Home » Preekarchief » preken 2016 » 14 februari 2016

14 februari 2016

OVERWEGING EERSTE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 14 FEBRUARI 2016
(Deut. 26,4-10 en Lc. 4,1-13)(C)

De afgelopen jaren was er een programma op de televisie waarin voor bekende Nederlanders werd uitgezocht van wie zij afstamden. Zo was dat op een gegeven moment ook voor Waldemar Torenstra het geval, u weet wel Joris Hulskamp in de serie Divorce van RTL4. En toen bleek dat Waldemar afstamt van de Vader des Vaderlands! Zijn verre voorvader was een buitenechtelijk kind van Willem van Oranje! Dat was toch wel een schok voor hem en voor zijn omgeving. Al was het wel bekend dat Willem de Zwijger het allemaal niet zo nauw nam.

Zouden u en ik op onderzoek uitgaan dan zouden wij hoogstwaarschijnlijk niet zo’n schokkende ontdekking doen. De kans is groot dat wij stuiten op heel eenvoudige mensen die moeite hadden om het hoofd boven water te houden en die soms zelfs geen achternaam hadden. En de autochtone Nederlanders moeten ook niet gek opkijken als ze ontdekken dat een of meer van hun voorouders uit andere landen afkomstig zijn, gevlucht voor burgeroorlogen, godsdiensttwisten of op zoek naar een beter bestaan. Asielzoekers en economische gelukzoekers zijn letterlijk van alle tijden! En misschien zitten ze dus ook wel in onze families.

Dus wat je roots ook zijn. Ze horen bij je. Of je het leuk vindt of niet. Het volk Israël krijgt in ieder geval duidelijk voorgehouden wie ze zijn en waar zij vandaan komen. Als zij eenmaal in het Beloofde Land wonen als boeren en landbouwers, dan moeten ze de eerste vruchten van het veld naar het heiligdom brengen. De mand met een bundel gerst wordt daar in ontvangst genomen door de priester. En de landbouwer die het eerste rijpe graan aanbiedt, moet daarbij zeggen: ‘Mijn vader was een zwervende Arameeër’. Hij, die misschien inmiddels heel succesvol is, moet dus met andere woorden zeggen dat zijn verre voorvader een zwerver was zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hij wordt dus gedwongen onder ogen te zien waar hij vandaan komt en wie hij is.

Jezelf op de borst kloppen om wie je bent of om wat je bereikt hebt, is dus uit den boze. Want wij zijn allemaal naakt ter wereld gekomen. En zonder onze voorouders zouden wij er niet zijn. We hebben het leven ontvangen van allen die ons zijn voorgegaan. Ik denk dat iedereen dat wel beseft.

Maar de Israëliet moest daarbij ook nog erkennen dat God zijn zwervende voorvader en zijn nageslacht geleid heeft. En dat zijn bestaan zonder Gods leiding überhaupt niet denkbaar zou zijn geweest. De Israëlieten krijgen dus een lesje in nederigheid. Zo van: verbeeld je maar niets! Maar ook: een lesje in vertrouwen dat Degene die hen tot hiertoe heeft geleid, hun ook verder zal leiden en als het moet zal dragen.

Deze nederigheid is ook de bedoeling van deze veertigdagentijd waaraan wij op Aswoensdag zijn begonnen. Dat wij beseffen dat wij ons leven van God ontvangen hebben en dat wij zijn kinderen mogen zijn. Maar ook dat er soms sleur in onze relatie met God is geslopen. En hoe kun je die relatie beter herstellen dan door afstand te nemen tot luxe en vertier om je opnieuw te concentreren op de liefde van God? Hoe kun je beter die relatie weer als een nieuwe beleven door tijd in te ruimen voor je gebed? En hoe kun je beter die relatie ervaren door iets over te hebben voor mensen in nood om je heen.
Door daar systematisch over na te denken ontstond deze veertigdaagse tijd van bekering en bezinning als voorbereiding op Pasen, samen met de doopcatechese van de geloofsleerlingen die in de paasnacht de Doop zouden ontvangen.

Zo ontstond deze veertigdagentijd die wij ook dit jaar weer als een geschenk mogen beleven om te groeien in onze relatie met Jezus Christus.

Moge Pasen voor alle gedoopten, ook voor onszelf, weer het feest van vreugde en vernieuwing worden als bij de eerstelingen van de oogst. We mogen dankbaar zijn dat we het leven mochten ontvangen van onze voorouders, hoe gering misschien ook zoals de zwervende Arameeër. Maar we zijn ook uit God geboren door onze eenheid met Jezus Christus in de Doop, burgers van het hemels koninkrijk.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers