Home » Preekarchief » preken 2016 » 3 januari 2016

3 januari 2016

OVERWEGING HOOGFEEST OPENBARING DES HEREN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 3 JANUARI 2016
(Jes. 60,1-6 en Mt. 2,1-12)(C)

Wie van ons kan zeggen dat hij wel eens een godservaring mocht meemaken? Dat zijn er waarschijnlijk op het eerste gezicht weinigen. Maar als we goed kijken en als we willen kunnen wij het ook als we maar in beweging willen komen.

Dit weekend viert de Kerk het feest van Driekoningen. Matteüs spreekt eigenlijk van wijzen. Hij noemt niet hun aantal. Maar de traditie is met veel fantasie met de Bijbeltekst omgegaan. Zo worden er bijvoorbeeld drie gaven genoemd: goud, wierook en mirre. Dat zijn koninklijke gaven. Dus die wijzen worden koningen en vanwege die drie gaven veronderstellen we ook maar dat het drie koningen waren. En we hebben ze zelfs namen gegeven: Caspar, Melchior en Balthasar. En door de tijd heen hebben ze elk ook een eigen betekenis gekregen. Zij vertegenwoordigen zo ongeveer alle wereldvolken: Afrika, Azië en Europa (van het bestaan van Amerika had men destijds nog geen vermoeden).

Het oorspronkelijke verhaal in de Bijbel is door de traditie als het ware steeds meer uitgevouwen. Daardoor vertellen ze steeds meer over zichzelf, maar tegelijkertijd ook meer over ons. Want die drie koningen/wijzen zijn wij, mensen van welke leeftijd dan ook en hun afkomst doet er ook niet toe. Zij vertellen dus iets van de Kerk over hoe die zal moeten zijn.

En hoe moet die Kerk zijn? Wat moet haar vooral bezig houden? Wat zou haar belangrijkste voornemen aan het begin van dit nieuwe jaar moeten zijn? Dat is het verlangen naar Jezus. De drie koningen zien een bijzondere ster. En juist die bijzondere ster wekt in hen het verlangen die ster te volgen. Zij lieten zich raken door dat licht, zij werden nieuwsgierig door dat licht en gingen op onderzoek uit. Zij gingen op weg. En onderweg ontdekten zij wat werkelijk belangrijk was en waar je werkelijk moest zijn. En na een lange reis, met grote problemen en dwaalwegen, hadden zij hun bestemming bereikt. Toen de ster stil was blijven staan. En wat deden ze toen? Ze gingen door de knieën. Ze legden alle uiterlijk vertoon af en knielden neer bij het Kind.

Dat Kind was het licht dat zij al die tijd zochten. Hij is het licht van en voor de wereld. Dit Kind is de Redder, de Messias, de Verlosser. Uit alle rassen en talen komt men naar Hem toe. Althans, de mensen die het bijzondere van dit Kind aanvoelen. Dat doet niet iedereen. Er zijn er die stil blijven staan in hun vermeende zekerheden. Deze mensen komen wij vandaag tegen in Herodes en in de hogepriesters en Schriftgeleerden. Zij zoeken niet, zij menen het al gevonden te hebben.

De wijzen worden door de evangelist daarentegen voorgesteld als de mensen die wél zoeken en vinden. Alles wat ze in hun leven gezocht hadden, vonden de drie koningen terug in dit Kind. Dat betekende voor hen dat zij een godservaring meemaakten. Uit wat voor wereld zij voortkwamen weten we niet precies. Het waren hoogstwaarschijnlijk heidense magiërs, Babylonische sterrenkundigen. Wat dat precies inhoudt is mij ook onduidelijk, maar ik vermoed dat zij wel wat decorum gewend waren en dat zij een bepaalde hoge positie hadden en invloed en macht. Maar dat legden zij allemaal af ten gunste van het Kind. Dat was hun ontdekking: dat zij God ontmoetten in een Kind en niet in macht en pracht en praal.

En nadat de wijzen dit Kind hadden aanbeden, wisten ze dat zij via dit Kind iets hadden ervaren, wat hen enorm oversteeg. Want in Jezus is God zelf aan het licht gekomen als de Openbaring des Heren aan alle volken. De kleine koning is er blijkbaar voor alle mensen, voor iedereen, en vooral voor hen die in het donker en de schaduw leven en op zoek zijn naar het echte geluk en het ware licht.

Driekoningen is voor ons allen dus een uitnodiging om ‘de ster’ te volgen, dat wil zeggen: het licht achterna te gaan en nieuwe wegen te gaan in het verlangen naar Jezus om op Hem te lijken. En dan is het al snel duidelijk dat je soms moet zoeken om jouw weg te vinden. Maar het is een zoektocht die je brengt bij het geluk. Geen buitenkantgeluk, geen makkelijke glamour. Het behoedt je ook niet voor tegenslag en leed. Maar het Kind dat met Kerstmis is geboren heeft later als man gezegd ‘Ik ben de weg’. Hij is de weg die je uiteindelijk brengt bij rechtvaardigheid, vrede en liefde, bij het ware geluk. ‘De arme die steun vraagt, zal Hij bevrijden. Hij zal zich ontfermen over misdeelden, de zwakken schenkt Hij weer levensmoed’. Dat is de boodschap van dit Kind en de koningen hebben ervaren dat het hier om een goddelijke boodschap ging. En inderdaad, het valt niet mee om de duisternis uit ons leven en uit onze wereld te bannen. Maar het verlangen naar het licht zal toch ook telkens de kop opsteken. Want op de een of andere manier geeft God toch telkens in ieders leven aanwijzingen waar hij heen moet gaan en hoe hij verder moet trekken. Bidden wij aan het begin van dit nieuwe jaar dat wij in mogen gaan op dat verlangen en dat wij mogen komen tot eenzelfde godservaring als de wijzen.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers