Home » Preekarchief » Preken 2017 » 29 januari 2017

29 januari 2017

OVERWEGING VIERDE ZONDAG DOOR HET JAAR,
ST. BONIFATIUSPAROCHIE, ALMERE, 29 JANUARI 2017
(Sef. 2,3;3,12-13 en Mt. 5,1-12a)(A)

Nadat Jezus de berg opgeklommen is, gaat Hij zitten en begint zijn Bergrede met de zogenaamde acht zaligsprekingen. Die berg is symbolisch. Er zijn geen echte bergen in die streek. Het moet eerder een heuvel geweest zijn. Bergen zijn trouwens relatieve dingen. De Sint Pietersberg bij Maastricht is alleen maar een berg omdat ze in ons vlakke landje ligt!

De heuvel die Jezus beklimt is een berg om een andere reden. Ze moet in het verhaal van Matteüs een echte berg zijn. Hij heeft het dan ook niet over een berg, maar over de berg. Wat Matteüs duidelijk wil maken is dat er een relatie is tussen Jezus en Mozes. Mozes gaf zijn tien geboden door vanaf een berg en Jezus geeft zijn zaligsprekingen ook door vanaf een berg. Bedoeld als een aankondiging van Gods koninkrijk dat met Hem aanbreekt. De heersende waardenschaal, de gangbare opvattingen worden ondersteboven gegooid. De armen en verdrukten zijn gelukkig, omdat aan hun ellende nu een einde komt. In en door Jezus trekt God zich hun lot aan. En dus worden mensen gelukkig geprezen als ze arm van geest zijn.

Arm zijn. De eerste en meest bekende betekenis van dit woord is natuurlijk het gemis aan geld en eten en een fatsoenlijk dak boven het hoofd. Maar over deze materiële omstandigheden van de mens wil Matteüs het helemaal niet hebben. Hij bedoelt met de woorden ‘arm van geest’ een levenshouding. Een houding die staat tegenover ‘hoogmoedig van geest’, tegenover naast je schoenen lopen. Het is een bewust leven vanuit het feit dat je maar een schepsel bent en dat je genen zijn bepaald door je voorgeslacht. Dat je erfgenaam bent van een cultuur. Opgevoed en gevormd. Dat je door je afkomst en opvoeding geworden bent tot wie je bent. Een unieke persoon met alle plussen en minnen waar je het mee moet doen. En in het aanvaarden hiervan ligt nu precies de armoede van geest want die mens weet wie hij is en waar zijn grenzen liggen.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar al te vaak accepteren wij niet dat we zijn wie we zijn. We proberen een ideaalbeeld na te streven dat wij zelf bedacht hebben of dat onze omgeving ons oplegt. Soms willen we zo graag een ander zijn dan de mens die wij zijn, dat dat grote problemen geeft. Verminkingen. Een minderwaardigheidscomplex of een streberig zoeken naar macht of een soort faalangst. In dergelijke situaties blijkt telkens weer dat we onszelf niet aanvaarden. Dat we niet ‘arm van geest’ zijn.

Daarom kunnen we pas echt mens worden, als wij dat wel doen. En het ideaalbeeld dat wij geforceerd in stand houden, durven los te laten, Dan komen we heel dicht bij de uitspraak van Jezus: ‘Wie zijn leven probeert te winnen, zal het verliezen, en wij zijn leven verliest, zal het winnen’. Het gaat om het besef dat wij alles wat wij niet zijn, uit handen moeten geven. Het gaat erom te durven leven vanuit de armoede van mijn eigen ‘ik’, vanuit mijn eigen persoon. En dat lijkt in eerste instantie een groot verlies.

Toch is dat juist winst. Omdat het ruimte maakt voor wie ik werkelijk ben. Het brengt mij thuis bij mezelf. Een mens die zichzelf durft te accepteren, die zo arm van geest durft te zijn, die mens wordt door Jezus geluk gewenst. Zalig geprezen, gezegend. Dat God rijk met hem is en dat Hij ooit de tranen uit de ogen zal wissen omdat Hij van hem houdt.

De tekst van de zaligsprekingen is het begin van de Bergrede van Jezus. Je zou kunnen zeggen: het begin van de weg die Jezus zijn medemensen wil wijzen. En dan gaat het over allerlei adviezen hoe je als mens samen met anderen kunt werken aan een menswaardige samenleving. Heel die Bergrede is een indringend appèl om alle borstklopperij te doorbreken, alle gewichtigdoenerij, om nou eens echt te zijn wie je bent, ook al ben je arm, ook al ben je berooid, ook al ben je maar een eenvoudig mens.

En juist die beginwoorden, de zaligsprekingen, zijn een verrassend begin, een schot in de roos: Jezus begint met een hartverwarmende bevestiging van al die mensen die uitgenodigd en uitgedaagd worden om te werken aan een betere wereld. Jullie heb Ik nodig, want jullie zijn gezegende mensen.

Daarmee toont Jezus leiderschap, is Hij leraar. Houdt Hij toespraken. En tussen die toespraken door horen we verhalen over Jezus. Hoe Hij zijn leerlingen roept, met hen rondtrok door Galilea, zieken genas. Hij is niet alleen een Messias van het woord, maar ook een Messias van de daad. Zijn spreken is niet vrijblijvend, maar Hij doet wat Hij zegt, door zieken te genezen, bezetenen tot rust te brengen en het leven terug te schenken aan mensen die geen leven hebben. En de leerlingen zijn de vaste begeleiders van Jezus. Stap voor stap worden zij ingewijd in het onderricht dat Jezus geeft. Zij worden in de eerste plaats in de Bergrede onderricht en die ter harte nemen en in die geest volgelingen van Jezus worden.

Amen.
© 2017 Sandor Koppers