Home » Preekarchief » Preken 2017 » 25 juni 2017

25 juni 2017

OVERWEGING TWAALFDE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 25 JUNI 2017
(Jer. 20,10-13 en Mt. 10,26-33)(A)

‘Wees niet bang’. Dat is mooi gezegd als je ‘als schapen tussen de wolven’ wordt uitgezonden. Jezus wil ons een hart onder de riem steken. We mogen voor niets opzij gaan. Net als in andere jaren hebben talloze christenen vorig jaar hun leven gegeven voor Christus. En de meeste van hen stierven in Noord-Korea, in verschillende Arabische landen, in Iran, in Pakistan en in Afghanistan. Zij gingen niet opzij voor de pressie en de terreur, maar hebben de hoogste prijs betaald voor hun christen zijn: hun leven.

Daarmee stonden ze in een lange traditie. In de dagen waarin Matteüs de woorden van Jezus aan het papier toevertrouwde, stond de kleine christelijke gemeenschap eveneens bloot aan gruwelijke vervolgingen; de eerste martelaren waren al gevallen. De levenswijze en de manier van spreken van de christenen vielen, ondanks het feit dat het slechts een klein en onbeduidend groepje was, niet in goede aarde bij de overheid. Dat kleine groepje aanhangers van de Weg vormde een bedreiging voor de maatschappelijke orde. Jezus voorzag dat, toen Hij zei: ‘Wees niet bang voor de mensen’.

Wees niet bang voor de onderdrukkers, voor de uitbuiters. Maar wees ook niet bang voor de mensen met de grote monden, voor de mensen die altijd hun woordje klaar hebben, die altijd erin slagen om dingen of mensen belachelijk te maken. Zij hebben misschien wel het hoogste woord, maar zeker niet het laatste woord. Ze kunnen met hun grote mond op dit moment wel imponeren of intimideren, maar dat betekent niet dat zij het uiteindelijk zullen zegevieren. Wees niet bang, want het laatste woord is aan God. Want ‘niets is bedekt, of het zal onthuld, niets verborgen, of het zal bekend worden’. Het koninkrijk van de Vader, de gerechtigheid zal overwinnen.

Ondertussen zendt Jezus zijn leerlingen wel op weg met lege handen. Ze mogen niets meenemen: geen geld, geen reistas, geen tweede stel kleren, zelfs geen stok. Terwijl een stok toch bij de basisuitrusting van elke herder hoort, zendt Jezus hun niet als herders, maar als schapen de weg op. En dat is dan: op de laatste plaats gaan staan, is arm worden met de armen, is meelijden met degenen die lijden. Het is blootstaan aan allerlei tegenwerking: uitgeleverd worden aan de rechtbank, gehaat, vervolgd en gefolterd worden. Je moet heel sterk zijn om dat te kunnen. Om niet de moed te verliezen. Om de treiterijen en pesterijen te kunnen weerstaan. Een aantal jaren geleden heb ik een bezoek gebracht aan Dachau, het NAZI-concentratiekamp in Zuid-Duitsland. Naast de vele tienduizenden politieke gevangenen bevonden zich daar ook meerdere duizenden geestelijken: dominees, priesters en bisschoppen. En ook zij werden blootgesteld aan de urenlange appèls op de binnenplaats, de sadistische bewakers en de talloze pesterijen. Titus Brandsma was een van de vele Nederlanders die daarheen was getransporteerd. Maar ondanks de martelingen en ontberingen is hij, en met hem gelukkig vele anderen, trouw gebleven aan het evangelie. Al heeft hij dat met de dood moeten bekopen.

En vanmorgen waren we getuigen van de bevrijding van de twee Nederlandse journalisten in Colombia. ‘Het was heel zwaar’, zei Derk Bolt van het programma Spoorloos, ‘maar onze ontvoerders waren heel aardig, met veel respect. Bijna als vrienden’. Goed dat zal misschien wel zo zijn, maar zij hadden hen wel tegen hun wil gevangen gehouden en hun veertien uur laten lopen. Het moeten ongelooflijk spannende momenten zijn geweest die ook heel anders hadden kunnen aflopen.

De leerlingen van Jezus moesten ook niet bang zijn. Zij mochten voor niets opzij gaan. Want ‘niets is bedekt of het zal onthuld worden’. Het koninkrijk van God zal doorbreken. Zij vechten niet voor een verloren zaak. Het gaat immers om de zaak van God zelf. Maar ook mogen zij erop vertrouwen dat zij geborgen zijn in Gods hand, en niets of niemand kan hen daaruit roven. Een dergelijk rotsvast vertrouwen vinden we ook bij Jeremia. En het kenmerkte Jezus, tot in het uur van zijn dood aan het kruis. Tot dat zelfde vertrouwen roept Jezus zijn leerlingen op. Want vroeg of laat moeten zij partij kiezen: voor of tegen Jezus.

Hopelijk komen wij nooit in omstandigheden te verkeren waarbij ons leven in het geding is. Maar alles is mogelijk. Ook onze vrijheid staat onder druk. Op een paar uur vliegen zit je midden in een bloedig oorlogsgebied en als je op humanitaire gronden gevaarlijke landen bezoekt, ben je ook je leven niet veilig. Dat hebben de journalisten van Spoorloos aan den lijve ondervonden. Blijf je dus hier dan moet je er aan de andere kant wel van bewust zijn dat er ook in onze samenleving pressie en tegenwerking is en dat er hoe dan ook nog steeds behoefte is aan authentiek christelijk getuigenis. Vooral wanneer christelijke waarden en normen in het geding zijn. Er zijn dus ambassadeurs, missionarissen nodig, die geen blad voor de mond nemen, maar ferm het verhaal van het evangelie durven verkondigen.

Amen
© 2017 Sandor Koppers