Home » Preekarchief » Preken 2017 » 19 maart 2017

19 maart 2017

OVERWEGING DERDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 19 MAART 2017
(Ex. 17,3-7 en Joh. 4,5-42)(A)

Dat het evangelie van de Samaritaanse vrouw juist op deze derde zondag van de veertigdagentijd gelezen wordt, staat in een lange traditie. We zijn immers druk doende met de voorbereiding op Pasen. Wij die al gedoopt en gevormd zijn en zij die zich daarop voorbereiden. En de lezingen van deze zondagen staan vooral in dienst van die laatste groep dit wij de geloofsleerlingen noemen. Zij gaan nu de laatste fase in van hun voorbereiding op hun doopsel en vormsel in de Paaswake. Deze traditie gaat dus heel lang terug, de oude Kerk gebruikte al een aantal belangrijke delen uit het Johannesevangelie om de kern van het christelijke geloofsmysterie aan te duiden ‘Wie is Jezus?’. De lezing van de Samaritaanse vrouw vormt het eerste deel van een drieluik. Vandaag dus dit verhaal, volgende week het verhaal van de genezing van de blindgeborene en over twee weken het verhaal van de opwekking van Lazarus. Alle drie de verhalen verwijzen naar de betekenis van Christus: Levend water, licht dat in de duisternis schijnt en nieuw leven. En deze drie elementen komen terug in die nacht der nachten: het doopwater, de paaskaars en de viering van de eucharistie. Het zijn de symbolen van de verrijzenis. De verrijzenis van Christus op de eerste plaats, maar ook de verrijzenis van hen die in Hem geloven en die in geloof in Hem sterven.

In het verhaal van deze zondag is de Samaritaanse vrouw voorbeeld voor ieder van ons. De Samaritanen hoorden niet bij het volk van God, ze stonden zelfs op slechte voet met de joden en de twee volken leefden compleet langs elkaar heen. Toch zoekt Jezus het contact met haar. En zo doet God dat ook met ieder van ons. Zolang wij nog niet gedoopt zijn, horen we nog niet bij het Godsvolk, maar toch is God al naar ons op zoek. De Samaritaanse vrouw heeft ook een wild leven achter de rug: ze heeft vijf mannen gehad, waar ze hoogstwaarschijnlijk niet mee getrouwd was. En toch zoekt Jezus contact met haar. Ook wij dragen zonden en tekorten met ons mee, maar toch is God naar ons op zoek. Paulus zegt het dan ook zo: God bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Hij naar ons toekomt op het moment dat wij nog zondaars zijn.

Jezus opent het gesprek met een vraag. Hij vraagt om water, want Hij heeft dorst. Hij toont zijn menselijke kant. Wij geloven immers dat God in Jezus mens is geworden met menselijke behoeften. Hij lijdt honger en dorst, heel herkenbaar. Maar plotseling krijgt het gesprek een wending naar zijn goddelijkheid. Hij vraagt niet alleen water, maar heeft ook water te geven. En Hij zegt tot de vrouw: ‘Als u wist wie het is, die u zegt: geef Mij te drinken, zoudt ge het aan Hém hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven’. Zijn water is namelijk geen gewoon water, maar goddelijk water. Geen water dat het leven onderhoudt, maar water dat nieuw leven schenkt. Geen water voor het lichaam, maar water voor de ziel. Water dat opborrelt tot eeuwig leven. De vrouw neemt het aanbod aan, en zoals Jezus beloofd had, wordt het water in haar tot een nieuwe bron waarmee zij op haar beurt ook weer anderen kan laven. En dat merken we als vele Samaritanen uit de stad naar Jezus komen om Hem te ontmoeten. En dat deden ze op het woord van de vrouw.

Als christenen bereiden wij ons voor op de Paasnacht. Ook daarin zal het levend water weer opborrelen. Het doopwater zal gezegend worden. Nieuwe christenen zullen erin gedoopt worden. En wij die al lang geleden gedoopt zijn, vernieuwen vervolgens onze doopgeloften. Om ons er opnieuw van bewust te worden dat we als christenen willen leven met de hulp van Gods genade en dat wij ons leven nu anno 2017 willen bouwen op het geloof in Hem. Deze periode van voorbereiding op het Paasfeest is dus niet alleen een belangrijke fase voor de doopleerlingen, maar ook voor al die andere leerlingen die al gedoopt zijn. Want als wij ons leven bouwen en gebouwd hebben op het geloof in Jezus en dat dus in woord en daad hebben laten horen en zien, dan zullen anderen zich ook daaraan kunnen laven, zich daaraan kunnen optrekken om op hun beurt ook weer tot bron te worden. Eigenlijk is het geloof het grootste geschenk wat een mens kan krijgen, want wie van dit water drinkt, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer. Hij of zij die gelooft vindt alles bij Jezus: hij vindt bij Hem vergeving, liefde, kracht, troost en uiteindelijk eeuwig leven. Als het goed is weten en voelen wij dit ook zo, maar aan de andere kant weten we ook dat wij ook nog steeds geloofsleerlingen zijn die elke keer weer moeten worden herinnerd en moeten worden gewezen op wie Jezus is: de Zoon van de levende God, het levende water, de redder van de wereld.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers