Home » Preekarchief » Preken 2017 » 1 oktober 2017

1 oktober 2017

OVERWEGING ZESENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 1 OKTOBER 2017
(Ez.18,25-28 en Mt. 21,28-32)(A)

Rebecca Bitrus uit Nigeria werd ontvoerd door Boko Haram en maakte de meest gruwelijke dingen mee. “Toen ze Allahu akbar riepen, bad ik in mijn hart: Jezus redt me”. Ze verloor haar zoontje en werd zwanger na talrijke verkrachtingen. “Maar ik heb de terroristen vergeven”, getuigt ze.

Wat we zojuist hoorden over wat Rebecca is overkomen, overkomt miljoenen mensen, miljoenen vrouwen, kinderen en mannen. Hoe ze door geweld worden getroffen en hoe hun rechten worden geschaad. Wat minder vaak voorkomt is het feit dat Rebecca haar verkrachters en de moordenaars van haar zoontje kon vergeven. Dat zij dat op kon brengen gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Je zou haat en wraak verwachten, maar zij kwam met vergeving en liefde.

‘Wie doet de wil van de Vader?’, is de centrale vraag dit weekend. We hoorden het Jezus zeggen. Maar wat is dat eigenlijk Gods wil doen? In grote lijnen: ons houden aan Gods geboden en aan de woorden van Jezus en aan wat de Kerk in de loop van de eeuwen heeft opgeschreven. Dat begrijpen we allemaal best waar het bijvoorbeeld gaat over het vijfde gebod ‘Gij zult niet doden’. Maar het derde gebod, het gebod over de heiliging van de dag des Heren, wordt voor de meeste moderne mensen al lastig op zondagochtend, zij blijven liever dan uitslapen of komen alleen als er iets gebeurt dat hen aanspreekt.

Maar pas echt moeilijk wordt het ‘doen van de wil van de Vader’ als het niet persé gaat over het wel of niet onderhouden van de geboden, maar over het omgaan met bepaalde situaties. Iemand aan wie we eigenlijk niets verplicht zijn, of die we maar vaag kennen of waar we misschien ook wel een beetje hekel aan hebben, die doet wel een beroep op mij: een zieke die vraagt om of ik wat boodschappen voor hem of haar wil meenemen, of iemand die hulp nodig heeft bij het invullen van formulieren? Je hebt er misschien niet altijd zin in, maar misschien denk je dan toch ook aan de woorden van Jezus: ‘Alles wat je aan de minsten der Mijnen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan’.

Het doen van de wil van de Vader. Hoe doe je dat? Hoe weet je dat? Het kan zich ongewild en ongevraagd uiten in hoe je omgaat met tegenslag of hoe je, zoals Rebecca, omgaat met verschrikkelijk onrecht. Er kunnen zich dingen in ons leven voordoen die werkelijk verschrikkelijk zijn, afschuwelijk zijn. Een dodelijke ziekte, dement worden, alles wat je dierbaar is verliezen, of zoals Rebecca ontvoerd worden en verkracht worden. Wie wordt er dan niet opstandig? Wie geeft dan niet de schuld aan de wereld, aan de mensheid, aan mannen of aan God? Bekijk het maar, zeggen we dan. Of haat en wraak, is dan ons antwoord. Geloof in God, dat wordt als het er al was, zeer op de proef gesteld. Waar is die God, die zegt dat Hij van ons houdt? Waarom grijpt Hij niet in en waarom redt Hij mij niet uit deze ellende? En wat er ook gebeurt, je wordt niet gered. God is in geen velden of wegen te zien.

Maar er is er een die wel te zien is, te ontmoeten is en in herinnering te roepen is. Een die mens was zoals wij en die alles aan ellende, aan pijn en verraad, aan lijden en dood meegemaakt heeft, beleefd heeft, ervaren heeft, een die weet wat lijden is en die de dood heeft gezien. En dat is Jezus! Hem kunnen en moeten we altijd in herinnering roepen, zoals Rebecca dat deed toen ze door Bolo Haram gevangen werd gehouden, en zoals de Indiase priester dat deed toen hij in Jemen gevangen werd gehouden en elke dag de woorden van de consecratie uitsprak terwijl hij geen brood en wijn had. Maar deze woorden en de aanwezigheid van Jezus in die woorden gaven Rebecca en die priester wel de kracht om de wil van de Vader te doen: en dat is liefde te doen en vergeven.

Jezus weet hoe moeilijk het leven soms is. In de Hof van Olijven liet Hij iets van zijn, voor ons herkenbare, wanhoop blijken toen Hij aanvoelde welke kant het op zou gaan: ‘Vader, laat deze beker aan Mij voorbijgaan’, bad Hij toen, maar uiteindelijk boog Hij het hoofd en zei: ‘Niet mijn, maar uw wil geschiede’. Hij durfde zijn leven in Gods hand te leggen.

Ten diepste is dat het doen van de wil van de Vader: je leven in zijn hand durven leggen. Dus alle pretenties, alle aanspraken, alle verwachtingen, alle logica loslaten en je klein maken voor God. Dat vraagt echt wel geestelijke groei om dat te kunnen doen. En dan, dan kun je ook het oordeel over de daden van een ander loslaten en in Gods hand leggen. Dan kun je ook vergeven, wat eigenlijk niet te vergeven is. En dat is niet een voorbeeld van psychische onderdanigheid, maar juist een teken van volwassenheid om te kunnen aanvaarden dat dingen soms nu eenmaal anders lopen. En wij kunnen dat als mensen leren van elkaar, hoe een medemens met tegenslag omgaat, maar wij kunnen dat vooral leren van het voorbeeld van Jezus. En dan niet alleen leren, maar vooral ook kracht ontvangen, in het bijzonder de kracht die Hij geeft door zijn lichaam en bloed.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers