Home » Preekarchief » preken 2016 » 23 oktober 2016

23 oktober 2016

OVERWEGING DERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 23 OKTOBER 2016
(Jezus Sir. 35,12-14.16-18 en Lc. 18,9-14)(C)

Als er momenteel ergens een arrogante kwast rondloopt dan is het Donald Trump wel. Wat heeft die het met zichzelf getroffen. Eerlijk, leg deze man maar even op de meetlat van de arrogantie en hij scoort op alle punten. En hij zegt het ook zelf: ‘Ik kan alleen maar winnen en wat ik doe wordt een succes!’. En zo schept hij constant op over zichzelf en wat er fout gaat is altijd de schuld van een ander.

Hoogmoedigheid. Arrogantie. Het komt overal voor. Jezus laat ons in het evangelie van vandaag kennismaken met zo’n geweldige egotripper. Ook zo’n bofkont. In alles de beste. ‘God, kijk eens goed naar mij en zie eens hoe goed ik ben. Ik ben veel beter dan al die anderen. Ik ben veel beter dan die man daar, die belastinginner, die tollenaar. Dat slag, waar ik mij verre van houd, dat slag is sowieso oneerlijk en denkt alleen maar aan de eigen portemonnee. Nee, neem mij nu: ik rijd geen scheve schaats, ik geef keurig aan goede doelen, ik onderhoud alle geboden’. Hij richt zich in zijn gebed tot God. Maar eigenlijk kun je zijn gebed nauwelijks een gebed noemen. De Farizeeër is meer iemand van incasseren van waar hij recht op meent te hebben. (What can God do for me? Nou God kan mij een flinke beloning geven!).

De tollenaar in de gelijkenis is een totaal ander iemand. Los van wat in het algemeen over tollenaars gedacht wordt, en misschien ook voor hem van toepassing was, blijkt hij toch een nederige man te zijn, een bescheiden man te zijn. Hij blijft in de tempel wat achteraf. Aan zijn hele houding kun je merken dat hij zich ongemakkelijk en schuldig voelt. Hij ziet in dat hij oneerlijk gehandeld heeft. Hij beseft dat zijn daden fout waren en hij heeft er spijt van. Hij bidt ook, maar zijn gebed is een gebed om Gods barmhartigheid: ‘Heer, wees mij zondaar genadig’.

Want waar zijn wij de afgelopen weken steeds mee bezig geweest in de serie evangelielezingen? Met gebedscatechese. Met onderricht van Jezus over hoe wij moeten bidden. Vorige week hoorden we over een onrechtvaardige rechter en een arme weduwe. De les toen was: blijf bidden, laat het niet los, geef het niet op. Eens wordt jouw gebed verhoord.

Vandaag gaat het over een ander veelvoorkomend probleem. Dat is namelijk het idee van wat ik zou willen noemen het ‘voor wat hoort wat’-gebed. Dat gaat uit van de gedachte dat als ik maar een hele waslijst met goede prestaties kan laten zien, dan moet ik daar ook wat voor terug krijgen. Zoiets als: je gooit twee euro in de automaat en je krijgt er automatische verhoring van je gebed voor terug. Kan ik even vangen? Ten diepste schuilt in zo’n houding een houding van zelfoverschatting. Want als ik het alleen af kan dan doe ik dat liever. De tollenaar daarentegen weet wie hij is en welke fouten hij gemaakt heeft en misschien nog maakt, hij weet dat hij een zondaar is, dat hij als mens tekort schiet en hij vertrouwt zich juist vanwege zijn kleinheid, vanwege zijn zelfkennis helemaal toe aan Gods barmhartigheid. Omdat hij ten diepste voelt dat alleen God het is die hem kan helpen. Een compleet andere houding dus. ‘Wat is er dat ik voor U doen kan? Wat vraagt U van mij zodat ik mijn leven kan verbeteren? (‘What can you do for God?’).

Wij kunnen deze parabel als een spiegel beschouwen, als een uitnodiging om eerlijk naar onszelf in die spiegel te kijken. Wat zien we dan? Hebben ook wij trekjes van de Farizeeër? Hebben wij het ook zo getroffen met onszelf, vinden wij onszelf goed, erg goed, beter dan anderen? Lijden wij aan zelfoverschatting, aan hoogmoedigheid?
Waarschijnlijk wel. In een bepaalde vorm lijken we ook wel een beetje op Donald Trump. Zo zijn wij als wij het goed beschouwen van kinds af aan ook opgevoed. Dat ieder de moeite waard is. Dat ieder er mag zijn. Dat wij allen kinderen van dezelfde Vader zijn. Dat is dat wij bevestiging hebben gekregen van onze ouders of van onze leraren dat wij er mogen zijn. Dat is prima.

Maar als het goed is, is ons ook geleerd dat niemand volmaakt is. Dat ik niet volmaakt ben en u niet en jij niet. Dat er dus ook gebrokenheid in ons schuilt, dingen waar ik niet zo trots op ben of waar ik niet zo blij mee ben. Maar die horen ook bij mijn persoon, bij degene die ik ben. En als het goed is ken ik ze, onderken ik ze, benoem ik ze en bid ik in een bepaalde nederigheid om Gods barmhartigheid. Want ik geloof dat Hij de enige is die mij helemaal kent met al mijn plussen en minnen en dat Hij de enige is die mij daarmee kan helpen en mij kan vergeven en bij mij aan kan vullen wat er nog aan mij ontbreekt. Want het is niet alleen maar goud wat er blinkt. (‘What can you do for God? Wat is er wat ik voor U doen kan? Of voor de wereld? Of voor de Kerk? Een heel open vraag.).

Hebben wij de moed en de kracht om voor die houding te kiezen, ons bewust te zijn van onze kleinheid en ons hart open durven stellen voor wat God van ons vraagt. En dat antwoord horen we een andere keer.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers