Home » Preekarchief » preken 2016 » Gezinsviering 3 januari 2016

Gezinsviering 3 januari 2016

KORT WOORD GEZINSVIERING DRIEKONINGEN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 3 JANUARI 2016

Wij vieren vandaag het feest van Driekoningen. En die drie koningen of eigenlijk wordt er gesproken over wijzen, die gaan op weg. Nou was reizen in de tijd van de geboorte van Jezus geen ritje in een mooie Mercedes of in een groot vliegtuig. Neen, het was echt afzien. Het ging tergend langzaam en onderweg had je last van de hitte, van de kou, van dorst en honger en je voelde je hartstikke vies, want onderweg even onder de douche springen was er ook niet bij. Nee, reizen was geen pretje in die tijd. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat je makkelijk kon verdwalen, want navigatiesystemen bestonden nog niet en ANWB-borden evenmin.

Maar toch hoorden wij vandaag over de wijzen die op reis gingen. En wat hadden ze als navigatiemiddel? Alleen een ster. Maar die ster maakte hen zo nieuwsgierig dat zij die achterna gingen. Uit hun boeken wisten zij dat die ster iets bijzonders moest betekenen: als zij die ster zouden zien dan zou er een bijzonder iemand geboren gaan worden, wisten zij.

En dus gingen zij op reis en na allerlei omzwervingen kwamen zij op hun bestemming en vonden het Kindje Jezus. En wat deden zij toen? Zij gingen door de knieën! Je moet weten het waren koningen en wijzen, dus zij waren met andere woorden gewend dat anderen voor hen door de knieën gingen. En niet andersom. En dat is juist wat zij deden: zij knielden bij Jezus neer. En terwijl zij altijd gewend waren mooie cadeaus in ontvangst te nemen, ging het nu precies andersom: zij gaven mooie koninklijke cadeaus weg. Het waren allemaal tekenen dat zij ervan overtuigd waren dat zij op hun bestemming waren aangekomen.

Dat zij de lange weg hadden voltooid. En over die weg hebben wij het de afgelopen weken meerdere keren gehad. Over Johannes de Doper die zei dat wij de weg naar Jezus vlak moeten maken. En dan niet alleen letterlijk, maar vooral ook figuurlijk dus dat wij uit onszelf alle obstakels weg moeten halen die ons verhinderen om naar Jezus toe te gaan. En wat voor obstakels zijn dat dan? Dat zijn alle dingen die voor jou en mij heel belangrijk lijken, maar het niet zijn. En toen hebben wij ook nog gehoord dat wij alleen maar via Jezus bij God kunnen komen. Jezus is de deur naar God toe. De deur naar de hemel toe. En hoe kun je nou door die deur komen? Door te doen wat Jezus ons vraagt: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken en verzorgen, vreemdelingen opvangen. Dat soort dingen, maar ook andere mensen helpen of hun fouten vergeven en zelf om vergeving vragen voor de foute dingen die jij doet en mensen vertellen over Jezus.

Pas wanneer je dat allemaal doet wordt jouw weg glad en vlak en loop je heel makkelijk de berg op naar Jezus en God de Vader toe.

En dan zeg je misschien: allemaal mooie praatjes, maar ik wil dat wel eens in de praktijk zien! Ik wil de mensen wel eens zien die dat zo ontdekt hebben! Die dat echt zo geloven, want dan geloof ik het misschien ook makkelijker. Deze mensen hebben wij vandaag gezien: dat waren de wijzen uit het Oosten. Zij ontdekten met vallen en opstaan, met tegenslagen en hobbels op hun weg, waar zij moesten zijn om echt geluk te vinden: bij het Kindje Jezus! Alle andere dingen waren helemaal niet belangrijk. De herders hadden dat ook al gezien, maar dat waren maar simpele zielen. Met de wijzen waren er plotseling belangrijke mensen die het ontdekt hadden. En deze wijzen waren helemaal onderste boven van hun ontdekking: dat God in een klein Kind verschenen was en dat zij dat mochten zien. En wij? Wij mogen het ook zien. Maar je moet het wel willen zien!

Amen.
© 2016 Sandor Koppers