Home » Preekarchief » preken 2016 » 31 januari 2016

31 januari 2016

OVERWEGING VIERDE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 31 JANUARI 2016
(Jer. 1,4-5.17-19 en Lc. 4,21-30)(C)

De lezingen die wij zojuist gehoord hebben schetsen ons eigenlijk wat … in de inleiding ook verwoordde: je moet er rekening mee houden dat er niet naar je geluisterd wordt. Ook al weet je het nog zo goed te zeggen en ook al kent iedereen je, het is geen garantie dat er daadwerkelijk naar je geluisterd wordt. Daarom werd Jeremia gewaarschuwd dat hij tegenover koningen en het volk zou kunnen komen te staan die hem het leven zuur zouden maken. En Jezus ervoer in het evangelie hoe de stemming plotseling omsloeg en hoe men Hem de afgrond in wilde storten.

Het zijn dus nou niet echt stimulerende dingen die wij vandaag te horen krijgen. En wij komen toch naar de kerk om gesteund en gestimuleerd te worden, getroost te worden en samen iets positiefs te ervaren. Maar wat wij vandaag voorgeschoteld krijgen lijkt eerder het tegendeel. Als iemand al het idee heeft om wat te gaan zeggen, dan bedenkt hij zich vast wel want het risico dat er niemand of weinig mensen naar je luisteren is levensgroot.

Dat was vroeger zo. Dat is nu zo. En toch is het iets dat moet gebeuren. Toch vind ik dat ik dit moet zeggen. Dat het mijn taak is om dit te verkondigen. Ja, wat moet ik verkondigen? Het woord van God, de Bijbel. Dat woord van God, dat moet ik verkondigen. Dat moet ik uitleggen, dat moet ik voorleven. En dan moet ik met alles rekening houden. Zelfs met de situatie zoals die zich voordeed in de tijd toen het evangelie werd opgeschreven. De evangelisten, maar vooral ook Paulus, hadden te kampen met tegenwerking. Zij wilden dolgraag het verhaal van Jezus vertellen. Maar dat riep vanaf het begin gemengde reacties op. Enerzijds werd Hij door het volk erkend en toegejuicht, dat merken we in de eerste helft van het verhaal, maar anderzijds werd Jezus ook miskend, verstoten en uit de weg geruimd: dat lijden werd aangekondigd in het tweede deel van het verhaal wat wij zojuist gehoord hebben.

En in de jonge kerk, zeg maar helemaal aan het begin, toen begrepen zij ook niet waarom er zoveel tegenwerking was tegen hun verhaal. Het was toch zo’n mooi verhaal wat zij vertelden. Paulus ging op zijn missietochten bijvoorbeeld altijd eerst naar de plaatselijke synagoge. Dat was zijn wereld. Dat was bekend voor hem. Hij merkte dan dat men aanvankelijk best wel luisterde naar zijn verhaal, maar op het moment dat er een paar zich bekeerden, ja, op zo’n moment sloeg de stemming steeds om. Vanaf dat moment werden zijn vrienden jaloers en misschien voelden zij zich bedreigd en dan joeg men hem de stad uit. En dat gebeurde keer op keer. En dus ging hij uit armoede uiteindelijk maar naar de heidenen, dat wil zeggen hij ging naar de mensen buiten het jodendom. En ja, daar had hij succes. Daar werd op een of andere manier wel naar hem geluisterd en naar wat hij te zeggen had.

En de evangelist Lucas heeft het ook op een subtiele wijze over de buitenstaanders die toevallig wel oor hadden voor de boodschap van Jezus. Hij haalt dan twee voorbeelden uit het Oude Testament aan die dat illustreren over die weduwe van Sarepta en over de Syriër Naäman. Wij hebben die verhalen waarschijnlijk niet paraat maar zij gaan uiteindelijk over God die bij hen is, hen kracht geeft en zelfs in de meest uitzichtloze situatie hen nabij is en hen redt. En hen geneest zoals Hij Naäman van zijn huidziekte had genezen en de zoon van de weduwe van Sarepta weer ten leven had gewekt. En het waren steeds buitenstaanders die dat ontdekten!

En dat is dus de spanning die uit de lezingen naar voren springt. Dat men vroeger ook moeite had om God aan te nemen en dat het vaak buitenstaanders waren die er wel open voor stonden. En het is dus ook de spanning waar wij anno 2016 in leven. Want ook al is Nederland al meer dan 1200 jaar geleden christelijk geworden en ook al is er veel dat ons daaraan herinnert, dat wil niet zeggen dat het nu makkelijk is om het evangelie te verkondigen. Er is nu ook tegenwerking, spot en venijn. En dat is dus iets waar wij dus terdege rekening mee moeten houden.

Er wordt in dit kader al een tijdje gesproken over de nieuwe evangelisatie: een nieuwe missiebeweging. En dan niet ver weg, maar juist hier in een wereld die al meer dan 1000 jaar christelijk is, maar die ook heel rap dat verleden aan het vergeten is. In die wereld, onze wereld, nu dus weer met kracht het evangelie verkondigen: dat er een God is die van ons houdt en die zich heeft laten kennen in Jezus zijn Zoon. En dat deze Jezus ons met God de Vader heeft verzoend. Dat ongeveer verkondigen. Ga d’r maan aanstaan! Maar het kan. Want dat vertellen die oude verhalen ons: dat God met ons is, ons kracht geeft. En als het bij de ene niet lukt, dan gaan we maar naar een ander. Door dat soort dingen moeten wij ons niet laten afschrikken. Want dat hoort er allemaal bij. En het is de moeite waard om daarover aan de wereld om ons heen te vertellen.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers