Home » Preekarchief » Preken 2017 » 21 mei 2017

21 mei 2017

OVERWEGING ZESDE ZONDAG VAN PASEN
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 21 MEI 2017
(Hand. 8,5-8.14-17 en Joh. 14,15-21)(A)

Wat is het voornaamste gebod dat Jezus ons heeft gegeven? Van God houden en van onze naaste houden als van onszelf en dat in tekenen en daden laten zien. Dat is de belangrijkste levensopdracht van een christen. En natuurlijk een ontzettend moeilijke opdracht. Een opdracht die wij alleen maar kunnen volbrengen met goddelijke kracht. Alleen die maakt het mogelijk om een evenwichtige relatie te onderhouden met God en met de ander en met onszelf.

Wat ik nu zojuist heb gezegd is eigenlijk de samenvatting van wat de Kerk ons via de Schriftlezingen op deze zesde zondag van Pasen wil leren. We hebben als christen een belangrijke taak. Een taak die wij nooit alleen kunnen klaren. Maar dankzij de Geest worden wij steeds weer op het spoor gehouden en herinnerd aan Jezus. De Geest is niet alleen onze Helper maar ook de herinnering aan Jezus. Want stilletjes aan zijn wij hard op weg naar de Hemelvaart van Jezus. En dan ontstaat het gevaar van ‘uit het oog, uit het hart’. In de afscheidswoorden die Jezus tot zijn leerlingen spreekt, bereidt Hij hen daarom ook voor op dat naderende afscheid. We kennen allemaal zo’n ervaring. En dan overkomt je hoe dan ook een soort gevoel van radeloosheid of van paniek, ‘wat moet er gebeuren nu zij/hij er niet meer is?’. Hoe moet het dan verder? Ja, wat moet er dan gebeuren? Je weet het dan niet. Vandaar ook de vraag van Tomas de vorige week: ’Heer, wij weten niet waar Gij heengaat; hoe moeten wij dan de weg kennen?’. Jezus geeft aan dat Hij zal terugkeren naar de Vader. Maar, voegt Hij eraan toe, dat betekent niet het absolute einde van zijn aanwezigheid hier op aarde. Hij zal met de leerlingen, met ons verbonden blijven door de Geest. De heilige Geest, de Helper die voor altijd bij ons zal blijven. Wees dus niet bang, leerlingen van Jezus, want Hij zal ons niet moederziel alleen achterlaten.

We moeten natuurlijk goed beseffen dat Jezus een paar jaar daarvoor het leven van die eenvoudige mensen wel volledig op zijn kop heeft gezet. Ze hebben alles in de steek gelaten om Hem te volgen. Dat is nogal wat! Ze zijn Hem gevolgd en op hun tochten door het land zagen ze zijn goede daden en hoorden ze zijn Blijde Boodschap. Dit betekende een aardverschuiving voor die vrienden en vriendinnen van Jezus. Dit was een complete omkering. Totaal nieuwe inzichten drongen hun leven binnen. En gaandeweg realiseerden zij zich dat dit hele verhaal wel eens verstrekkende gevolgen kon hebben, voor Jezus, maar ook voor henzelf. Zijn kruisdood en zijn verrijzenis konden zij in hun wildste dromen niet voorstellen. Daar hadden zij nog niet eens het vocabulaire voor. En nu bereidt Jezus hen ook nog eens voor op de situatie daarna. Dat Hij er binnenkort niet meer zal zijn. Maar hoe moet dat dan verder zonder Hem, zonder de Meester? Het gevolg: radeloosheid en paniek.

En wat gebeurt er bij radeloosheid en paniek? Dan valt alles uit elkaar. Dan spat alles in duizend stukjes uiteen. En komt er van die opdracht van Jezus niets meer terecht. De leerlingen van Jezus moesten elkaar dus opzoeken, elkaar vasthouden. Verbonden blijven met elkaar én met Jezus. Dat zien we vandaag ook in de eerste lezing gebeuren. En wat zien we daar? Grote vreugde, genezing van lammen en kreupelen. We zien daar wonderen gebeuren. En hoe kan dat? Door de verbondenheid met Jezus in de kracht van de heilige Geest. Jezus zit aan de rechterhand van de Vader, maar tegelijk is Hij in zijn gemeente, in zijn Kerk aanwezig in het Woord dat zij lezen, in de zieken die zij genezen en in de wonderen die zij verrichten en in de Sacramenten die zij vieren.

We kennen allemaal het begin van het Johannesevangelie: ‘In het begin was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God’. Dat Woord is in Jezus vlees en bloed geworden. En Hij heeft onder ons gewoond. In alles aan ons gelijk, behalve in de zonde. Dat lezen we week in week uit in de Bijbel.

Maar Christus is ons ook nabij in de sacramenten. Want juist in de sacramenten raken hemel en aarde elkaar aan. Daar komen die twee werelden samen, in de symbolen die gebruikt worden: handen, water, zalf, brood en wijn. Middels die symbolen komt Jezus ons daadwerkelijk reinigend, genezend, vergevend en voedend nabij. En al deze wondertekenen van heil zijn pas mogelijk in de kracht van de Geest, in de kracht van de goddelijke liefde. Een liefde die onze fouten vergeeft, die onze wonden geneest en die onze honger stilt en onze dorst lest. Heel nabij, heel menselijk, heel herkenbaar. Geen verre, ongenaakbare God, maar het is een nabije, liefdevolle God die dit doet. Een God die wij, in navolging van Jezus, Vader mogen noemen.

Als wij op onze beurt verbonden blijven met Jezus kunnen ook wij instrumenten worden van Gods goedheid en liefde, van zijn vrede en barmhartigheid in onze leefkring. Dan zijn wij er niet op uit om een medemens te beliegen of te bedriegen, te kwetsen of te vernederen, uit te buiten of te negeren. Neen, dan gaan wij alleen nog maar op zoek naar liefde, vrede en gerechtigheid voor iedereen. En dan zetten wij in verbondenheid met Hem zijn heilswerk voort.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers