Home » Preekarchief » preken 2016 » 25 september 2016

25 september 2016

OVERWEGING ZESENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 25 SEPTEMBER 2016
(Amos 6,1a.4-7 en Lc. 16,19-31)(C)

Wie willen wij zijn? Willen wij zijn als die rijke uit het evangelie of als die arme? Tien van de tien zullen denk ik een lekker comfortabel bestaan verkiezen boven een leven als die arme Lazarus. Want wie kiest daar nou voor? Voor een leven dat Lazarus lijdt? Niemand natuurlijk.

We kiezen allemaal voor geluk en enige mate van welstand. We kiezen ook allemaal voor zekerheid en gezondheid en veiligheid. We willen ook een leuke baan en een leuke partner en lieve kinderen. Dus als we konden kiezen dan kozen we daar denk ik voor. En ja, de rijke uit de gelijkenis die wij zojuist hoorden, had kennelijk die keuze. En hij koos natuurlijk heel begrijpelijk voor een lekker comfortabel leventje. Hij ging gekleed in purper en fijn linnen, zeg maar de Hugo Boss en Armani pakken van toen. Bewust of onbewust liet hij daarmee ook iets zien: dat hij het breed had. Rijk aan goederen, rijk aan geld én rijk aan eigenwaan. De rijke uit het evangelie had dus ook iets van een patser. Hij had niemand nodig. Hij was vol van zichzelf.

Wat een contrast met die arme Lazarus. Die stakker redde het niet zonder de hulp van anderen. Hij heeft het tijdens zijn leven niet makkelijk gehad. Maar gek genoeg heeft hij wel een naam en de rijke niet. Jezus noemt hem bij zijn naam. En hebt u enig idee wat zijn naam Lazarus betekent? Het betekent zoiets als ´Hij die geholpen wordt´. ´Hij die geholpen wordt´, die hulp nodig heeft: dat is iemand die het niet op zichzelf redt, die zijn handen moet uitstrekken naar anderen om geholpen te mogen worden. Dat is iemand die zijn hand op moet houden en moet bidden en smeken dat er iets voor hem overblijft. Je hand ophouden. Lazarus heeft dat tot zijn schande geleerd. Vernederend. Ontluisterend.

De arme heeft misschien wel een vernederende, kleinerende naam, maar het is er tenminste wel een. De rijke dus klaarblijkelijk niet. Hij is voor God een onbekende. Een naamloze. Toen het allemaal nog voor de wind ging had die rijke niets in de gaten. Hij zette zijn zorgeloze leventje lekker voort en hij sloot zijn ogen elke dag als hij de arme Lazarus bedelend bij de poort tegenkwam. Pas toen zijn aardse leven voorbij was, werd het hem duidelijk wat voor waardeloos leven hij eigenlijk geleid heeft in Gods ogen. Toen besefte hij pas dat hij tal van keren verzuimd had om iets goeds te doen. Hij had al die kansen laten liggen. Hij kende de Wet van Mozes en ook de profeten waren hem niet onbekend, maar hun spreken was aan dovemans oren gericht.

De grote vraag is dus: wie willen wij zijn? We willen vooral gelukkig zijn! En dat wil God ook voor ons. Maar waarin ligt dan dat geluk? In het leven van Lazarus? Nou, we hoeven echt niet verlangend uit te kijken naar de ellende waarin Lazarus leefde. Dat was gewoon diep triest. Zijn armoede was een tranendal. Het was een diepe ellende. En ook zijn lichamelijke ongemakken waren niet iets dat hem gelukkig maakte. Een jarenlange lijdensweg. Lazarus had dus eigenlijk helemaal niets om verlangend naar uit te kijken.

Maar wel iets om van te verlangen daar ooit eens van verlost te worden! Van alles wat hem in zijn leven zoveel last, zoveel ellende en zoveel pijn gaf. Lazarus verlangde vurig naar het moment dat hij daarvan verlost zou worden. ‘Als ik daar maar van af ben!’. En in tegenstelling tot de arrogante rijke besefte hij dat hij dat op eigen kracht nooit zou kunnen, vandaar ook zijn naam: ‘Hij die hulp nodig heeft’.

En kijken wij naar onszelf. Waarvan verlangen wij ooit vanaf te komen? Van de wonden die wij hebben opgelopen of hebben toegebracht aan anderen? Van het leed dat ons is aangedaan of dat wij een ander hebben aangedaan? En de schaamte daarvoor? Van de ruzies in ons leven en ons deel daaraan? Van de schaamte over een scheiding of over de aanleiding tot die scheiding? Zo redenerend kan ik mij niet voorstellen dat er geen onvervuld verlangen in u en mij leeft. Een onvervuld verlangen omtrent de zweren die mij overdekken: mijn hebbelijkheden en onvolmaaktheden die steeds weer opspelen. Als we konden kiezen dan zouden we in eerste instantie waarschijnlijk wel die rijke willen zijn die alles had wat hij maar wilde en die zich niet liet storen door de schaduwzijde van zijn leven. Maar geneest zo’n leven de wonden in mijn bestaan? Of is het eigenlijk meer een soort tijdelijke verdoving en komt de klap later?

Wie kan mijn verlangen vervullen? Jezus. God. Dat is het wat Lazarus aanvoelde in het verhaal. Hij vertrouwde op God dat God de enige is die zijn verlangen kon vervullen en zijn honger kon stillen. Hij hoefde alleen maar zijn hand op te houden. En Lazarus had natuurlijk geleerd hoe hij zijn hand moest ophouden. Hij wist hoe je om hulp kon vragen. Dit evangelieverhaal is dus eigenlijk een openbaringsverhaal. Het wil ons leren dat wij bij Jezus moeten zijn om onze diepste verlangens te vervullen. Ik kan het niet alleen. U kunt het niet alleen. We hebben daar allemaal hulp bij nodig. We hoeven alleen maar onze handen op te houden, zoals ook zo mooi tot uitdrukking komt in het ontvangen van de communie. En dan wordt die hand gevuld door Jezus. Dan wordt ons verlangen vervuld en onze honger gestild en onze dorst gelest. Dat vertelt deze mooie gelijkenis ons. Want Jezus kent ons bij naam, zoals Hij die arme Lazarus bij naam kende.

Amen
© 2016 Sandor Koppers