Home » Preekarchief » Preken 2017 » 21 mei 2017 (HKP)

21 mei 2017 (HKP)

OVERWEGING ZESDE ZONDAG VAN PASEN,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 21 MEI 2017
(Hand. 10,25-26.34-35.44-48 en Joh. 15,9-17)(B)

Tot twee keer toe hoorden wij Jezus zeggen: ‘Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt’. Hij zegt het tot tweemaal toe; dat is kennelijk de boodschap die Hij ons vandaag wil meegeven. Wij moeten elkaar liefhebben, want Hij houdt zielsveel van ons. En het lijkt zo simpel, ‘Heb elkaar lief’. Maar in de praktijk valt het niet altijd mee liefde te geven. Liefde ontvangen dat willen we allemaal wel. Maar dat kan pas als we zelf ook iets doen. En dat is juist zo moeilijk. Want als je iets weggeeft, ben je het zeker kwijt en of je er ook iets voor terugkrijgt, moet je maar afwachten.

Wat is er dan nodig? Moed en vertrouwen. Maar soms weet je niet of je iemand je vertrouwen moet schenken en aarzel je om als eerste de hand te reiken. Met de woorden die Jezus vandaag tot ons spreekt, worden we geholpen dit dilemma te doorbreken. Want eigenlijk zijn wij niet zelf de eersten die een stap in de goede richting zetten; het is God die dit doet. Hij heeft ons sowieso lief, hoe dan ook, wat we ook op ons kerfstok hebben. Hij houdt onvoorwaardelijk van iedere mens, geen persoon uitgezonderd.

Een voorbeeld van die liefde zien we vandaag in de eerste lezing: de Romeinse honderdman Cornelius is de allereerste heiden die christen wordt! Want bij God bestaat geen aanzien des persoons, heidenen zijn even welkom als joden in de christelijke gemeenschap. Mensen hebben vaak de neiging om alleen geestverwanten op te zoeken en zich af te sluiten voor de buitenwereld. Maar waar het Jezus om gaat, de liefde die Hij op het oog heeft, is niet alleen maar het gezellig bij elkaar zitten van gelijkgestemden, het is ook het gaan naar de wereld. Het getuigen.

Het getuigen waarvan? Ja, daar zijn boeken vol over geschreven: het getuigen van de liefde. In woord en daad. Jezus heeft daar bij het Laatste Avondmaal zelf een heel concreet voorbeeld van gegeven. Hij heeft zijn tafelgenoten de voeten gewassen. Hij heeft zijn feestgewaad opgeschort. Hij is door de knieën gegaan voor zijn vrienden. Het vuil dat de mens die op deze aarde leeft, dat hem aankleeft, dat verdraagt Hij. Hij maakt slaven vrij door hun werk te doen. Hij gaat rond als een dienaar. Het blijft bij Hem niet bij een vaag gevoel, een wazig voornemen, van ik heb alle mensen lief, neen, Hij neemt de spullen die nodig zijn: water, een handdoek. En Hij begint gewoon bij wie Hem het meest nabij zijn. Zijn vrienden. Hij doet wat Hij zegt.

Dat is dus onze eerste opdracht: zo met elkaar omgaan in de geloofsgemeenschap. Elkaar niet de oren wassen, maar de voeten: het ongerief van elkaars eigenaardigheden verdragen (andere kleding, andere haardracht, andere uitdossing, andere seksuele geaardheid, een hogere of lagere opleiding, of geen enkele opleiding, een andere politieke voorkeur, een andere huidskleur, een andere religieuze overtuiging). De opdracht van Jezus luidt: dat we elkaar verdragen, dat we elkaar dienen, heel concreet tot in de alledaagse dingen toe. Week in week uit open en gastvrij zijn in Jezus’ naam.

Zo zou dat ook onder ons moeten gaan: de liefde in de praktijk. Nooit is iemands liefde groter dan wanneer hij zijn leven geeft omwille van zijn vrienden. Daar gaf Jezus zelf het voorbeeld van. En wij mogen Hem – stuntelend en stamelend – navolgen. Je leven geven voor je vrienden, dat is: iets nalaten, iets weggeven, maar misschien ook jezelf een beetje inhouden omwille van je naaste.

En wie zijn allemaal zijn vrienden? De vrienden waar Jezus het misschien wel op de eerste plaats over heeft, zijn de tollenaars, de vreemdelingen, de mensen die niet zo goed deugen en er gewoonlijk niet gauw bij horen. Hij haalt hen erbij. Hij plaatst hen in de kring. Hij gaat zelfs hun huis binnen.

Ik ben deze preek begonnen dat wij moed en vertrouwen moeten hebben om over Jezus te getuigen. We moeten de wijde wereld in, de ramen en deuren open. Vandaag is het voor mij toch wel een beetje speciale dag, want vandaag ben ik precies 12 jaar priester. Het aantal jaren stelt natuurlijk niet zoveel voor, maar hopelijk wel mijn inzet en beleving. Ik zet mij met heel mijn wezen in om van het evangelie te getuigen. Dat doe ik overigens met ontzettend veel plezier. Ik ben heel gelukkig. Maar het is ook een prachtig verhaal dat mensen van nu nog kan aanspreken. Maar het is ook duidelijk dat als ik en u geloofwaardig willen zijn en blijven, dat wij dan moeten doen zoals Jezus deed. Enerzijds is dat misschien een open deur, maar anderzijds is het ook niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. Namelijk dat God zich onvoorwaardelijk met mensen verbindt, met alle kinderen Gods in hun bonte verscheidenheid. En dat er dus bij Hem geen aanzien des persoons bestaat. De lezingen van deze zondag tonen ons dat het gaat om ons én de vreemdeling. Nooit de exclusieve groep, nooit alleen de eigen parochie, het gezellige kringetje van ons kent ons, maar een nieuw volk waarbij letterlijk iedereen mag aanschuiven en mag meedoen. Mensen van buiten, hoe anders ook van hart en inzicht, worden broeders en zusters, iedereen hoort erbij.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers