeet – ineen. Ga er maar aan staan!

Maar in ons hart horen we zachtjes Gods stem: jij bent mijn geliefde dochter, mijn geliefde zoon! Luisteren wij dan ook naar die stem.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers