Home » Preekarchief » Preken 2017 » 19 november 2017

19 november 2017

OVERWEGING DRIEENDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR, ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 19 NOVEMBER 2017 (Spr. 31,10-13.19-20.30-31 en Mt. 25,14-30)(A)

Met de kredietcrisis en de economische recessie nog maar net achter de rug beseffen we eens te meer dat het in onze wereld constant om vertrouwen gaat. En dat vertrouwen of wantrouwen gaat heel ver. Eigenlijk tot aan de kleinste aankoop die ik doe, maar het speelt ook wat betreft mijn relaties tot mijn medemensen. Als ik bijvoorbeeld een brood koop, hoop ik en reken ik erop dat het een goed brood is. Ik heb het zelf natuurlijk niet gebakken, ik heb er alleen een bepaalde prijs voor betaald, in het vertrouwen dat het een goed brood is. En een veilig brood. Als nu blijkt dat ermee gerommeld is, dat er teveel water aan is toegevoegd of als het een bepaalde giftige stof bevat, dan is mijn vertrouwen in dat brood en in die bakkerij snel verdwenen. Ik koop daar dan niets meer en probeer het bij een andere bakker. Maar als die ook bezig is om de boel te bedonderen, ontstaat er op den duur een fundamenteel wantrouwen tegen al het brood en tegen alle bakkerijen. En zo gaat het van kwaad tot erger. Wantrouwen leidt ertoe dat mensen gaan hamsteren en vervolgens niets meer durven te eten of te doen, want je weet maar nooit. Dat geldt voor iets simpels als brood, maar dus ook voor mijn vertrouwen in mijn medemens.

Vertrouwen is dus in feite de basis van elke samenleving. In het klein en in het groot. Vandaag gaat het in de lezingen ook over vertrouwen. In de parabel vertrouwt de rijke koopman zijn bezit toe aan zijn dienaars. Voorwaar een handeling van vertrouwen. En het moet gezegd de eerste twee knechten beschamen dat vertrouwen niet. Ze spannen zich met recht in voor die rijke koopman. En met concreet resultaat. Het is alleen wat droeviger gesteld met de derde knecht. Die zit een beetje in zijn maag met het talent dat hem is toevertrouwd. Hij wil er eigenlijk niets mee te maken hebben, als een hete aardappel schuift hij het van zijn bord. Hij draagt liever geen verantwoordelijkheid. Hij is besluiteloos en zonder vertrouwen. Hij durft het risico op mislukking niet aan. Hij is eigenlijk een angsthaas.

Het gevolg is wel dat de zaak stagneert. Dat er geen vooruitgang is. En u weet: stilstand is achteruitgang. We moeten dus vooruit. Vooruit met ons leven. Vooruit met het rijk Gods. En daarbij moeten wij onze verantwoordelijkheid nemen. Het is een heel fundamenteel bijbels geloof dat God ons zijn schepping, zijn Woord en zijn Koninkrijk heeft toevertrouwd. Dat laat Hij niet uit de hoge hemel neerdalen, neen, dat is een kwestie van aanpakken. Door ons! Daarom ook dat de mens is aangesteld als beheerder en behoeder van diezelfde schepping, dat de mens geroepen is om ‘hoeder van zijn broeder’ te zijn. Dat Mozes in eigen persoon naar Egypte moest terugkeren om het volk Gods uit het slavenhuis te bevrijden. Dat het visioen van het beloofde land uiteindelijk slechts werkelijkheid kan worden als mensen, als wij dus, Gods wijzende woorden ter harte nemen en de gerechtigheid volbrengen. En telkens gaat het dan weer over verantwoordelijkheid van mensen, aan wie ‘de Heer zijn bezit heeft toevertrouwd’. En zo worden wij allemaal ingeschakeld, net als de knechten in de parabel, ‘ieder naar zijn eigen bekwaamheid’. Wij worden in feite allemaal ‘in vertrouwen genomen’. Dat maakt je belangrijk, maar dat geeft je ook verantwoordelijkheid. Als je dat vertrouwen vervolgens op jouw beurt beschaamt, komt er niets van terecht.

Maar vertrouwen is ook een kwestie van ervaring. Van het zelf ervaren dat een ander mij vertrouwt. Het is niet iets dat er vanzelfsprekend is. Het moet voorgedaan worden. Het moet kunnen groeien. Als een ander in mij gelooft, dan ga ik ook in mijzelf geloven. Als een ander mij continu wantrouwt, mij niet gelooft, dan ga ik zelf ook wantrouwen en niet geloven. En u weet het: geloven, daar zit het engelse woord love in, liefde, dat heeft dus alles met liefhebben te maken. Daarom ook dat alleen degene die zelf bemind wordt, anderen ook kan liefhebben.

Helaas gaat het daarom ook vaak fout tussen mensen. Maar er zijn gelukkig ook wel uitzonderingen. Zo had niemand ook maar iets in David gezien; zijn vader niet, zijn broers niet, hij hoorde alleen bij de schapen. Niemand hoefde naar hem om te kijken. Zijn vader en broers vonden hem zelfs letterlijk ‘onbetrouwbaar’(1 Sam. 17,18.28). Het was Samuël – de profeet die met Gods ogen naar de mensen keek – die wel wat in hem zag en hem temidden van zijn broers zalfde. God vertrouwde hem het leiderschap over zijn volk toe, en David werd een man van groot vertrouwen, een koning naar Gods hart. En datzelfde vertrouwen zien we ook in de eerste lezing. De sterke vrouw die wij hier ontmoeten staat voor de wijsheid van Gods woord dat de goede richting wijst. We kunnen ons gerust aan dat woord toevertrouwen, want het wijst ons de juiste richting en laat ons ‘zien hoe het moet’.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers