Home » Preekarchief » Preken 2017 » 2 november 2017

2 november 2017

OVERWEGING ALLERZIELEN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 2 NOVEMBER 2017
(Jes. 25,6a.7-9 en Lc. 23,44-46.50.52-53;24,1-6a)(A)

Het overlijden van een dierbare is een van de meest ingrijpende en emotionele gebeurtenissen in een mensenleven. Wij stuiten dan keihard tegen de grens van het leven aan. Waar eerst nog leven was, adem, warmte, een stem die tot je sprak en ogen die je aankeken, is er nu koude, stilte, bewegingsloosheid. Onherroepelijk. Naast de emotie en het verdriet brengt de dood vervolgens ook vragen met zich mee. Waar gaat de ziel van de overledene naartoe? En is er überhaupt zoiets als een ziel? En hoe is het dan aan de andere kant? Het zijn allemaal heel moeilijke vragen. Onze dierbare overledenen zijn een grens overgestoken. Een grens die onoverbrugbaar lijkt.

Gisteren vierde de Kerk het feest van Allerheiligen. Een feest over een menigte van mensen in de hemel die niemand tellen kan. Zoveel als het er zijn. Maar het is ook een feest van een menigte van mensen die hier op aarde geleefd heeft, kortere of langere tijd geleden. Sommigen van hen hadden een hoge prijs betaald voor hun geloof in Jezus en hun trouw aan de Kerk. Zij werden tot de dood toe gemarteld vanwege hun geloof. Uit de beschrijvingen van hun levens lezen we dat zij de dood niet als een grens zagen. Zij waren zo vol van Jezus en geloofden zo diep in de belofte van Jezus dat hen dat de kracht gaf om niet op te geven. Want Jezus heeft door zijn lijden, sterven en verrijzen aan de dood een einde gemaakt. Zij stierven en zij konden, zij durfden sterven omdat zij geloofden in een leven na dit leven. Dat zij door de engelen in het paradijs zouden worden geleid…

Zojuist hoorden wij hoe Jezus stierf aan het kruis. Met luide stem riep Hij: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest’. De apostelen hadden Jezus bij zijn arrestatie in de steek gelaten, maar de vrouwen die Hem in Galilea gevolgd waren, waren er wel bij. Zij keken van op een afstand toe hoe Jezus stierf en hoe Hij begraven werd. Na de sabbat gingen zij naar het graf, om het lichaam van Jezus te balsemen. Dat was alles wat zij voor hun dode Meester nog konden doen. En toen zij bij het graf kwamen, waren er de eerste tekenen van nieuw leven: de eerste dag, de vroege morgen, de weggerolde steen. Maar zij begrepen die tekenen nog niet. Jezus was dood en begraven en zij gingen binnen in het graf, de plaats waar de dood regeert. Maar in plaats van het lichaam van Jezus treffen zij er twee mannen in een stralend wit kleed aan, boodschappers van God, die hun de verrijzenis aankondigden. ‘Waarom zoekt ge de levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen’.

Ons geloof in Jezus Christus is een geloof in zijn daadwerkelijke verrijzenis met lichaam en ziel. Ons geloof in Jezus Christus betekent dat de Vader Hem niet aan de dood en het graf heeft overgelaten, maar zijn Zoon ten leven heeft gewekt. En door zijn dood en verrijzenis is ook voor onze doden de weg naar een leven in het nieuwe Jeruzalem, een leven bij God, mogelijk geworden. Dat is de troostrijke gedachte voor ons, die hier nu achterblijven. Wij moeten verder. Zij zijn er al, wij moeten daar nog komen. En wij kunnen hen en onszelf helpen door hen steeds bij God in ons gebed aan te bevelen. Op die manier blijven wij ook met hen verbonden over de grenzen van de dood heen. Want zorgen voor onze doden is een getuigenis van onze liefde voor hen.

En Jesaja schenkt ons troost in zijn visioen, waarin hij de vestiging van Gods Rijk op de berg Sion beschrijft. Over een gastmaal voor alle volken en over een sluier verscheurd en de dood vernietigd, de tranen gedroogd. Door God zelf je tranen afgeveegd weten en je geborgen weten in de handen van God. Want onze God is geen God van afstand. Hij is een God die ons nabij wil zijn in vreugde en verdriet, in leven en in dood. Een God die ons nooit laat vallen en ons draagt in zijn handen. Zo wordt de viering van Allerzielen voor ons uiteindelijk toch een soort feest dat wij mogen vieren. Een feest waarin wij God dankzeggen voor het leven van onze dierbare doden, voor hun liefde, hun warmte en hun mens zijn. Maar waarin wij God ook dankzeggen dat onze dierbare doden nu al door Christus onze Heer ontvangen zijn in Sion, de heilige stad.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers