Home » Preekarchief » Preken 2017 » 22 oktober 2017

22 oktober 2017

OVERWEGING NEGENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 22 OKTOBER 2017

(Jes. 45,1.4-6 en Mt. 22,15-21)(A)

Er worden snode plannen beraamd om Jezus in de val te lokken. Dat was ook wel te verwachten na alles wat de Schriftgeleerden en Farizeeën de afgelopen weken allemaal te horen hebben gekregen: de verhalen over de twee zonen, de misdadige wijnbouwers en de onwillige genodigden. Het was wel duidelijk voor wie die parabels bedoeld waren en dat zij dat niet over hun kant konden laten gaan. En vandaar dat zij Hem met een strikvraag te lijf gaan over belasting betalen aan de keizer.

Zou Jezus ‘nee’ antwoorden, dan zou Hij van belastingontduiking beschuldigd kunnen worden. Belasting betalen was tenslotte voor iedereen verplicht. Zou Hij zeggen: natuurlijk moet je aan de keizer belasting betalen, dan zou Hij ruzie krijgen met zijn eigen joodse achterban. Want de keizer is voor de Romeinen zélf een godheid die vereerd moet worden. En er is voor joden maar één God, de God van Israël! Dus welk antwoord Jezus ook geeft, het is nooit goed. Maar Jezus heeft hun door. En Hij confronteert hen met hun eigen huichelachtigheid: want wat hebben zij op zak? Geld van de keizer, nota bene met zijn kop erop! En dan is het voor Jezus rustig inkoppen: betaal je belasting maar aan die keizer waarvan je het geld op zak draagt, zegt Hij, als je God maar de plaats geeft die Hem toebehoort, namelijk de eerste plaats!

Wat Jezus dus doet is dat hij die twee bij elkaar brengt. Ons leven in de maatschappij en onze religieuze overtuiging, ons geloof in God, die moeten één geheel vormen. Er mag niet een verschil zijn tussen mij op zondag vroom in de kerk en de rest van de week een rotzak. We moeten als christen in de maatschappij leven. Christen zijn betekent dat we, bewust van onze verantwoordelijkheid voor God en voor de wereld, ook de verantwoordelijkheid voor de andere mens ernstig moeten nemen. We moeten ons als reactie op de secularisatie niet terugtrekken hier in dit gebouw, gezellig bij elkaar, maar juist de wereld in gaan en tegen de stroom in gaan. Gelukkig hebben we met paus Franciscus een paus die ons voortdurend hierover aanspreekt. Telkens prikkelt hij ons met vragen waar alleen een diaconaal antwoord van barmhartigheid, vergeving, liefde, zorg en omzien naar elkaar op moet en kan worden gegeven. Maar de vraag stellen is hem nog niet daadwerkelijk beantwoorden.

Dat is precies wat we vandaag, dus op Missiezondag, vieren: dat missionarissen, vrouwen zowel als mannen, door de eeuwen heen deze woorden van de Heer metterdaad wereldwijd verkondigd hebben. Ze waren niet de eersten die dat deden, nee, hun voorbeeld was Jezus. Hij is op de wereld gekomen om de Blijde Boodschap te verkondigen en voor te leven. De boodschap dat God liefde is, en dat alle mensen broers en zussen zijn, want allen zijn ze zijn kinderen. Daarom heeft Jezus zijn boodschap niet beperkt tot het joodse volk waartoe hijzelf behoorde. Nee, Hij trok ook naar andere volkeren, Hij was de eerste missionaris. Overal en aan iedereen, aan tollenaars en zondaars, aan zieken en melaatsen, aan rijken en armen, maar ook aan de Samaritaanse vrouw en de Romeinse honderdman verkondigde Hij het Goede Nieuws van de barmhartige God, Vader en Moeder van alle mensen, vol liefde en vrede.

Daarmee leert Hij ons ook wat missie is. Dat is handen en voeten geven aan God om onder alle mensen te komen. Dat is Gods hart vol liefde uitdragen. Dat is Gods ogen en oren zijn om te zien en te luisteren naar onze medemensen, zeker naar onze medemensen in nood. Dat is meebouwen aan Gods Rijk van liefde en vrede. Het is moeilijk een voorstelling te maken hoe de wereld eruit zou hebben gezien zonder missionarissen en zendelingen. Het is de vraag wat er dan verspreid zou zijn? Zou er dan liefde zijn verspreid? En verdraagzaamheid en rechtvaardigheid? Het is maar zeer de vraag. Hoogstwaarschijnlijk had je dan een wereld gehad die helemaal overheerst werd door heersers en wrede machthebbers, zoals we ze vandaag in zoveel landen ontmoeten. Landen waarin God, waarin Christus, waarin het christendom niet welkom is, waarin christenen en andersdenkenden vervolgd, uitgeroeid, uitgemoord worden. Een mensonwaardige wereld, die direct ingaat tegen het enige gebod dat Jezus ons heeft geleerd en voorgeleefd: Bemin God bovenal en uw naaste zoals uzelf.

Dat is de betekenis van missie en Missiezondag: dat we ons inzetten om dat ene gebod na te leven en het wereldwijd te ondersteunen. Dit jaar staat Burkina Faso daarbij centraal. Burkina Faso betekent: land van de oprechte mensen. Het is een van de armste landen ter wereld. Een groot deel van de bevolking leeft van de landbouw. En met name de regio’s die in de Sahelzone liggen, worden hard getroffen door klimaatveranderingen en droogteperiodes. Bij gebrek aan andere inkomstenbronnen wagen velen hun geluk in de illegale goudmijnen. En vooral meisjes en vrouwen hebben het zwaar: gedwongen huwelijken; beschuldigingen van hekserij. De katholieke kerk blijft niet aan de zijlijn staan, ofschoon ze maar 15 % van de bevolking uitmaakt. Ze organiseert onderwijs, bescherming en opvang en help vrouwen en meisjes, mannen en jongens om zelf de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven op te pakken.

Het zou goed zijn als wij ons als kerkgemeenschap altijd met elkaar, met hen en met alle kerkgemeenschappen waar ook ter wereld verbonden zouden voelen. Christenen kunnen het verschil maken. Tal van projecten wereldwijd tonen dat aan. Met als resultaat dat er betere toekomstperspectieven zijn voor iedereen. Het is het doorgeven van Gods liefde en vrede. Waarlijk iets om heel dankbaar voor te zijn.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers