Home » Preekarchief » Preken 2017 » 10 september 2017

10 september 2017

OVERWEGING DRIEENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 10 SEPTEMBER 2017
(Ez. 33,7-9 en Mt. 18,15-20)(A)

Wij hebben hier een dak boven ons hoofd. Een dak van een gebouw waar wij ons in december al meer dan dertig jaar kunnen oefenen in het omgaan met elkaar. We hebben hier dus een oefenplaats, een werkplaats om te oefenen in het gebod van de liefde. We weten dat dat gebod voor Jezus het belangrijkste gebod is. Van God en de naaste houden als van jezelf.

Vandaag (gisteren) hebben wij, dat wil zeggen alle gebruikers van de Lichtboog, open huis gehouden. Via een DVD-opname, zelfgebakken cake en taart, kooroptredens van verschillende koorgroepjes en een prachtig concert van twee dames van de PKN, hebben wij onszelf gepresenteerd als vriendelijk, gastvrij en bescheiden. We hebben ons beste beentje voor gezet, zullen we maar zeggen. Nou hoeven we geen groot geleerde te zijn om te weten dat het er in een kerk als deze wel eens spannend aan toe gaat. Overal is wel eens wat, zullen we maar zeggen, dus ook hier. Daarom blijft het een uitdaging netjes en vriendelijk met elkaar om te gaan. Het omgaan met die uitdaging is eigenlijk het thema van dit weekend. Hoe gaan wij met elkaar om?

U moet zich voorstellen dat het evangelie dat wij zojuist gehoord hebben speelt tegen de achtergrond van een hele jonge christelijke gemeente. Vol enthousiasme begonnen, maar na een tijdje begonnen de irritaties toe te nemen en ontstonden er conflicten. Heel herkenbaar! ‘Wat nu?’, was de vraag. En toen herinnerde men zich woorden van Jezus over men met dit soort spannende en vervelende situaties moest omgaan. En hoe Hij hen duidelijk probeerde te maken dat zij hun best moesten doen om de dwalende broeder met alle middelen te redden.

Dat betekende om te beginnen dat het doel nooit mag zijn dat iemand de grond in geboord wordt. Iemand de grond in boren is een koud kunstje. Het is voor veel mensen helemaal niet moeilijk om iemand alle hoeken van een kamer te laten zien, die persoon bont en blauw te slaan en te kleineren. Maar wat je daarmee oogst is wrok, wraak, rancune en nieuwe agressie. En dat is funest voor je gemeenschap. Kortom allemaal ellende. Neen, de gemeenschap van Jezus moet iemand alleen maar met respect en liefde aanspreken over zijn gedrag. En dan moet het bedoeling zijn dat iemand daar een beter mens van zal worden. Hij of zij moet van de kritiek die hij hoort een beter en gelukkiger mens worden. Maar een mens kan alleen maar beter en gelukkiger worden als hem of haar ook de misstappen vergeven worden! Dus vergeving is even belangrijk als berouw en bekering.

En in welke volgorde staan deze twee? Wat komt eerder vergeving of bekering? Het is een soort kip of ei discussie. Afgaande op de parabel van de Verloren Zoon zou ik zeggen dat de vergeving van de vader er al was voor de (halfbakken) bekering van zijn jongste zoon. Dat zou dus ook een grondeigenschap van een christelijke gemeenschap en een christelijk persoon moeten zijn: de vergeving van je broeder gaat vooraf aan zijn bekering en berouw. En wat er dan gebeurt is niet te beschrijven. Dat is nieuw leven, dat is een nieuwe kans op leven. Als wij dus elkaar zonder restricties weten te vergeven dan ontstaat er nieuw leven. Een nieuwe schepping kan dan ontkiemen. En dan lijken we werkelijk op Diegene die ons geschapen heeft.

Een christelijke gemeenschap, groot of klein, moet dus per definitie bestaan uit mensen die op elkaar betrokken zijn. Betrokken op wat er gebeurt of gebeurd is in ieders leven, maar ook betrokken op elkaars geloof. Geloven kun je niet alleen, al denken veel mensen dat heden ten dagen wel. Je hebt mensen nodig om je geloof aan te spiegelen, om je geloof mee te beleven en het te verdiepen. Maar ook om te voorkomen dat je op de solotoer gaat, dus dat je afdwaalt in geloof en zeden. En mocht dat toch eens gebeuren, dan is er die betrokken gemeenschap die jou weer terug wil halen. Met liefde en respect.

En juist liefde en respect zijn de twee dingen die bepalen hoe mensen met elkaar omgaan. En daar gaat ook een geweldige kracht vanuit. In het verleden helaas heel vaak een kracht van geweld of intimidatie. Door schade en schande wijs geworden is het nu hopelijk een zachte kracht die de Kerk doet groeien en die haar ook nu een authentieke invloed kan geven op de maatschappij om haar heen.

Meer dan eens is het gebeurd dat er vanuit de christelijke geloofsgemeenschappen bevlogen mensen zijn opgestaan om misstanden in onze maatschappij aan de orde te stellen. Denk maar eens aan de ziekenverpleging of aan het onderwijs vroeger en de asielopvang en armenzorg nu. Veel initiatieven op dat vlak kwamen en komen uit de hoek van de kerken. Kerken signaleerden onrecht en probeerden daar vanuit hun christelijke geloof wat aan te doen. En als dat gebeurt, wil God niets liever dan daar met zijn Geest bij aanwezig zijn. Wij kunnen dat helpen te laten gebeuren door die zachte kracht van de naastenliefde in praktijk te brengen. Door trouw te zijn aan onze naaste, door ons in te zetten voor een ander, door biddend en samenkomend te luisteren naar wat de Geest ons ingeeft en door zo nu en dan misschien ook eens zaken met de mantel der liefde te bedekken. Maar soms ook door onze nek uit te steken en man en paard te noemen; niet om te beschadigen, maar juist om te helen. Ja, om een nieuwe schepping te beginnen.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers