Home » Preekarchief » Preken 2017 » 21 januari 2017

21 januari 2017

OVERWEGING DERDE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 21 JANUARI 2017
(Jes. 8,23b-9,3 en Mt. 4,12-23)(A)

‘De Heer is mijn licht en mijn heil’. We zongen het zojuist in psalm 27. Dat wil zeggen dat wij in onze duisternis en in de ingewikkeldheid van ons leven een licht hebben: de Heer Jezus, want nu gaat het echt beginnen: het begin van het publieke optreden van Jezus. Dat begin ligt niet in het centrum, in de gevestigde macht, maar in de periferie. Niet in Jeruzalem, maar in het verre, half heidense Galilea. Niet in de grootstad, maar in de dorpen. Niet in vooraanstaande kringen, maar gewoon ‘onder het volk’. Zo begint Jezus zijn publieke optreden. En het zijn vooral de kleinen die naar Jezus toekomen en bij wie Hij zich thuis voelt: zieken en zondaars, verschoppelingen. Zij zijn het volk dat in duisternis zat en over wie nu een helder licht opgaat. Zo zag de evangelist de komst van Christus. In dat Galilea van de heidenen, ontstaat de Jezus-beweging, daar wordt het licht ontstoken dat in de duisternis moet schijnen.

Licht dat in de duisternis moet schijnen. In onze duisternis? In zekere zin zitten wij ook weer in een soort heidense wereld, in een soort Galilea. Waar we een kleine minderheid zijn temidden van andere kleine minderheden. En de meerderheid zit misschien helemaal niet te wachten op het licht. Net zomin als de mensen ten tijde van Jezus aanvankelijk ook niet zaten te wachten op het licht van zijn boodschap. En ook de vier vissers die Jezus opriep Hem te volgen hebben waarschijnlijk niet zitten te wachten om nu eindelijk eens iets anders te gaan doen. Toch gebeurde dat klaarblijkelijk. De ontmoeting met Jezus kwam voor hen totaal onverwacht, maar het was een overrompelende gebeurtenis, die hun leven een compleet andere wending gaf, zij kregen een nieuwe kijk op hun familie en op hun werk.

Alleen maar door het woord ‘Komt, volgt Mij’, ging er voor hen een nieuw licht op. ‘Komt, volgt Mij’. En door zijn prediking ‘Bekeert u, want het rijk der hemelen is nabij’. Het rijk der hemelen is op handen. Wat Jezus die mensen in dat verre, half-heidense noorden van zijn geboorteland vroeg, is dat ze zich keerden naar dat koninkrijk. Dat ze anders gingen leven , dat ze niet achterom zouden kijken, maar vooruit, naar wat op handen was als ze hun ogen maar open zouden doen.

Wat ons in het leven vaak het meest ontroert is niet zozeer het vernuftige, het ingewikkelde of het geniale, maar veeleer het eenvoudige. Ingewikkelde, opgedirkte personen of meningen komen ons vaak als niet-echt over. Die doen ons te veel aan Trump denken. Terwijl we diep geraakt kunnen worden door de eenvoud van een mens. Oog hebben voor de eenvoud, de verwondering ervan in je toelaten, kunnen je doen beseffen wat er in feite gebeurt. Als je dat kunt, merk je dat je in staat bent bepaalde zekerheden los te laten. Je durft in te gaan op iets wat onzeker is, wat ondoorzichtig is en wat zich niet laat verklaren. Dat mensen geraakt werden door de eenvoud van een mens die zich nergens op liet voorstaan. Dat mensen geraakt werden door een mens die rondtrok ergens in een achtergebleven gebied, en die geen boeiend nieuws te brengen had: ook geen ingewikkelde leer, maar slechts leerde te leven voor anderen. Het is en blijft merkwaardig dat dit een groepje vissers zo aangesproken heeft, dat ze bereid waren hun opgebouwde zekerheden los te laten om Hem te volgen.

Dit vraagt dus om een grondhouding waar ruimte is voor verwondering, voor sprakeloosheid, voor gewoon maar doen en waarin niet alles vooraf helemaal verklaard of beredeneerd hoeft te worden. Waar je je laat boeien door wat er in jouw leven gebeurt en daaraan gehoor durft te geven. Dit vraagt ten diepste om vertrouwen. Door het hebben van vertrouwen durf je zekerheden los te laten en een duistere weg op te gaan.

Uiteindelijk komt het dus neer op het hebben van vertrouwen. En ongemerkt heeft zich in de loop van de eeuwen een geweldig cynisme in de mensen genesteld. Cynisme is het tegenovergestelde van vertrouwen. Waar cynisme heerst is er geen geloof meer in de goede afloop, is er geen geloof meer in de toekomst, is er geen geloof meer in de overheid, is er geen geloof meer in het onderwijs, is er geen geloof meer in de media, is er geen geloof meer in de gezondheidszorg, is er geen geloof meer in de Kerk, is er geen geloof meer in God, en uiteindelijk: is er geen geloof meer in de ander. En is elke mens zijn eigen autoriteit, zijn eigen baas, zijn eigen universum. En heeft de wereld zo wel heel veel baasjes.

Wie meent alleen maar iets te kunnen ondernemen als alle antwoorden en verklaringen voorhanden zijn, als er een 100% garantie is, die mist de diepste roeping van de mens. We zullen, of we het leuk vinden of niet, in ons leven altijd wegen moeten gaan die soms nog duister zijn. Die kunnen mensen ook gaan als ze vertrouwen hebben, als ze hun cynisme laten varen. Dan komt er ook licht op die nu nog duistere wegen. De geschiedenis van het oude godsvolk leert ons dat Gods licht alleen doorbreekt, wanneer het volk niet stilstaat maar op weg durft te gaan. Het diepe in. Wij staan ook voor belangrijke keuzes om al of niet stappen in het donker te zetten, maar zetten wij deze stappen in het geloof en in het vertrouwen dat Jezus het licht is dan zullen wij ook op onze bestemming komen.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers