Home » Preekarchief » preken 2016 » 4 september 2016

4 september 2016

OVERWEGING DRIEENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 4 SEPTEMBER 2016
( Wijsh. 9,13-18b en Lc. 14,25-33)(C)

Dit weekend wordt Moeder Teresa van Calcutta heilig verklaard. Op mijn FB tijdlijn verschijnen tal van filmpjes en verhalen over deze heilige Moeder Teresa. Hoe zij vanuit Albanië uiteindelijk in India terecht kwam en zich ontfermde over de laagste van de laagste kaste, de kastelozen. Wereldwijd hebben zusters in haar navolging zich ontfermd over de armsten der armen. In Rome, maar ook in Amsterdam. Ik ben een aantal keren in contact geweest met de zusters van Moeder Teresa die in de Jordaan een opvanghuis hadden en hebben voor daklozen, drugsverslaafden en alcoholisten en psychisch gestoorden. Samen met de vormelingen vanuit onze parochie bezochten wij dan op een zaterdagmiddag het klooster van die zusters. Na afloop van onze diaconale activiteiten hadden wij dan altijd een gesprekje met een van de zusters. En wat mij altijd opviel was de volledige armoede. Elke zuster had slechts twee habijten. Een om aan te trekken en een voor in de kast. Inkomsten hadden ze niet. Zij leefden volledig van wat de Amsterdamse horecawereld en de supermarkten en markthandelaren aan het eind van de dag over hadden. Daar maakten ze dan de maaltijd van. Voor de tientallen bezoekers en voor zichzelf. En als het er naar uitzag dat er een keer niets te eten was, gingen de zusters bidden. En warempel dan ging de deurbel of de telefoon dat er ergens eten op hen lag te wachten. Moeder Teresa was daarin hun grote voorbeeld. Maar zelf verwees Moeder Teresa altijd naar Christus met haar woorden dat we ´juist in de armsten en uitgestotenen Christus zelf kunnen herkennen´. En dat zij altijd opkwam voor het leven, voor ieder menselijk leven, ook het ongeboren leven. Haar getuigenis was in die tijd moedig en riep ook vijandigheid op. En paus Franciscus zegt het haar vandaag namens de hele Kerk na. We mogen haar denk ik dankbaar zijn voor haar voorbeeld en dat zij ondanks weerstand en tegenwerking moedig doorging.

Over moedig doorgaan gesproken. Dat wordt wel zo´n beetje van ons verwacht, als volgelingen van Jezus. Hij is onderweg en vele dagjesmensen trekken met Hem mee. Jezus legt vervolgens uit wat dat meetrekken inhoudt: je kruis opnemen, en, ook ontzettend moeilijk, je dierbaren achterlaten, je comfortabele leventje, je zekerheden, je geplaveide toekomst. Daar wordt allemaal om gevraagd, maar ook zelfs om minachting van het leven. Als zij dat allemaal kunnen, dan pas kunnen zij zijn leerling zijn. En waarom in godsnaam? Wat is het doel van deze ellende? Het doel is Jeruzalem, maar ook dat Hij daar zijn eigen leven zal minachten en zijn kruis zal dragen. En deze weg moeten zijn leerlingen ook gaan.

Even daarvoor had Jezus nog een gelijkenis verteld over een gastmaal waarvoor allerlei genodigden waren uitgenodigd. Maar niemand kwam. Dus moest de uitnodiging maar uitgaan naar alle hoeken en straten. Iedereen, tot de armste der armen was welkom. En op dat moment volgt de waarschuwing die wij zojuist hoorden. Het is een groot feest om met Jezus samen te zijn, dat is waar, maar besef ook dat als je zijn leerling wilt zijn, dat je dan alles achter je moet laten, anders zul je het einddoel niet halen.

Die bruiloft, dat feest waarover Jezus toen sprak, was niet het eindpunt of het hoogtepunt van de reis, neen, het was slechts het beginpunt. Het beginpunt van de reis met Jezus. Deze reis is voor ons begonnen met ons Doopsel en Vormsel. En daarmee vormen Doopsel en Vormsel het beginpunt van ons christelijk leven. Met ons Doopsel en Vormsel hebben wij een gave ontvangen, de gave van de heilige Geest. Deze genadegave is de diepste reden voor het feest dat wij vieren. Dat God ons zijn heilige Geest heeft geschonken. En zoals een bruiloft van een stel dat trouwt geen eindpunt is, maar het officiële beginpunt van hun gezamenlijke leven, zo is het ook met de genade. De genadegave van het Doopsel en Vormsel staat aan het begin, het is het eerste handgeld dat God ons geeft en waarmee wij de verdere weg door het leven aan kunnen.

En die verdere weg door het leven is dus inderdaad geen schoolreisje. De weg die ons te wachten staat is de navolging van Christus. Maar het is ook een weg die menselijk gezien onbegaanbaar is, die te groot en te zwaar voor ons is. Onze krachten zijn niet toereikend. Wij zijn te gammel, te zwak. We zijn te veel gehecht aan ons comfort en onze zekerheden. Het is net alsof je met tienduizend man een leger van twintigduizend man wilt verslaan of niet voldoende geld hebben om het gedroomde bouwwerk te voltooien. Geen enkel mens kan ijzer met handen breken!

De weg van de navolging is met andere woorden alleen mogelijk door de hulp van de genade, door de leiding van de heilige Geest. En ja, wanneer je dat weet en voelt, wanneer je daaruit echt christelijk leeft, dan durf je zoiets onmogelijks en tegendraads als de navolging van Jezus aan. Dan durf je christen te zijn. Ook anno 2016. Dan durf je christen te zijn ondanks weerstand en tegenwerking. En dat behelst dat je niet ten eerste vertrouwt op alles wat je bezit of op al jouw geweldige talenten, op wat je zelf allemaal meent te kunnen of wat een ander allemaal van jou vindt of zegt. Neen, er is dan het besef dat je niet door eigen verdiensten, niet door eigen kracht hier kunt geraken, bij God kunt komen, maar alleen maar door de hulp van Gods genade. Hij draagt mijn kruis. Hij geeft mij kracht. Hij is het die mij bij de hand neemt. Hij fluistert mij in wat ik moet zeggen.

Moeder Teresa ging ons voor in de radicale navolging van Christus. Zij verwoordde consequent haar verlangen om Jezus te volgen, zijn weg te gaan en ze had een hart dat openstond en luisterde naar de ingevingen en verzuchtingen van de heilige Geest. Zij is voor ons een voorbeeld en met haar heiligverklaring een machtig voorspreekster in de hemel.

Amen
© 2016 Sandor Koppers