Home » Preekarchief » Preken 2017 » 27 augustus 2017

27 augustus 2017

OVERWEGING EENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 27 AUGUSTUS 2017
(Jes. 22,19-23 en Mt. 16,13-20)(A)

Voor mij is de uitspraak van Petrus ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’ een van de meest ontroerende uitspraken in de Bijbel. Petrus was zo vol van Jezus, hij was zo onder de indruk dat hij deze ongehoorde uitspraak deed. Letterlijk ongehoord omdat nog nooit iemand van het joodse volk een mens God had genoemd. Wat de omstanders en anderen zeiden dat Hij Johannes de Doper, Jeremia of Elia was, was op zich al heel wat, maar niet zo opmerkelijk als wat Simon ervan maakte. Dat de Messias, de Christus, moest komen dat geloofde iedereen in Israël. Maar Jezus de titel geven van Messias en Hem dan ook nog ‘Zoon van de levende God’ noemen, stijgt overal bovenuit. Een bovenmenselijke uitspraak van Simon. Jezus is de Christus, de Zoon van de levende God. Ik herhaal het nogmaals met nadruk.

Simon deed een bovenmenselijke uitspraak. Was Simon dan zo bovenmenselijk? Wist hij zelf wel wat hij zei? Aan de ene kant wel: hij wilde hiermee Jezus echt als zijn leider, als zijn Messias belijden. Maar aan de andere kant ook weer niet: hij had nog niet echt een beeld wat het betekende om Jezus te volgen, zo weigerde hij het lijden van Jezus te aanvaarden en toonde hij zijn gebrek aan vertrouwen in het verhaal van het lopen over het water. Al met al een heel dubbel beeld dus.

Toeval of niet, maar Petrus staat vandaag centraal in de lezingen. We lazen het verhaal van de belijdenis van Petrus en over sleutels en over een steenrots. Drie kernbegrippen die ook nu nog van invloed zijn op het Petrusambt, het pausambt. Op de vraag van Jezus: ‘Maar gij, wie zeg gij dat Ik ben?’ antwoordde Simon Petrus met heel zijn hart: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’. Hoe kwam Simon nu tot die uitspraak? De vraag was immers al meerdere keren gesteld en beantwoord. Wie is die Jezus, die duivels uitdrijft, zieken geneest en aan de elementen van weer en wind zijn wil oplegt? ‘Wat is dat toch voor iemand, dat zelfs de wind en de zee naar Hem luisteren?. En: ‘Waar heeft Hij die wijsheid en machtige daden vandaan? Dat is toch de zoon van de timmerman?’. Ja, wat is dat toch voor iemand? Ongetwijfeld hebben de leerlingen ook met deze vraag geworsteld. Maar soms moet je niet worstelen en piekeren, maar gewoon doen. Gewoon de Geest zijn werking laten doen!

Niet alleen met het verstand werken, maar ook met het hart, met de ogen van het hart. En zo deed Simon Petrus vandaag. Hij keek naar Jezus met de ogen van zijn hart, en daardoor zag hij méér in Jezus dan wat er oppervlakkig te zien was. In Jezus zag hij God zelf aan het werk en daarom noemde hij Hem de Messias, de Zoon van de levende God. Maar op hetzelfde moment was God ook in het hart van Petrus aan het werk: ‘Het is de hemelse Vader die u dit geopenbaard heeft’, zei Jezus. En daarna gebeurde er iets heel opmerkelijks, want Jezus noemde deze Simon bar Jona, deze zoon van Jona, nu opeens ‘Petrus’, dat is de Griekse vertaling van het Arameese kefa ‘kei’, ‘rots’. Petrus is dus een bijnaam voor Simon, de zoon van Jona. Was Petrus dan echt zo’n rots, zo’n kei? Koos Jezus hem vanwege zijn vooropleiding, zijn voorbeeldige levenswandel?

Neen, want nog in hetzelfde hoofdstuk van Matteüs zal Jezus hem zeggen: ‘Weg daar, achter Mij, satan. Je bent een struikelblok voor Mij!’. Koos Jezus hem dan omdat hij zo alert was? Neen, want toen de autoriteiten Jezus gevangen lieten nemen, deed hij een dutje onder een olijfboom. Dan vanwege zijn trouw wellicht? Ook daarom helaas niet, want toen Petrus op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester herkend werd als één van Jezus’ volgelingen, zei hij tot driemaal toe: ‘Ik ken die Man niet! Een laffe daad! Precies het tegenovergestelde van wat we hem vandaag in het evangelie hoorden zeggen: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’.

Jezus koos Petrus enkel en alleen vanwege zijn geloof. En dat is dan nog niet eens zijn eigen verdienste. Het komt van de Vader in de hemel. ‘Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet het vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is’.

Jezus wilde dus ondanks alles, ondanks alles wat wij zojuist weer even hebben opgenoemd op deze mens ‘zijn kerk bouwen’. En in het Lucasevangelie zegt Jezus zelfs nog tot Petrus: ‘Als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, sterk dan op jouw beurt je broeders’. (Lc. 22,32). Petrus was dus geen superman, maar een mens van vlees en bloed, met geloof en twijfel in zijn hart, die zijn weg ging met vallen en opstaan. Maar toch kreeg deze Petrus en zijn opvolgers, de pausen en bisschoppen, de sleutels van het rijk der hemelen, de sleutels om te openen en te sluiten. De macht om te binden en te ontbinden. Dat betekent veroordelen of vrijspreken, beslissen of iemand erbij hoort of niet, maar vooral om de mensen te bevrijden van kwaad en lijden. En de mensen bevestigen en sterken in het geloof opdat zij net als Petrus uit heel hun hart op de vraag van Jezus: ‘En jij, wie zeg jij dat Ik ben?’ mogen antwoorden: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers