Home » Preekarchief » preken 2016 » 17 april 2016

17 april 2016

OVERWEGING VIERDE ZONDAG VAN PASEN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 17 APRIL 2016
(Hand. 13,14.43-52 en Joh. 10,27-30)(C)

Het is dit weekend roepingenzondag. Dat betekent dat de aandacht, dat het gebed van de Kerk uitgaat naar roepingen tot leiderschap in de Kerk. En dat in een periode waarin leiderschap zo intens onder vuur ligt! In het christendom wordt het al vanaf het prilste begin omschreven met het begrip ‘herder’. De alleroudste afbeelding van Jezus is niet Jezus aan het kruis of in de stal van Bethlehem, maar Jezus als ‘de goede herder’. Muurschilderingen uit de tweede eeuw in de catacomben van Rome stellen Jezus voor als een jongeman met een schaap op de schouders. Een jonge Jezus met een schaap op de schouders. En dat is op zich ook weer niet nieuw, maar stamt uit het Oude Testament. Van oudsher noemden de Israëlieten God ‘hun herder’ (ps. 23, ps. 80). ‘De Heer is mijn Herder, ik kom niets tekort…’. En ook in het grote reddingsverhaal van het joodse volk zien we dat God het slavenvolk uit Egypte voerde, zoals een herder zijn kudde hoedt. En later hoopten zij dat hun leiders dat herderschap van God zouden navolgen. David werd letterlijk achter de kudde vandaan geroepen om herder te worden van het volk. En voor elke nieuwe koning bad men: ‘dat hij herder mag zijn voor uw mensen’. Maar deze verwachting werd meestal niet ingelost. Dat blijkt wel uit de tirades van de profeten.

In het evangelie van vandaag past Jezus het beeld van de herder met zijn schapen op zichzelf toe en op degenen die bereid zijn Hem te volgen. ‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij’, zegt Jezus daar.

En dan is er nog iets. Het is als je het goed beschouwt een weinig vleiend beeld: de verhouding tussen Jezus en de Kerk uitgedrukt in de Herder en zijn schapen! Schapen staan niet bekend om een grote intelligentie. Ze lopen willoos achter elkaar aan. Ze zijn hulpeloos als ze op hun rug liggen of in het water zijn beland. En in het Bijbelboek van de Openbaring wordt het nog ingewikkelder en ongemakkelijker. Daar is Jezus niet meer de Goede Herder, maar het Lam. Een beeld ontleend aan de tempelcultus van Jeruzalem. In die tempel werd het offerlam aan God aangeboden. En in onze context is dat Lam Christus, die aan God wordt aangeboden en zijn bloed, zijn leven voor ons gegeven heeft. U kent wellicht het beroemde schilderij ‘De aanbidding van het Lam’ van de gebroeders Van Eyck dat in Gent kan worden bewonderd. Het geofferde en weer levende (= verrezen) Lam staat daarop centraal. We zullen dus een wel een gedachtensprong moeten maken om het beeld van de herder en de schapen wat toegankelijker voor ons te doen zijn.

Nu is het vandaag zoals gezegd over de gehele wereld op deze vierde zondag van Pasen ‘Roepingenzondag’. Dan bidden we intenser dan normaal voor roepingen met name tot het priesterschap. En iemand die werkzaam is in het pastoraat wordt vaak ‘pastor’ genoemd. Dat is een mooie titel die ‘herder’ betekent. Maar het is ook een veeleisende titel. Een pastor moet leiding geven aan degenen die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd. Hij zal dat niet kunnen doen om het geld, maar uit liefde voor de mensen, hij moet als een herder begaan zijn met zijn ‘schapen’. Hij moet zich om hen bekommeren. Maar er worden meer ingrijpende dingen van hem verwacht: hij moet zichzelf kunnen wegcijferen, hij moet iets van dat eerder genoemde offerlam willen zijn. Dat vraagt dus om een enorme offergezindheid van een priester. Dat betekent dat hij bereid moet zijn tot het uiterste te gaan, kritiek moet kunnen verdragen en in een extreem geval zelfs zijn leven moet durven geven. De weg van een geroepene houdt dus leiden met een korte ei en lijden met een lange ij in!

Desalniettemin is ons gebed gevraagd dat er zich jonge mannen mogen melden die bereid zijn deze lang niet gemakkelijke weg te gaan. En na een langdurig vormings- en opleidingstraject zal moeten blijken of degenen die menen dat zij door God geroepen zijn aan drie eisen voldoen: houden van het geloof, houden van de Kerk en houden van de mensen.

Het geloof heb je in het Doopsel als een gave ontvangen. Bij de groei naar volwassenheid moet het tot ontwikkeling worden gebracht. Als priesterstudent natuurlijk nog sterker. Als het goed is groeit de liefde voor het geloof en de traditie. Je merkt dan ook dat het je steeds meer pijn doet wanneer er mensen zijn die zich van het geloof afkeren. Maar als het goed is word je met de jaren ook geschikter en bekwamer om uiteindelijk aan anderen leiding te geven. Parallel aan dit verdiepingsproces ontdek je dat de Kerk als een moeder zorg heeft gedragen voor de schatten van het geloof: de liturgie, het kloosterleven, de kunst. Je ontdekt steeds meer hoe de gemeenschap waartoe je behoort, je een veilig dak kan bieden en je gelukkig kan maken. Het doet je dan ook pijn wanneer je ontdekt dat in diezelfde Kerk pastors er in hun leven er een potje van maken, misstanden veroorzaken en dat er in onze westerse wereld een enorme leegloop is. Maar ondanks alles moet toch je liefde voor de medemens toenemen. Uit ervaring weet ik dat je voor hen heel veel kunt betekenen, vooral wanneer je als priester echt, authentiek de mensen nabij bent. Die bewogenheid voor mensen moet bestand zijn tegen stormen, zelfs als mensen zich tegen je keren, moet je van hen blijven houden.

Bidden wij daarom vandaag oprecht en met kracht dat er jonge mensen mogen zijn die deze weg willen gaan, omdat zij de roepstem van God vernomen hebben. Dat er velen mogen zijn die oprecht antwoorden ‘Hier ben ik’.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers


Privacy Voorkeuren

Account opheffen?

Jouw account wordt opgeheven en alle data permanent verwijderd. Weet je het zeker?