Home » Preekarchief » Preken 2017 » 28 mei 2017 (St. Jan Laren)

28 mei 2017 (St. Jan Laren)

OVERWEGING ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN,
ST. JANPAROCHIE, LAREN, 28 MEI 2017
(Hand. 1,12-14; 1 Petrus 4,13-16 en Joh. 17,1-11a)(A)

Afgelopen donderdag vierden wij Hemelvaartsdag. Jezus is teruggegaan naar zijn hemelse Vader en wij, zijn leerlingen, zijn kerk, zijn achtergebleven. Maar het is nu niet de bedoeling dat wij op onze handen gaan zitten. Nee, het is de bedoeling dat wij zijn taak overnemen. Wat Jezus ons nu vraagt is om ‘JA’ te zeggen tegen zijn missie, tegen zijn opdracht: het realiseren van het koninkrijk van God.

Mensen die dat heel duidelijk in hun leven hebben laten zien zijn de missionarissen van weleer. Op dit moment is er in het klooster Sint Agatha in Cuijk een bijzondere expositie te zien over het missiewerk van een bekende en belangrijke missiecongregatie, de Witte Paters en Witte Zusters in Afrika. Lange tijd vertrokken die paters en zusters voor altijd naar ‘de missie’ en namen zij definitief afscheid van hun familie en hun moederland. In Afrika waren zij actief in de jeugdzorg, het onderwijs, de ziekenzorg, het pastoraat en de vrouwenemancipatie. En zij gingen – naar lokale gewoonte – in het wit gekleed. Daarom werden zij in de volksmond ook Witte Paters en Witte Zusters genoemd. Maar vooral gingen zij daarheen om daar de boodschap van Jezus te verkondingen en het leven van de mensen te verbeteren. Zij deden dat met groot vertrouwen en veel doorzettingsvermogen. En het gebeurde ook wel dat die missie hen het leven heeft gekost. Zo hebben duizenden missionarissen, net als hun hemelse Meester, zichzelf opgeofferd voor de goede zaak: het Rijk van God.

En dat Rijk van God is er hier en nu. Het krijgt vorm in de manier van hoe de volgelingen van Jezus, hoe wij, nu met elkaar en de wereld om ons heen omgaan. Het wordt zichtbaar doordat het uiteindelijk de mentaliteit van de mensen verandert. Dat was de inzet van de missionarissen vroeger: ook hen was het niet uitsluitend te doen om mensen te bekeren, nee, hun verkondiging van het evangelie bracht ook vaak vrede onder de mensen. Ze bouwden niet alleen kerken, maar ook scholen en ziekenhuizen. En zij slaagden er grotendeels in om mensen daadwerkelijk geïnteresseerd te krijgen om als priester of religieus of catechist mee te werken aan de beweging van Jezus. Terwijl hier het aantal roepingen tot het priesterschap, het diakenambt of het religieuze leven zeer gering is, is daar een veelheid aan roepingen. Seminaries barsten uit hun voegen. Zo is er op Flores in Indonesië een seminarie met 834 priesterkandidaten! Goed, dat is daar. En van die 834 jongens en mannen zal ook niet iedereen de eindstreep halen, maar het duidt wel op de vitaliteit van de Kerk in de 3e wereld!

En vitaliteit heeft in het christendom altijd met de heilige Geest te maken. Als mensen daar of hier zich inzetten en doorzettingsvermogen aan de dag leggen voor de zaak van Jezus dan is dat altijd een kwestie van inspiratie. Van inspiratie door de heilige Geest. Deze inzet voor het Rijk van God roept namelijk ook vaak tegenkrachten op en tegenwerking op, soms ook zelfs vervolging. Dat was vroeger zo en is nu nog zo. Daarom dat deze inzet alleen maar mogelijk is met de hulp van de heilige Geest. De heilige Geest? Ja! Maar daar kun je eigenlijk alleen maar naar verlangen en om bidden. De Geest die ons betrekt bij het verhaal van Jezus Christus en die ons wil meenemen naar zijn Rijk zonder einde. Vanouds is de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren de tijd om actief de heilige Geest af te smeken.

En zo smeek en verlang ik, als pastoor van de St. Bonifatiusparochie in Almere, ook met hart en ziel naar de komst van de heilige Geest met Pinksteren. Want deze Geest zal en kan ook in Almere de mensen en hun mentaliteit veranderen. Het werk van de priesters en diakens in onze tijd en in ons bisdom heeft op dit moment wel wat weg van het werk van missionarissen vroeger. Een groot deel van ons werk is of kan niet meer gericht zijn op het in standhouden van allerlei mooie dingen, neen, in veel gevallen zal het noodgedwongen zijn gericht op het ombouwen en aanpassen van onze Kerk aan de ernstig gewijzigde omstandigheden. Veel parochies besteden erg veel tijd aan het afstoten van kerkgebouwen en aan het gezond maken van de financiën. Dat doe ik aan de andere kant van het Gooimeer ook. De afgelopen jaren hebben wij reeds een kerkgebouw moeten afstoten en met een aantal jaren ook nog de andere twee gebouwen. Vanzelfsprekend is het afstoten van een kerkgebouw een moeilijk en emotioneel proces. Zo’n gebouw heeft vaak generaties lang gefunctioneerd als een geestelijk thuis voor ontelbare mensen. Zij deelden daar belangrijke levensmomenten met elkaar en met God. Dat geldt ook voor Almere. Maar in Almere is er ook iets nieuws aan de gang en dat zijn onze plannen voor het bouwen van één grote nieuwe kerk voor alle katholieke inwoners! We zijn daar al jaren mee bezig. En ik kan u verzekeren dat dat eveneens een zaak is van inzet en doorzettingsvermogen, een zaak is van lange adem. Maar inmiddels zijn wij op het punt aangekomen dat we er bijna zijn. De ontwerptekeningen zijn nu in een laatste fase, de bisschop en zijn econoom zijn er actief bij betrokken en bewaken van dag tot dag de financiële haalbaarheid van het project. Wij hebben vorig jaar wat onroerend goed verkocht en steken dat geld in de nieuwe kerk en samen met het bisdom zijn we op een haar na over de finish. Met nog wat aanvullende acties onder de katholieke inwoners van Almere hopen we de laatste eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Maar u kunt daar ook een beetje bij helpen. Het is vanzelfsprekend geen moeten, maar uw bijdrage is hoe dan ook welkom. Iedere mens die weleens verhuist weet dat er altijd veel bij komt kijken. Daarom mijn bescheiden verzoek of u ook bereid bent om ons ideaal van een eigen katholieke kerk in Zuidelijk Flevoland mee te helpen realiseren. Wij aanvaarden uw gift in grote dankbaarheid.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers