Home » Preekarchief » Preken 2017 » 15 oktober 2017

15 oktober 2017

OVERWEGING ACHTENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 15 OKTOBER 2017
(Jes. 25,6-10a en Mt. 22,1-14)(A)

In april van dit jaar nodigde Koning Willem Alexander Nederlanders uit, die net als hij op 27 april jaren waren en dit jaar een kroonjaar vierden. Het idee was om met hem een feestelijke maaltijd te houden op het Koninklijk Paleis in Amsterdam. Er was zeer veel belangstelling voor en er moest een loting gehouden worden om te bepalen wie er bij het koninklijk paar mochten aanzitten.

Uitgenodigd worden op een feestje: iedereen heeft dat graag, zeker als het gaat om zo’n bijzondere uitnodiging. Maar ook bij meer normale uitnodigingen is de reactie: ‘Ha, ze hebben toch aan mij gedacht, ze zijn me niet vergeten!’ En dat is belangrijk: dat we niet vergeten worden, dat iemand aan ons denkt. Want alleen dan is er een teken dat we erbij horen en meetellen.

De dankbaarheid om een uitnodiging is er duidelijk niet in de parabel die Jezus vandaag vertelt. De koning geeft een bruiloftsfeest voor zijn zoon, zijn dienaren nodigen honderden mensen uit, maar niemand wil komen. Ze hebben geen tijd of geen zin, en sommigen deinzen er zelfs niet voor terug om een moord te plegen. Het is duidelijk wie die koning is en welk feestmaal Hij geeft: het is God de Heer, en het feestmaal is dat Hij zijn Zoon naar de wereld zendt om zijn Koninkrijk van liefde en vrede te verkondigen en voor te leven. Maar het volk wil helemaal niets met zijn Zoon en zijn feestmaal te maken hebben, en daarom zendt Hij zijn dienaren er opnieuw op uit, deze keer naar de kruispunten van de wegen, waar ze zeker mensen zullen vinden die wél willen ingaan op zijn uitnodiging.

En als we ons dat verhaal vandaag proberen voor te stellen, dan kunnen we vermoeden welke mensen die dienaren op de kruispunten zullen aantreffen. Dat zijn de mensen die niet weten waar ze naartoe moeten. En mensen die de weg zijn kwijtgeraakt, en hopen dat ze met iemand kunnen meegaan die de weg wél kent. Of mensen die alle wegen willen gaan, maar daardoor ook niet weten welke kant ze op moeten gaan. Of mensen die afhankelijk zijn van de aandacht en de hulp van anderen. Precies deze mensen, deze onzekere mensen vol aarzeling en twijfel worden uitgenodigd door de dienaren van God onze Heer, want in zijn ogen vindt iedereen genade en is iedereen belangrijk.

Misschien zijn we ons daar niet direct van bewust, maar ook wij staan dikwijls op zo een kruispunt. Geen kruispunt op de weg, maar een kruispunt in ons leven, en soms weten ook wij niet waarheen of waar naartoe. We zijn onzeker, we hebben problemen in ons gezin, in onze relatie, op ons werk, in onze omgeving. We weten niet wat we moeten kiezen. We zijn wanhopig omdat alles tegenvalt, omdat we te maken hebben met ziekte en dood, omdat we overal alleen voor staan, omdat niemand zich om ons lijkt te bekommeren.

Wel, op zo’n kruispunt, op zo’n punt waar we geen uitkomst meer zien en waar we de weg niet meer vinden, komt God de Heer naar ons toe. Daar neemt Hij de sluier van verdriet en duisternis van ons af, en biedt Hij ons een heerlijk feestmaal aan in zijn Koninkrijk van liefde, van hoop, van vrede, van vertrouwen. Stelt u zich dat eens voor: zo’n Koninkrijk van liefde en vrede. Dat is dus een wereld zonder ruzie in het gezin, op straat, in de parochie, op het werk, gelijk waar. Een wereld zonder ongelijkheid, zonder mishandeling, zonder uitbuiting, zonder verraad. Een wereld zonder oorlog, zonder terrorisme, zonder machinegeweren en kernwapens, zonder mensenhandel, zonder vrouwen- en kindermisbruik, zonder maniakale geldwolven. Wat een heerlijke wereld zou dat zijn.

Dat is het feestmaal van de wereld waarop God de Heer ons uitnodigt: een wereld die een hemel is op aarde, als alle mensen meewerken aan de uitbouw ervan, als niet geld en geweld, maar liefde en vrede de drijfkracht zijn. Laten we dus vol vreugde ingaan op zijn uitnodiging om deel te nemen aan het feestmaal van zijn Koninkrijk van liefde en vrede, en laten we onze uiterste best doen om er een heerlijk feest van te maken.

God nodigt iedereen uit. ‘Slechten zowel als goeden’. Voor zijn maaltijd is geen loting als er te veel mensen willen komen. Maar je wordt niet automatisch gered, toegelaten, je moet het ook willen. Uitgenodigd en geroepen zijn, is geen vrijbrief om te zondingen. Zorg dus dat je er de juiste kleding voor hebt. En die kleding verwerf je door het evangelie te gaan verkondigen aan alle volken en door er naar te leven. Door elkaar te vergeven, naar elkaar om te zien, elkaar te kleden, eten en drinken te geven, elkaar te troosten, de zieken onder ons te bezoeken. Door te leven naar het evangelie, bekleden wij ons met Christus en zijn wij goed gekleed op zijn gastmaal.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers