Home » Preekarchief » preken 2016 » 8 mei 2016

8 mei 2016

OVERWEGING ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE,
8 MEI 2016 (Hand. 7,55-60 en Joh. 17,20-26)(C)

Wist u dat de Nederlanders tot een van de gelukkigste volken van de aarde behoren? We staan niet op de eerste plaats, maar wel in de top drie. En dat al jaren lang! Enig idee hoe dat komt? Natuurlijk door de grote welstand voor de meeste mensen. Verder ook door een betrouwbare, haast niet corrupte overheid. Maar vooral door een grote mate van vrijheid.

De individuele vrijheid is dan ook een groot goed in onze cultuur. Daar genieten we allemaal van. En die biedt ons de mogelijkheid ons helemaal te ontplooien. Vind je pianospelen leuk en kan je het ook nog een beetje? Dan kun je pianist worden, ook al ben je arm. Kan je goed voetballen? Dan is een profcarrière misschien wel een mogelijkheid. Maar persoonlijke vrijheid strekt zich ook uit naar mijn vrijheid om te zijn wie ik ben, wat bijvoorbeeld mijn geaardheid is en dat ik daarnaar wil leven. Deze vrijheid maakt de Nederlanders tot een van de gelukkigste volken op aarde.

Maar er is ook een keerzijde: dat is de eenzaamheid van veel mensen, met name voor mensen die niet bij machte zijn om voor zichzelf een juiste weg te kiezen, die geen juiste begeleiding hebben of die niet in een warm gezin wonen. Maar er is ook eenzaamheid bij mensen die geen deel uitmaken van een grotere verband, van een vereniging of een kerkgemeenschap. Zij staan er in onze samenleving ondanks de grote vrijheid vaak helemaal alleen voor.

De bouwers van deze parochiegemeenschap wisten dat ook en daarom dat zij vanaf uur nul gemeenschapsvorming zo belangrijk vonden. Daarom is het hier een vast gebruik om na de viering nog even bij elkaar te komen en koffie te drinken. Nog even een praatje maken en genieten van elkaar voordat ieder weer zijn eigen weg gaat. Zodoende ontstaat er bij de koffie betrokkenheid op elkaar en wordt er een parochiegevoel ontwikkeld. Dat werd in 1984 belangrijk gevonden en dat zal ook in de toekomst een hoofdaandachtspunt blijven.

Eenheid en verbondenheid, dat zijn hier dus de sleutelwoorden om het vol te houden in onze samenleving. Eenheid en verbondenheid met elkaar terwijl wij letterlijk uit alle landen van de wereld afkomstig zijn. Maar waarom zijn wij één of waarom voelen wij ons op een of andere manier hier met elkaar verbonden? Misschien omdat wij elkaar soms gewoon aardig vinden en leuk? Prima natuurlijk. Maar er is voor christenen als het goed is een diepere verbondenheid. Een verbondenheid met Jezus!

Maar liefst drie keer klinkt het vandaag in het evangelie: ‘Mogen zij één zijn’. Jezus is hier aan het woord. En zou Hij hiermee onze verbondenheid met elkaar bedoelen, dat wij gezellig met elkaar optrekken? Ik dacht het niet. Jezus spreekt hier in de eerste plaats over de verbondenheid van de christenen met Hemzelf! Die is essentieel. Zoals de Vader en de Zoon één zijn, zo staat die eenheid model voor de eenheid tussen de christenen en Christus. Die twee zouden onlosmakelijk met elkaar verbonden moeten zijn. Elke christen zou in alles wat hij doet en laat te rade moeten gaan bij Jezus. Hij zou zich bij alles wat er gebeurt in zijn leven verbonden moeten voelen met Jezus. Zo zou het moeten. Zo zouden katholieken dat moeten beleven. Dat zij weten dat Jezus hen vasthoudt, dat zij weten dat Jezus hen verlost heeft. Maar de praktijk is helaas anders. De praktijk is dat Jezus in onze samenleving een exotische figuur is geworden, een stopwoord, en tot mijn verdriet ook vaak een scheldwoord. De praktijk is dat veel katholieken Jezus helemaal niet meer kennen en niets meer van Hem weten. Dus zodoende is er bij veel mensen een hele vage band met Jezus, de Heer.

En dat die persoonlijke band met Jezus zo belangrijk is, blijkt bijvoorbeeld uit de eerste lezing. Stefanus had zich kritisch uitgelaten over de tempel en dit werd hem niet in dank afgenomen. Besloten werd daarom om Stefanus ter dood te brengen door steniging. Steniging is een afschuwelijke, pijnlijke, langzame dood. Doordat het zo lang duurt is er voor opgeven of toegeven alle tijd. Stefanus deed dat echter niet. Hij bleef zich vasthouden aan Jezus. Zijn band met Jezus was zelfs zo sterk dat hij Jezus tot in de details volgde en eigenlijk dezelfde woorden gebruikte die Jezus ook in de mond had genomen bij zijn kruisiging. Daardoor hield hij het vol en gaf hij niet toe aan zijn beulen. Geloven in Jezus geeft dus draagkracht aan ons leven. Het maakt ons sterker en weerbaarder. Mits we maar verbonden zijn en blijven met Jezus.

En juist dat is in onze samenleving steeds moeilijker. Niet zelden worden gelovigen bespot om hun geloof. En die spot loopt door praktisch alle families en generaties heen. We herkennen allemaal wel die pijn. Maar wij kunnen deze pijn alleen maar dragen door onze band met Jezus. Bemoediging in ons geloof worden we namelijk in de eerste plaats door Jezus zelf. Maar het is echt geen schande als wij elkaar ook telkens opnieuw bemoedigen als wij elkaar ontmoeten. Zowel in de eucharistie als tijdens het kopje koffie na afloop.

Amen.
© 2016 Sandor Koppers