Home » Preekarchief » Preken 2017 » 17 december 2017

17 december 2017

OVERWEGING DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 17 DECEMBER 2017
(Jes. 61,1-2a.10-11 en Joh. 1,6-8.19-28)(B)

Vorige week zondag kregen we een portret van Johannes de Doper uit het oudste evangelie, dat van Marcus. Vandaag horen we de visie van de vierde evangelist, Johannes. En de vierde evangelist presenteert de Doper in de eerste plaats als getuige. De Doper gaat niet aan Jezus vooraf, maar staat naast Hem. Hij moet de Messias niet meer aankondigen, maar Hem aanwijzen. En dat aanwijzen door Johannes de Doper kan hij alleen maar kwijt in het vraaggesprek dat wij zojuist hoorden: Hij is de Messias niet, zegt hij, en evenmin Elia of de profeet en het doopsel dat hij doet is slechts een middel om de ‘onbekende’ in hun midden, de Messias, te herkennen en aan te wijzen: op wie Hij bij de doop de Geest zou zien neerdalen, die pas zou het zijn. Het gaat alleen dus maar over getuigenis afleggen.

Getuigenis afleggen. Niet naar jezelf wijzen, maar naar een ander. En Johannes de Doper doet dat met verve! Hij is niet zelf het Licht, maar wel de LED-lampjes in de vloer van een vliegtuig die de passagier naar de uitgang, naar het Licht leidt. Hij is niet zelf het Woord, maar wel een stem die het Woord helpt aan het woord te komen. Hij is niet zelf de profeet, maar wel een roepende in wie de boodschap der profeten, sinds eeuwen verstomd, op intense wijze opnieuw tot leven komt. Hij is niet zelf de Messias, maar wel een woestijnzonderling die begeestering wekt en een grote beweging op gang brengt. Hij is niet zelf de bruidegom, maar wel diens beste vriend die dolgelukkig is omdat hij de stem van de bruidegom heeft gehoord en nu oprecht kan zeggen: ‘Hij moet groter worden, maar ik kleiner’. Johannes de Doper is dus een soort tussenfiguur die staat in de spanning tussen het ‘reeds’ en het ‘nog niet’. De Messias heeft zich nog niet geopenbaard, maar Johannes ziet de tekenen van zijn naderende komst al. Hij ziet het opgaande Licht al gloren. Johannes de Doper is dus met andere woorden ook echt een Adventsfiguur die ons de weg wijst: daar moet je zijn! Bij Hem moet je zijn! En dan is er inderdaad een spanning tussen het ‘reeds’ en het ‘nog niet’. Met Jezus is het rijk Gods definitief aangebroken, dat staat buiten kijf, maar voltooid is het nog niet. Want wij zijn er om dat rijk Gods te voltooien. Wij zijn geroepen om een levende verwijzing te zijn.

Want als christenen, of we nu bisschop zijn of priester, diaken of pastoraal werker, of leek, wij zijn allen gedoopt en gezalfd om aan armen de blijde boodschap te brengen, wij zijn in dezelfde mate gezonden om allen te genezen wier hart gebroken is, om aan gevangenen vrijlating te melden, om wie opgesloten zijn in wat voor gevangenis dan ook, vrijheid te melden. Wij zijn gezonden om het genadejaar van de Heer af te kondigen.

Elk vijftigste jaar was een genadejaar, waarin alle slaven in vrijheid gesteld moesten worden. Grond die verkocht was omdat de boer het niet kon rooien, moest dan teruggegeven worden aan de oorspronkelijke eigenaar. En de akkers moesten een jaar onbebouwd blijven. Kortom: alles en iedereen moest in zo’n genadejaar tot zijn recht komen en alles en iedereen moest de kans krijgen opnieuw te beginnen, met een schone lei. En wij zijn, als gedoopten en gevormden, speciaal geroepen om de hoop op dat genadejaar levend te houden, de nood in onze wereld te herkennen en de hand aan de ploeg te slaan.

De tekst over dat genadejaar komt nog een keer voor in de Schrift: in het evangelie volgens Lucas. Jezus is dan te gast in de synagoge van Nazareth. Hij mag daar de lezing doen en er een toelichting op geven. Ze reiken Hem de boekrol van Jesaja aan. En dan leest Hij: ‘De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de blijde boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden dat zij zullen zien, om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer’.

Hij rolt de boekrol dicht, geeft hem aan de dienaar, en gaat zitten. Aller ogen zijn gespannen op Hem gericht. En dan zegt Hij: ‘Het Schriftwoord dat jullie zojuist gehoord hebben, is thans in vervulling gegaan’. En in feite zegt Hij het dan zelf: In Hem is de belofte van God in vervulling gegaan. In Hem is het genadejaar van de Heer aangebroken. In Hem kan alles anders, alles beter worden. In Hem is die eeuwenoude belofte van God uitgekomen.

En van die Komende die het grote genadejaar voor de wereld zal afkondigen, mogen en moeten wij getuigen, zoals Johannes de Doper dat deed. Waar wij, als christenen, werk maken van ons geloof in Hem, waar wij als katholieken werk maken van ons geloof, zal de wereld van aanschijn veranderen. Daar zal de wereld worden verlost uit wat haar gevangen houdt. Daar zal de wereld genezen van haar kwalen. Daar zal heel de mensheid toegroeien naar het koninkrijk van God. Getuigen van het Licht, dat is onze roeping. We zullen de komende jaren dus een uiterste krachtinspanning moeten verrichten om die roeping waar te maken. We zullen goed bij onszelf te rade moeten gaan om de nood die niemand ziet te zien, om de hulp die niemand geeft te geven, om het kind dat niemand hoort te troosten. Daartoe zullen we met elkaar in gesprek moeten blijven, naar elkaar moeten luisteren en elkaar moeten bevragen om die onopgemerkte nood te herkennen.

En laten we dan vooral niet vergeten dat, waar er menselijk gezien geen uitzicht en toekomst meer is, God altijd nieuw leven, nieuw perspectief geeft. Dat wij van die vreugde, van die hoop en van dat geloof mogen getuigen in woord en daad. En Johannes de Doper is daarin ons grote voorbeeld.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers