Home » Preekarchief » preken 2016 » 13 november 2016

13 november 2016

OVERWEGING DRIEENDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 13 NOVEMBER 2016
(Mal. 3,19-20a en Lc. 21,5-19)(C)

Bent u al een beetje van de schrik bekomen aangaande de Amerikaanse verkiezingen? Het lijdt geen twijfel dat een groot deel van de Nederlandse bevolking voor Clinton zou hebben gekozen. Of toch niet? Zou een Trump hier ook zoveel aanhangers kunnen vinden? Ik denk eerlijk gezegd dat hij een goede kans zou maken. Want veel van de mensen die ik spreek, op verjaardagen en feesten, maar ook tijdens ontmoetingen het jaar door, verwoorden dezelfde zorgen en angsten als de mensen die in Amerika Trump aan de macht hebben geholpen. Teleurgesteld in de gevestigde partijen, ontevreden over hun eigen leven en de gang van zaken, wendden zij zich tot een outsider, tot een zakenman die het tot miljardair heeft geschopt. Als hij dat voor zichzelf kan, kan hij het misschien ook voor het land, is dan de hoop. Maar aan de andere kant doen ook talloze horrorverhalen de omloop en kennen wij hem sinds een paar maanden om zijn botte, kwetsende en tegenstrijdige uitspraken. En dan horen en lezen we dat met Trump zo’n beetje het eind der tijden is aangebroken.

Toeval of niet hebben de lezingen aan het einde van het kerkelijk jaar ook zo’n zware stemming. We hoorden zojuist toch: ‘Er zal een tijd komen dat er geen steen op de andere gelaten zal worden; alles zal verwoest worden’. Er zit vandaag dus veel oordeel in de lezingen. Een soort van ondergangsstemming die ook wel past bij dit jaargetijde. En mensen die in een hevige crisis terechtkomen, zullen zich waarschijnlijk soms ook in deze teksten herkennen: ‘Geen steen die op de andere blijft’, ‘schrikwekkende dingen’, ‘geweldige tekenen aan de hemel’. Het zijn omstandigheden waar je niet bepaald naar uit kijkt, maar die mensen wel op zichzelf of op hun eigen situatie betrekken. Met alle desastreuze gevolgen van dien.

Daarom ook de raadgeving ons niet op sleeptouw te laten nemen door mensen die zo precies weten wanneer die dag zal komen. Geen mens heeft weet van die dag. Niemand kent dag of uur, zegt Jezus. Die worden alleen door de Vader in de hemel gekend. Daarnaast doen zich altijd rampen en oorlogen voor. Helaas is elk tijdgewricht er vol van. De bijbel waarop de onheilspredikers zich altijd beroepen is echter geen natuurkunde boek. De taal van de bijbel heeft meer van poëzie dan van natuurkunde. Daarom ook dat de scheppingsverhalen in het boek Genesis geen journalistieke reportages zijn van de gebeurtenissen in het begin, en dat de verhalen en profetieën over de eindtijd evenmin een prognose zijn over de gebeurtenissen aan het einde. Maar dat we ze moeten zien als een afspiegeling van het toenmalige milieu, van de toenmalige omstandigheden. En die omstandigheden waren rond het jaar 80 toen Lucas zijn evangelie schreef dramatisch. De prachtige tempel was in de as gelegd, die voorspelling van Jezus was dus inderdaad uitgekomen, en wat voor de christenen erger was, was het feit dat de christenen ondertussen daadwerkelijk ernstig werden vervolgd. Toen Lucas uit Jezus’ mond opschreef: ‘Ze zullen u vastgrijpen en vervolgen; ze zullen u in de gevangenis werpen’, was dat geen dreiging meer, maar bittere realiteit. Lucas wilde dus met zijn evangelie de eerste christenen moed inspreken. Die erge dingen, dat lijden, die vervolging, zijn inherent aan echt geloven. Je kunt er niet omheen. Christenen die Jezus werkelijk willen navolgen, zullen niet ontkomen aan weerstand of tegenwerking of zelfs nog erger.

De waarde en het gezag van die Bijbelteksten liggen dus niet op het vlak van de journalistieke informatie, maar op het vlak van geloof en vertrouwen. Voor mensen in moeilijke situaties brengen de lezingen van deze zondag dan ook geen verhaal van ondergang, maar een boodschap van bemoediging en relativering. Namelijk dat de zon der gerechtigheid over ons op zal gaan, die genezing zal brengen, zegt Maleachi. ‘Laat u niet uit het veld slaan’, ‘Geen haar op uw hoofd zal verloren gaan’, schrijft Lucas.
Natuurlijk tempels kunnen worden afgebroken, maar er is een tempel die onverwoestbaar is: dat is het hart van ieder van ons. Aan dagen komt een einde, maar de liefde blijft.

In het evangelie van vandaag zegt Jezus dat we het niet moeten zoeken in de glorie van de tempel met zijn pracht en praal, hoe mooi die ook zijn. Er zal uiteindelijk niets van overblijven, geen steen blijft op de andere.
Na verloop van tijd heeft alles zijn tijd gehad. Maar treur dan niet: het is wel een einde, maar niet het einde. In dit opzicht is ieders leven vol eindstations, en vergaan er telkens vele werelden, ook in ons persoonlijk leven.

Daarom dat we opgeroepen worden waakzaam en standvastig te zijn. Want geloof is geen appeltje-eitje. Geloof is datgene wat overblijft wanneer al het andere is versleten. Als de ene wereld aan zijn einde komt en wordt afgebroken, begint de andere. Zelfs wanneer de sterren van de hemel vallen, en de profeten zwijgen, zelfs wanneer alle vooruitzichten verduisteren, zelf wanneer de tempel wordt verwoest en onze mooie kerken worden afgebroken, zelfs wanneer de dood nadert – ook dan blijft er nog toekomst.

Lucas schrijft zijn woorden vlak voor het lijdensverhaal van Jezus en juist daardoor krijgen ze een nog diepere betekenis. De kruisdood van Jezus was uiteindelijk ook geen einde maar een weg naar het leven. Zo is het ook voor crisissituaties waarin christenen terecht kunnen komen. Er kunnen met recht verschrikkelijke dingen gebeuren, maar ze betekenen nooit het einde. En dat kunnen we ook zeggen over de verkiezing van Trump. Alles gaat voorbij. Ook Trump. En wie weet wordt de soep wel niet zo heet gegeten als ie wordt opgediend en valt het allemaal reuze mee.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers